PlusInterview

79 keer in Paradiso, in veertig jaar trad de De Dijk in totaal ruim drieduizend keer op: ‘Ik kan me er wel over verbazen’

Als jongetje had hij maar één droom: dat iedereen zou weten wie hij was. Dat is gelukt, Huub van der Lubbe (68) kan terugkijken op veertig uiterst succesvolle jaren met De Dijk. ‘Blijkbaar doen we toch iets goed.’

Huub van der Lubbe. Beeld Manon van der Zwaal
Huub van der Lubbe.Beeld Manon van der Zwaal

“Mijn naam zeggen vond ik moeilijk als kind. Dan vroeg de onderwijzer: ‘Hoe heet jij, jongetje achterin?’ En dan stamelde ik: ‘Huub van der Lubbe, meneer.’ ‘Ruud, Huib?’ ‘Nee meneer, Huub’.”

Het is een jaar of zestig later. Huub van der Lubbe probeert een origineel antwoord te formuleren op de vraag wat veertig jaar De Dijk hem heeft gebracht. “Ik voelde me als klein ventje onbetekenend. Daar wilde ik vanaf. Ik wilde dat ik mijn naam niet hoefde te noemen, dat mensen al wisten wie ik was. Hoe dat zou gebeuren, maakte me niet uit. Ik zou leeuwentemmer worden of clown, acteur of zanger. Nou, dat laatste is gelukt. Nu hoef ik me niet vaak meer voor te stellen.” Grijnzend: “Terwijl ik het nu geen probleem meer vind als ik dat wel moet doen.”

Vanavond en morgen zijn er twee jubileumconcerten van De Dijk in de Ziggo Dome. Huub van der Lubbe, zanger en tekstschrijver, zit in de Jordaan op een bovenetage van een grachtenpandje. Sinds 25 jaar doet het dienst als kantoor, het kloppend hart van de band. De ruimte past bij De Dijk; geen opsmuk, geen moeilijk gedoe. Vintage bureaus, rommelige keuken. Op tafel liggen fotoalbums van trips naar Sint-Petersburg en Moskou, de muren zijn behangen met foto’s en gouden platen. “Die hangt mijn broer Hans op.” Hans, een jaar ouder en bassist van De Dijk, weet beter dan Huub hoe hij een boor moet hanteren. Hij repareerde onlangs ook de deurbel.

Van der Lubbe draagt een spijkerbroek en een zwart T-shirt. “Ik voel me niet bijzonder. Nou ja, ik bén natuurlijk wel bijzonder, heus wel, want wie is er nou de zanger van De Dijk? Maar je begrijpt wat ik bedoel.”

Bij veertig jaar De Dijk horen jaartallen, niet meteen Van der Lubbes sterkste punt. Als hij probeert terug te halen wanneer hij stopte bij Stampei, de voorganger van De Dijk waarin hij speelde met Hans en gitarist Nico Arzbach, twijfelt hij. 1978? 1979? Minder moeilijk is de datum van hun eerste concert. Die staat namelijk op een poster bij de ingang van het kantoor. Donderdag 1 oktober 1981, Raymond van het Groenewoud & The Centimeters in Paradiso, met De Dijk in het voorprogramma. Voor 7,50 gulden was je erbij.

Wat staat u nog bij van dat eerste optreden?

“Dat we nog geen drummer hadden. We waren met zijn vieren. Twee gitaristen, Nico Arzbach en Bert Stelder, en Hans en ik. Nico heeft een goed ritmegevoel, hij zat achter het kinderdrumstel van zijn oudste zoontje. Ik herinner me dat we op de rand van het podium stonden met achter ons, verborgen achter een doek, de instrumenten van Raymond van het Groenewoud. Je voelde het echte werk in je rug. Het ging niet slecht. We hielden er ook een drummer aan over, want Daniël Derks kwam erna naar ons toe. ‘Wat jullie doen, kan beter,’ zei hij. En dat was ook zo, al heeft Daniël niet heel lang bij ons gedrumd.”

Waarom begonnen jullie een band zonder drummer?

“Dat was toeval. We speelden alle vier in Stampei. Ik had daar rond 1980 niet zo’n zin meer in. Hans en ik woonden met onze broer Harald en een vriend op een woonboot in Amsterdam. Daar hoorde ik Nico, Bert en Hans repeteren. Na verloop van tijd heb ik geïnformeerd: jongens, jullie hebben nog geen zanger en tekstschrijver? Zij dachten al die tijd: waar blijft ie nou? Het leuke was, de buren vonden het prima. Nooit klachten gehoord over de klereherrie.”

De definitieve vorm kreeg De Dijk in 1983, toen Stelder was vertrokken en drummer Antonie Broek zich bij de band voegde. “Antonie bemoeide zich meteen met ons geluid; hij is later niet voor niets ook onze producer geworden. Hij kwam al snel met Pim Kops, onze toetsenist.” De vijf zijn nog altijd de kern van De Dijk, die sinds jaar en dag wordt gesteund door blazers en gitaristen. In veertig jaar trad de band meer dan drieduizend keer op.

Een optreden van De Dijk tijdens het tv programma Snuiters, 12/11/1985  Beeld ANP / Hollandse Hoogte
Een optreden van De Dijk tijdens het tv programma Snuiters, 12/11/1985Beeld ANP / Hollandse Hoogte

Waar hebben jullie het vaakst gespeeld?

“Paradiso, denk ik. Daar hebben we 79 keer gestaan, dat is laatst eens uitgezocht. En van Tivoli in Utrecht hebben we een oorkonde voor 75 optredens gehad.”

Nooit een baaldag?

“Natuurlijk was er weleens een dag waarop iets mij uit het lood had geslagen. Maar het publiek mag dat niet merken. We hadden en hebben altijd zin om op te treden. Omdat dat mij ook hielp bij het kwijtraken van frustraties of verdriet. Bovendien komen de mensen niet naar een concert voor mijn shit. Ze hebben hun eigen problemen.”

Waar bent u het meest trots op?

“Dat we dit al zo lang volhouden. Tot genoegen van onszelf, maar ook van de mensen. Ik denk: hebben jullie het niet allemaal inmiddels gezien en gehoord? Maar nee, we vieren dit jubileum. Daar kan ik me wel over verbazen, blijkbaar doe je dan toch iets goed. Veertig jaar, wie kan dat zeggen? Golden Earring, Normaal, maar verder…”

Golden Earring stopte dit jaar omdat George Kooymans ziek werd en de anderen zonder hem niet verder wilden. Zou dat bij De Dijk ook zo gaan?

Aarzelend: “Dat weet ik niet. Het is om te beginnen werk. Wij zijn misschien niet zo hecht als Golden Earring. Zijn we collega’s of vrienden? Dat loopt voor mij in elkaar over. Op elkaars verjaardagen komen we niet; we zien elkaar al zo vaak dat dat voor mij ook niet hoeft. We zijn drie, vier keer per week onderweg naar optredens en vaak midden in de nacht pas weer thuis. Ik denk dat je in die zin wel van vriendschap kan spreken.”

Is er nooit ruzie?

“Natuurlijk wel, muziek maken is emotioneel. Maar we maakten het nooit persoonlijk. Discussies gingen om de volgorde van de liedjes die we zouden spelen of hoe we een bepaald nummer zouden opnemen. Als je die andere jongens vraagt wat het belangrijkste is in hun leven, zeggen ze net als ik eerst ‘vrouw en kinderen’ en meteen daarna ‘muziek’. Alles wat daarmee te maken heeft, ligt gevoelig.”

Uw dochter Mira is nu 34. Ging haar opvoeden samen met een rockersbestaan?

“Jawel, het scheelt dat mijn vrouw als toneelregisseur ook gewend was aan ’s avonds en in het weekend werken. Ik heb Mira weleens gevraagd hoe zij dat heeft ervaren. Ze had zich geen gelukkiger jeugd kunnen voorstellen, zei ze. Kwamen we er thuis echt niet uit met onze schema’s, dan ging Mira met mij mee. Dan arriveerden we bij pakweg Nighttown in Rotterdam en zei ik tegen de portier: dit is Mira, mijn dochter. Wil je op haar letten? En tegen haar zei ik: hij is de baas vanavond. Ze was zes, zeven jaar. In onze kleedkamer stond een bedje waarin ze kon slapen, maar dat kwam er nooit van. Natuurlijk hielden meer mensen een oogje in het zeil. Iedereen vond het leuk, zo’n klein meisje in een T-shirt van De Dijk.”

Tien jaar terug, toen de band met de Amerikaanse soullegende Solomon Burke werkte, gloorde even een tournee in de VS. Maar Burke overleed, nota bene toen hij landde op Schiphol voor een show met De Dijk. De droom werd een desillusie. In oktober 2011 zei Van der Lubbe in een interview: ‘Ik wil zo geen tien jaar verder.’ Hij lacht als hij aan die uitspraak wordt herinnerd. “Ik ben nog steeds zanger van De Dijk. We hebben in die tijd wel nieuwe dingen gedaan om het leuk te houden, zoals een theatertour en een tournee met het strijkersensemble van Amsterdam Sinfonietta.”

Gaat De Dijk de vijftig halen?

“We moeten eerst maar eens uit die coronacrisis komen. We hebben 38 jaar zo’n drie keer per week gespeeld. Nu denk ik: waarom ben ik me er al die jaren niet bewuster van geweest hoe speciaal dat was? De toekomst, die is nu nog niet aan de orde. Laat het eerst maar eens worden zoals het was.”

Van Huub van der Lubbe verscheen in september Vlooienmarktdandy, een bundel van liedteksten en gedichten, Nijgh & Van Ditmar, €22,50. De Dijk staat vanavond en morgen om 20.00 uur in de Ziggo Dome.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden