PlusReportage

65 jaar Martin’s Avondwinkel: voor een praatje en een fles rosé

Martin’s Avondwinkel is al jaren een populair adres voor een vergeten boodschap of extra fles wijn in de late uurtjes. Zaterdag bestaat de zaak 65 jaar.

Martin (l) en zijn broer Ron: ‘Vroeger verkocht je een fles whisky van 200 euro niet in deze buurt.’Beeld Dingena Mol

Om elf uur ’s avonds heeft de meeste bedrijvigheid de Jan van Galenstraat verlaten. Roerloze iepen tekenen zich af tegen de duisternis. Langzaam sluipt de opwinding van de nacht de straat binnen. Ter hoogte van Martin’s Avondwinkel krijgen de plannen vorm. Studenten parkeren druk pratend hun fiets bij het tl-licht van het raam. Daarboven staat in rode neonverlichte letters: ‘Martin’s Avondwinkel & Slijterij. Iedere avond open tot 01.00 uur.’

Mannen, veel van hen in trainingsbroek en op slippers, stappen binnen, op zoek naar bier en sigaretten. Onrust in hun tred. Een jonge vrouw in een glitterjurk speurt naar een fles rosé. Slechts een enkeling is het op dit late uur alleen om een kuipje smeerkaas te doen.

Achter de toonbank staan Martin Drent (51) en zijn broer Ron (56). Onmiskenbaar broers, de een – Ron – wat hoekiger geboetseerd dan de ander. Als de toeloop van klanten even stilvalt, zwijgen ze en weerklinkt alleen het brommen van de koelkasten. Nu en dan een blik op de spiegelende winkelruit. Voor hen de koelvitrine met bleke, bevroren kroketten, frikandellen, nasischijven en gegrilde kippen, omringd door decoratieve kunstslablaadjes.

Drent herschikt wat bierflesjes. “Na vijftig jaar heb je elkaar niet meer zoveel te vertellen,” zegt hij lachend met een knikje naar zijn broer, die sinds negentien jaar bij hem werkt.

Het drankmagazijn.Beeld Dingena Mol

Appeltaart en oliebollen

Martin Drent vond in 1986 een baantje bij de avondwinkel, die toen nog in handen was van Anton Faas. “Ik was 17 jaar en net van school.”

Drent ging er niet meer weg. In 2010 nam hij de zaak over van Faas. “Ik ben de derde eigenaar. Jan de ­Koning begon ermee in 1955 en vanaf 1967 kwam Faas erin. Op 10 augustus bestaat de zaak dus 65 jaar. De zaterdag ­ervoor vieren we het jubileum. Slingers, ballonnen, partytent en gratis ijs voor iedereen,” zegt Drent. Bijna de helft van het jubi­leum staat op zijn naam.

Puk Voortman (68) woont om de hoek en komt al sinds 1971 bij de avondwinkel. Ze herinnert zich de komst van Martin nog goed. “Een broekie nog. Erg verlegen was ie vroeger. Dan stond ie zo met die oogies naar beneden te kijken. Dat is later wel bijgedraaid, hoor. Het is een schat van een jongen.”

Tegen het einde van de middag, als Drent de deuren opent, schuift Voortman vaak aan bij het driepersoons-terrasje voor de winkel. “Mijn man Jaap lustte wel een biertje en haalde hier vaak drie halve liters. Of zes. Hij was loodgieter en hielp Anton en Martin als er wat gerepareerd moest worden. Als ik snert maakte, zei Jaap altijd: ‘Breng ook wat naar die jongens.’ Roggebrood en spek erbij, anders was het niet goed. Ik deed het met liefde, hoor.”

De appeltaart die Voortman in september bakt, is een traditie geworden. “Zodra de goudreinetten er weer zijn, maak ik appeltaart voor de jongens. In ruil daarvoor krijg ik met oud en nieuw oliebollen.”

“Ronnie!” roept ze plotseling uitbundig, met een volume dat te luid lijkt voor de gereserveerde man in de winkel. Ron Drent steekt een hand op.

Binnensmonds pratend helpt hij klanten aan vergeten boodschappen, sigaretten en drank. Tegen een klant die mentholsigaretten wil hebben: “Menthol bestaat niet meer.” “Nee, maar met een smaakje dan?” probeert de jongeman. Zwijgend laat Ron het verzoek op zich inwerken.

Zijn broer Martin zal zo’n vraag onthouden. “Als mensen meer dan één keer om een product vragen, heb ik het de volgende dag.”

Vaste klant Puk Voortman in gesprek met Martin en zijn vriendin Brigitta (r).Beeld Dingena Mol

Met de tijd mee

Drent heeft de afgelopen decennia flink moeten knokken om de obstakels die zijn pad kruisten het hoofd te bieden. De verruiming van de openingstijden van supermarkten, de concurrentie met scherpere prijzen, vijf gewapende overvallen en recentelijk de coronacrisis.

Steeds verzon hij nieuwe dingen en speelde hij in op de vraag in een veranderende markt. Zo ging hij vers gesneden friet verkopen en voegde hij Surinaamse producten, chocoladetruffels en onlangs nog schepijs toe. Hij verrijkte het assortiment met lokale bieren, dure wijnen en whisky’s. “Vroeger verkocht je een fles whisky van 200 euro niet in deze buurt. Nu wel.”

Even lag de boel op z’n gat, in het begin van de intelligente lockdown. Maar toen Drent lange rijen voor de Albert Heijn aan de overkant zag staan, opende hij zijn winkel om twaalf in plaats van vier uur ’s middags. “Ik zette de etalage vol met wc-papier, pasta en rijst en zette er een bord bij: ‘Hier is ook wc-papier te koop.’ Het gaat nu beter dan ooit met de verkoop. Vooral studenten kopen vaker drank voor thuis.”

In 2014 kreeg hij er een slijterijvergunning bij. Sindsdien mag hij achter in het magazijn van de winkel sterke drank verkopen. Een smalle gang leidt naar die verborgen ruimte. “Die twee meter lange sluis moet je hebben, zodat mensen zich nog kunnen bedenken,” legt Drent uit. “Al doen ze dat niet vaak.” Meermaals begeleidt hij klanten naar zijn verleidelijke dranklokaaltje, waar meteen kan worden afgerekend. Na gedempt overleg keren de bezoekers terug met een in papier gewikkelde fles.

Twee vrouwen in zwarte, glimmende broeken trekken uitgelaten flessen wijn uit de koelkast. “We hebben vanavond een coronaproof Grease-feestje!” Ze maken een rondedansje. “Greased lightning!” joelen ze.

Wat ongemakkelijk slaat Ron hun heupbewegingen ­gade. Een voorzichtig lachje.

“Greased lightning, zou ik zeggen,” gromt hij als ze weer vertrekken.

“‘Een chagrijn’, zeggen mensen soms. Maar hij is gewoon geen spreker. Martin ook niet. Je moet ze kennen. Ze zijn hartstikke lief,” zegt Voortman.

Vier jaar geleden overleed haar man Jaap na een lang ziekbed. Steeds vaker zeeg ze toen neer in de kuipstoeltjes voor de winkel. Haar rode sigarettendoosje op ­tafel. Peuk in de metalen asbak. Uitblazen en praten over Jaap. “Daar heb ik veel steun aan gehad. Martin en ik kunnen lezen en schrijven met elkaar. We hebben samen zoveel meegemaakt.”

Troost

Zoals de vijf gewapende overvallen op de winkel, waarvan de laatste 30 december 2018 plaatsvond. Voortman is sindsdien dodelijk ongerust als ze politiesirenes hoort. “Dan ga ik op de veranda staan kijken waar ze naartoe rijden. Als ze maar niet bij Martin stoppen, denk ik dan. Ik ben opgelucht als het niet zo is.”

Drent spreekt er onderkoeld over. “Het hakt erin, maar de volgende dag begin ik toch gewoon weer. In het begin ben je nerveus bij elk scootertje dat stopt. Maar dat gaat langzaam over.”

Wat niet overgaat, is het verdriet om zijn gehandicapte dochter Mandy. Zes jaar geleden overleed zij na een fout in de zorginstelling waar ze verbleef. “Ze stikte in een stukje brood en kwam op de beademing terecht. Kort erna is ze overleden. Nou krijg ik het weer te kwaad.” Hij wendt zijn gezicht af.

Hoezeer het verdriet hem ook verscheurde, zijn avondwinkel bleef open. Het terrasje bood troost, als Voortman op rustige momenten aanschoof.

“Maar we maken ook leuke dingen mee, hoor,” zegt Voortman vlug.

“Weet je nog Martin, dat ik per ongeluk kerrie in plaats van kaneel in de appeltaart deed? Ik wilde geen nieuwe bakken en deed er heel veel rum bij om het te maskeren. Jaap zou niks zeggen, maar toen Martin de taart zat te eten, deed hij dat toch: ‘Heb je al verteld dat er kerrie in zit?’”

Drent knikt lachend, de tranen nog in zijn ogen: “Niks van gemerkt. Ik proefde alleen maar rum. Veel rum.”

Het terras van Martin’s Avondwinkel.Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden