Plus Achtergrond

45 jaar het Bimhuis: ‘Rare herriemuziek, roken en zuipen’

Una Bergin rende als meisje over de tribunes, Jim Glerum deed soms een tukje in de contrabashoes van zijn vader. Kinderen van muzikanten van het eerste uur over het Bimhuis, dat 45 jaar bestaat.

Beeld Hollandse Hoogte / Paul van Riel

Una Bergin (36), dochter van de in 2012 overleden tenorsaxofonist Sean Bergin, is zangeres. Jim Glerum (32), zoon van contrabassist Ernst Glerum, is televisiemaker. Beiden zijn kinderen van muzikanten van het eerste uur van het oude Bimhuis en waren eind jaren tachtig letterlijk kind aan huis op de Oude Schans. Als student verdienden ze bij in het nieuwe Bimhuis en ze traden er weleens op. Nu ze volwassen zijn, komen ze nog regelmatig naar de concerten.

Bergin herinnert zich dat ze als meisje van vijf overdag weleens meeging met haar vader als hij ging repeteren. ­Alles mocht. Rennen over de stalen banken op de tribune, aan de apparatuur zitten, zoveel drinken pakken als je wilde.

Glerum: “Er stond een koelkastje vol met blikjes cola en fanta, waar je gewoon iets uit mocht pakken.” Hij ging als kind regelmatig mee naar de repetities en concerten van zijn vader met het ICP-orkest. Zijn moeder, Yvonne Timmer, werkte overdag en verkocht ’s avonds cd’s in het winkeltje bij de ingang van het Bimhuis.

“Ik moest mezelf vermaken en verveelde me soms kapot, en ging dan maar een tukje doen in de contrabashoes van mijn vader. En die muzikanten maar rare herriemuziek maken en roken en zuipen. Maar er zaten wel leuke mannen bij het orkest. Han Bennink had veel trucjes. Dan legde hij brandende kranten tussen zijn hihat en veranderde zijn drumstel in een rookmachine.” “Ik moest ­altijd het woord ‘pannenkoeken’ op zijn drumstel naspelen, zegt Bergin.”

Zij debuteerde als zangeres in het oude Bimhuis. “Er was iemand jarig en zoals elke avond hingen alle muzikanten uit de scene aan de ronde bar. Mijn vader wilde per se dat ik iets zong. Hij had me thuis aan de piano een paar liedjes geleerd. Dat werd mijn eerste optreden.”

Theatrale improvisaties

Zonder gewichtig te doen over dat optreden kan Bergin wel zeggen dat het Bimhuis haar muzikaal heeft gevormd. “Thuis hoorde ik allerlei stijlen. Mijn vader draaide klassieke muziek en jazz, maar ook pop, Stevie Wonder, The Beatles. En in het Bimhuis kwamen al die invloeden terug in experimentele, avontuurlijke en vaak ook theatrale ­improvisaties van heel goede muzikanten. Mijn verbeelding werd daar enorm door geprikkeld. Ik herinner me cellist Tristan Honsinger, die tijdens zijn optredens opeens op de grond ging liggen of dingen riep, die voortdurend ontregelde.”

Glerum ging de muziek van zijn vader pas waarderen toen hij zelf als 16-jarige basgitaar ging spelen, omdat hij op school had gezien dat jongens die een muziekinstrument bespeelden binnen de kortste keren optraden met allerlei leuke zangeressen. “Ik heb mijn vader gevraagd me wat lessen te geven. En inderdaad, binnen twee maanden stond ik ook met leuke zangeressen te spelen. Helaas had ik niet de oren van mijn vader.”

Saxofonist Archie Shepp en pianist Misha Mengelberg in de kelder van het oude Bimhuis, vlak voor een optreden ter ere van de sluiting, 2004. Beeld Hollandse Hoogte / Paul van Riel

De beginjaren hebben ze niet meegemaakt. Maar ze hoorden de verhalen natuurlijk van hun ouders, die bij elk lustrum van het Bimhuis, nu het negende, naar boven ­komen. Verhalen over hoe saxofonist Hans Dulfer en trombonist Willem van Manen een onderkomen vonden voor de Beroepsvereniging van Improviserende Musici (Bim) in de lege toonzaal van Sprij Meubelen op de Oude Schans.

Er was geen geld, dus de musici moesten alles zelf doen. Horecaman en jazzliefhebber Henk Elzinga ging achter de bar staan, saxofonist en klarinettist Willem Breuker peuterde geld los bij fondsen en stichtingen, Dulfer had dankzij de jazzavonden die hij in Paradiso had georganiseerd een enorm netwerk in de muziekwereld. Pianist Misha Mengelberg was een manusje van alles. Willem van ­Manen ontfermde zich over de financiën en het reilen en zeilen in het gebouw.

Smerig tapijt

Dat gebouw had nog het meest weg van een vieze parkeergarage, met een bar waar je soep van kon trekken en een extreem smerig tapijt. Je hoorde er vooral idiote piepkraakmuziek en improvisatie zonder regels, die met veel enthousiasme werd gespeeld door de Bim-muzikanten zelf. De pauzes konden uren duren, net als de concerten. Maar er bleek publiek voor te zijn. Er was elke week wel een avond waarop er 200 à 300 man in de zaal zat.

Mede dankzij de internationale doorbraak van Hans Dulfer, Willem Breuker en Misha Mengelberg met zijn ­Instant Composers Pool werd een nieuw publiek aangesproken. Na een grote verbouwing in 1984 kreeg het pand bovendien iets meer allure, al stonk het er nog altijd naar verschaald bier.

Huub van Riel die later directeur werd, maar toen nog ­alleen de programmering deed, wist grootheden zoals Art Blakey, Eric Dolphy en Jaco Pastorius binnen te halen. Het niveau van de muzikanten steeg ook, mede door de komst van opleidingen lichte muziek. Michiel Borstlap, Eric Vloeimans en Benjamin Herman timmerden aan de weg en traden op.

Het Bimhuis in 1974, aan de Oude Schans. Beeld Pieter Boersma

Tegen die tijd studeerde Una Bergin zang aan het conservatorium. Ze was met haar medestudenten steevast elke dinsdagavond te vinden in het oude Bimhuis. Arnold Dooyeweerd gaf dan eerst een improvisatieworkshop en daarna volgde een jamsessie. “Ik zong weleens mee, maar kwam ook voor de gezelligheid.”

Ze zag er optredens die ze nooit meer zal vergeten. “Ik heb heel mooie herinneringen aan de avond waarop mijn vader de Boy Edgar Prijs kreeg uitgereikt, in 2000, met een groot concert eromheen. En ik herinner me ook een ­magisch concert van saxofonist Lee Konitz.”

Jim Glerum weet nog dat zijn literaire held Remco Campert optrad met gitarist Corrie van Binsbergen. “Fantastisch was dat.”

Toen het Bimhuis in 2004 verhuisde naar het gebouw aan het IJ was niet iedereen daar even blij mee. Glerum: “Het was dan ook nogal een overgang. De ingang van het oude Bimhuis bereikte je via een sjofel trappetje en dan moest je je door de ingang wurmen. Juist omdat het binnen zo’n rommeltje was, voelden de musici zich daar vrij om te doen en te laten wat ze wilden. Voor dat speelhol kwam vervolgens een imposant, gloednieuw gebouw in de plaats waar je de hoogte in moest om de ingang te bereiken, en waar alles schoon en netjes was.” Bergin: “Er mocht niet worden gerookt in de kleedkamers, maar dat deed de oude garde natuurlijk toch.”

Het gebouw aan de Piet Heinkade, sinds 2004 de locatie van het jazzpodium. Beeld Maarten Steenvoort

Bergin ging achter de kassa werken, Glerum in het cd-winkeltje bij de ingang in de zaal. Glerum: “Ik heb me door heel wat concerten heen geërgerd, maar móest wel in de zaal blijven zitten, anders werden die cd’s misschien gejat. Even vaak was een concert onverwacht goed, of volkomen maf zoals dat van een Noorse band die met maskers op de tent op stelten zette. Ik heb alle kanten van het muziekspectrum gehoord.”

Bergin kreeg in 2014 de kans om popavonden in de jazztent te programmeren. “Ik speelde met de band Snow­apple veel in popzalen en ergerde me vaak aan de half dove geluidstechnici die met subwoofers en veel bas vooral wilden zorgen voor een zo’n hard mogelijk geluid. De geluidstechnici van het Bimhuis hebben fantastische oren, zij zorgen ervoor dat het geluid zo transparant is dat je echt alles hoort.”

Nostalgisch

De popconcerten hadden twintig jaar eerder waarschijnlijk niet gekund. Toen Hans Dulfer destijds met jonge mensen uit de popscene ging spelen, was hij niet meer welkom in het – nota bene mede door hem zelf opgerichte – Bimhuis. Reden ook waarom dochter Candy lange tijd geen stap wilde zetten in de jazzclub. Inmiddels doet het Bimhuis jaarlijks mee aan het Amsterdam Dance Event. Op zaterdagen draait na de concerten een dj. Dulfer vierde zijn 75-jarige verjaardag in het Bimhuis met een gastoptreden van Candy en hij opent de concertreeks rondom de viering van het lustrum.

Sommige muzikanten van de oude garde zijn nog altijd nostalgisch over het oude gebouw, zegt Glerum. “De tap staat niet meer eindeloos open, om kwart voor één gaat de tent dicht. Maar vraag buitenlandse muzikanten naar hun speelervaring in het Bimhuis en ze zijn lyrisch. Ze krijgen lekker te eten, de kleedkamers zijn verzorgd, de akoestiek is geweldig, de zaal is afgesloten van de bar, dus je hoort geen gerinkel van glazen en de geluidstechnici zijn fenomenaal. Uiteindelijk gaat het toch om de muziek.”

Twee generaties op het Bimhuispodium: Jim Glerum met zijn vader Ernst (boven) en Una en Sean Bergin. Beeld Francesca Patella

Feestmuziek

De feestdriedaagse trapt vandaag af met Dulfer lookin’ back to the future! Medeoprichter Hans Dulfer blikt terug op die allereerste concertavond: 1 oktober 1974. Hij doet dat met Nippy Noya – volgens Dulfer de meester onder de percussionisten. De tweede dag staat in het teken van internationale vernieuwing, waar het Bimhuis sinds 1974 patent op heeft, met een dubbelconcert van Sofia Rei & J.C. Maillard en Hermia/Darrifourcq/Ceccaldi.

Op 12 oktober maakt Oscar Jan Hoogland met 12 musici (o.a. Benjamin Herman, David Kweksilber en Felicity Provan) tijdens A Trip Through The Years een reis langs de brede waaier aan muziek die het Bimhuis heeft gevormd tot wat het nu is.

Op zondagmiddag 13 oktober presenteert Nate Chinen, muziekjournalist van onder meer The New York Times, zijn boek over jazz in de 21ste eeuw, Playing Changes: Jazz for the New Century.

www.bimhuis.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden