Mo

PlusAchtergrond

25-jarige KFC-uitbater: van kip­marineerder tot jongste filiaalmanager

MoBeeld Marjolein van Damme

Het leven had heel anders kunnen lopen voor Mohammed Darabyou (25). Hij groeide op in een achterstandswijk in Noord en was op zijn vijftiende geen onbekende van de politie. Inmiddels runt hij twee filialen van fastfoodketen KFC. ‘Je hebt mensen nodig om je heen die in je geloven.’

Het gezin Darabyou heeft net ontbeten in de gezins­woning in Banne 1 in Noord. Hun schoenen staan in de gang, klaar om aangetrokken te worden om naar het werk te gaan. Vader Najim werkt als shiftleader bij KLM Catering, moeder Horia werkt als kraamverzorgster in het VU, dochter Ikrame (21) is ambtenaar bij stadsdeel Buitenveldert/Zuidas op de afdeling Immigratie. Haar zus Sarah (18) werkt bij een callcenter en start binnenkort met de opleiding tot dokters­assistente. Jongste dochter Samya (15) zit nog op school, ze doet de havo. 

De oudste van de vier kinderen, Mohammed (25), rijdt straks in zijn Mercedes Benz A-Klasse naar Osdorp, waar hij filiaalmanager is bij KFC. Daarna rijdt hij door naar Alkmaar, waar hij nog een filiaal van de fastfood­keten runt. In de tien jaar die hij nu bij KFC werkt, is hij opgeklommen van kip­marineerder tot de jongste filiaalmanager ooit bij het bedrijf in Nederland. Vanaf november krijgt hij het nog drukker; dan wordt hij regiomanager van in totaal vijf vestigingen en geeft hij leiding aan 150 medewerkers.

Grauwe flats

Het leven van Mohammed Darabyou had ook een heel andere wending kunnen nemen. Hij groeide op in Banne 2, in Noord, een wijk vol werkloosheid en armoede, met grauwe flats waar jongeren de hele dag op straat hangen en de buurthuizen al lang geleden zijn wegbezuinigd. 

Darabyou: “Na school en in het weekend was ik altijd te vinden op pleintjes in de buurt. Voor jongeren was er niks te doen. Uit verveling haalden we kattenkwaad uit, maar het ging steeds een stapje verder. De groepsdruk is groot. Belletje lellen wordt op een gegeven moment saai en de drempel om criminele dingen uit te halen was veel lager dan die om iets positiefs te doen met je leven. Je raakt er makkelijk in verstrikt. Ik was ook geen lieverdje. Op mijn vijftiende was ik al meerdere malen met de politie in aanraking geweest voor allerlei vergrijpen, waaronder inbreken. Ik heb veel spijt van de verkeerde dingen die ik heb gedaan. Ik herken mezelf echt niet meer in de persoon die ik toen was.”

Terwijl zijn vrienden steeds dieper verzeild raakten in de criminele wereld van het snelle geld, stelde een buurjongen aan Darabyou voor om, net als hij, bij KFC te gaan werken. “Ik solliciteerde en werd direct aangenomen. Ik had al vaker geprobeerd om een baantje te krijgen, bijvoorbeeld als vakkenvuller, maar vaak werd ik niet eens uitgenodigd voor een gesprek. Het adres Banne 2 was meestal geen aanbeveling op een cv, net zomin als een Marokkaanse achternaam. Bij KFC kreeg ik voor het eerst de kans om te laten zien wat ik kon.”

Zussen Ikrame (l) en Sarah over hun broer: ‘Hij moedigt ons aan onze dromen te volgen.’Beeld Marjolein van Damme

“Ik leerde er allemaal mensen kennen uit verschillende culturen: Nederlanders, Surinamers, Chinezen, Antillianen, Afrikanen. Ze waren als een tweede familie voor me. Na het werk bleef iedereen nog altijd even hangen, zo leuk hadden we het samen. Mijn blik verruimde en ik veranderde langzaam. Na het uitzichtloze hangen op straat en criminele dingen doen, ontdekte ik dat ik gelukkig werd van hard werken en mezelf ontwikkelen. Van mijn manager kreeg ik de mogelijkheid om allerlei cursussen te doen en zo te kunnen groeien. Ze gaven mij vertrouwen en zorgden ervoor dat ik ging geloven in mezelf.”

Op zijn achttiende was hij de jongste shiftleader bij KFC in Nederland. “Uiteindelijk had ik het zo druk met mijn werk dat ik in het derde jaar gestopt ben met mijn mbo-studie bedrijfsleider/ondernemer. Toen ben ik fulltime bij KFC aan de slag gegaan.”

Trotse jeugdvrienden

Na de basisschool ging Darabyou naar het vmbo om elektromonteur te worden, maar als kind had hij heel andere dromen. ­Moeder Horia moet lachen als ze eraan terugdenkt: “We woonden in een flat op driehoog en als de grasveldjes voor de deur werden gemaaid keek hij altijd vol bewondering naar de mannen op de maaier. Dan zei hij: ‘Mama, ik wil later grasmaaier worden!’”

Moeder Horia: ‘We zijn een heel hecht gezin.’Beeld Marjolein van Damme

Als hij zijn jeugdvrienden nu tegenkomt, laten ze merken dat ze trots op hem zijn. Darabyou: “Ze keken tegen me op toen ik op mijn achttiende manager werd. ‘Deze man is goed bezig,’ zeiden ze. Ze zijn blij dat ik op een eerlijke manier mijn geld verdien. De criminaliteit lijkt een makkelijke manier om snel veel geld te verdienen en veel jongeren denken dat een opleiding of een gewone baan voor hen niet haalbaar is. Als je eenmaal in dat leven zit, is het lastig om er weer uit te komen. Ze weten dat ze fout bezig zijn en hebben altijd de stress om opgepakt te worden.”

Praatje met de politie

Veel jongens uit zijn oude buurt hebben nu eenmaal minder kansen gekregen dan hij, zegt Darabyou. “Je hebt rolmodellen nodig, mensen om je heen die bereid zijn in je te geloven, die je helpen je talenten te ontdekken. Ik heb de kans gekregen op een ander leven, maar het is lastig om iets van jezelf te maken als je van kleins af aan te horen krijgt dat het toch niks gaat worden. Je gaat daar in geloven en je er ook naar gedragen. Natuurlijk ben jij het zelf die de foute keuzes maakt; het is niet de schuld van een ander. Maar het helpt niet als niemand in je omgeving positief over je is, niet op school en niet op straat.”

“Politie en straatcoaches verdiepen zich vaak niet in de jongeren die ze tegenkomen. Ze vragen om je legitimatie, niet hoe het met je gaat. Toen ik net bij KFC werkte, waren er twee agenten in de wijk die mijn naam kenden en die altijd een praatje met me aanknoopten. Ze toonden interesse en vroegen wat ik aan het doen was. Zij maakten echt het verschil. Door hen ging ik me ervoor schamen me weer te laten oppakken.”

Mohammed Darabyou aan het werk bij KFC in Osdorp, een van de twee filialen die hij leidt. Beeld Marjolein van Damme

Darabyou heeft vooral veel geluk gehad met zijn ouders, zegt hij: “Ze spreken Nederlands, het zijn slimme mensen, ze werken allebei en ze zijn altijd betrokken geweest. Ze hebben mij en mijn zusjes altijd gepusht om het juiste te doen en ­gingen over alles met ons in gesprek.”

In veel gezinnen was de situatie wel anders. “De ouders van vrienden waren ook allemaal goede mensen, maar ze spraken de taal niet en wisten de helft van de tijd niet wat er zich buiten afspeelde. Als ik om tien uur ’s avonds nog niet thuis was, stapte mijn vader op de fiets om mij in de buurt te gaan zoeken en moest ik mee naar huis komen. Andere jongens werden niet opgehaald, zij waren de hele nacht op straat.”

Iets meer je best doen

De ouders van Darabyou leerden elkaar kennen tijdens een vakantie in Marokko. Moeder Horia is geboren en getogen aan de Amsterdamse Overtoom. De zomers bracht ze met het gezin door bij haar familie in Nador, in het noorden van Marokko. Economiestudent Najim was de buurjongen. De twee werden verliefd, trouwden en kregen jong kinderen. Horia: “We zijn een heel hecht gezin, een echt praatgezin ook. We bespreken alles samen. Ook nu Ikrame getrouwd is en niet meer thuis woont maar in West, komt ze nog vaak eten ’s avonds. We kunnen nooit lang zonder elkaar.”

Vader Najim: ‘We moeten er met z’n allen iets leuks van maken.’ Beeld Marjolein van Damme

“We kunnen niet met en niet zonder elkaar,” valt Ikrame haar moeder bij. Over Mohammed hebben ze zich wel zorgen gemaakt tijdens de pubertijd. “We waren heel blij toen hij een baantje bij KFC kreeg, het hield hem letterlijk van de straat,” ­vertelt zijn vader. “Voor zijn zusjes is hun oudere broer een voorbeeld. Sarah: “Hij heeft ons laten zien dat als je iets echt wilt, alles mogelijk is.” 

Ikrame: “Dat mijn broer al zoveel heeft bereikt op zijn leeftijd, motiveert mij om ook hard te werken. Als je van een andere afkomst bent zul je altijd net iets meer je best moeten doen om te komen waar je wilt zijn. Dat is niet erg, je wordt er alleen maar sterker van. Mohammed is als oudste jongen in het gezin altijd beschermend naar ons geweest, maar nooit bezitterig. Hij moedigt mij en mijn zusjes aan om onze dromen te volgen.”

Halal

Zijn familie komt weleens bij de KFC, voor een kop koffie of een milkshake, maar de beroemde bucket moeten ze overslaan – de kip is nou eenmaal niet halal. Voor het raam hangt nog een slinger van het Offerfeest en in de hal hangen ingelijste spreuken uit de Koran over ouders: ‘Onze ouders: de enige mensen die meer van ons houden dan van zichzelf. De mensen die hun leven zouden geven voor ons. Moge Allah, geprezen en verheven is Hij, onze ouders de hoogste rang in het paradijs schenken. Amien.’ 

Het geloof speelt een belangrijke rol in de opvoeding. Vader Najim: “Het is voor ons een manier om bepaalde normen en waarden door te geven. We vinden het belangrijk dat onze kinderen iedereen gelijk behandelen en niemand veroordelen. We moeten er met z’n allen iets leuks van maken.”

Beeld Marjolein van Damme

Op de meeste dagen rijdt Darabyou wel drie keer op en neer tussen Osdorp en Alkmaar voor zijn werk. Hij stapt in zijn glimmende Mercedes. “Deze auto was een verjaardagscadeau voor mezelf,” zegt hij. Ik heb mijn Volkswagen Golf ingeruild, daar een flink bedrag voor gekregen. En ik heb nog 10.000 euro zelf betaald; geld dat ik de afgelopen jaren gespaard heb. De auto is voor mij vooral een symbool dat het goed met mij gaat, maar dat ik mezelf wil blijven motiveren om hard te werken. Ik wil nog meer leren en blijven groeien binnen KFC. Dat ik nu de mogelijkheid heb gekregen regiomanager te worden van vijf filialen is fantastisch.”

Geknokt

Bij KFC solliciteren jongeren in wie ­Darabyou zichzelf herkent. “Ik geef ze de mogelijkheden die ik ook heb gekregen en steek veel energie in ze door met ze te ­praten. Als Mo, niet als hun leiding­gevende. Ik wil ze graag vooruit helpen, ze laten inzien dat ze zelf een positieve draai aan hun leven kunnen geven. Met mijn verhaal hoop ik ze te kunnen inspireren anders te gaan leven, maar uiteindelijk moeten ze het natuurlijk zelf doen. Ik heb er ook voor geknokt om te komen waar ik nu ben.”

“Mijn droom is om ooit zelf een succesvolle fastfoodketen te hebben en een boek of een documentaire uit te brengen waar jongeren zich in herkennen, en waarmee ik ze kan helpen het beste uit zichzelf te halen. Ik ga binnenkort succesvolle jongeren interviewen op mijn Instagram- en YouTubekanaal.

Beeld Marjolein van Damme

Onlangs werd een nieuwe KFC-campagne gelanceerd: United by the Bucket, met daarin ook een rol voor ­Darabyou. Iedereen is hier welkom, ongeacht af­komst of achtergrond, legt hij de boodschap uit. “We doen het met z’n allen, of je nu zwart, geel of wit bent, op vrouwen valt of op mannen, we maken geen onderscheid.” In het filiaal in Alkmaar werkt ­Darabyou met vluchtelingen die in het azc wonen. “Ik voel me verantwoordelijk deze mensen bij de samenleving te betrekken. Ik ben er ook trots op dat we de eerste fastfoodketen in Europa zijn die de Better Chicken Commitment heeft getekend, waarmee we het dierenwelzijn kunnen garanderen.”

Doelen bereiken

Als ­Darabyou aankomt bij het filiaal in Osdorp is het nog rustig, maar over een uur is het lunchtijd en dan barst de drukte los. In de keuken staan de buckets voor de kip opgestapeld. Enthousiast begroet ­Darabyou een van de werknemers, de Tunesische Lamine Selmi (32): “We zijn allemaal heel trots op deze jongen, hij heeft al zoveel stappen gezet. Elke maand hebben we een meeting met Mo waarin hij het werk met ons bespreekt. Als je slordig bent of fouten maakt kan hij heel streng zijn, maar hij benadrukt vooral wat er allemaal goed gaat.” ­Darabyou: “Of je hier nu een vakantiebaantje hebt of jarenlang in dienst bent, als je vertrekt wil ik dat je iets hebt opgestoken over hard werken en samen doelen bereiken.”

Danilvo Pinas (19) is nog maar net in dienst: “Dit is mijn vierde dag hier. Ik werk hier tot ik een keuze heb gemaakt welke vervolgopleiding ik wil doen, mode of beveiliging. Het is hier aangenaam gezellig, er wordt veel gelachen. Mo is de baas, maar zo voelt het niet.” Naast de Wall of Champions, met foto’s genomen tijdens uitjes met het team, hangt ook een foto van de medewerker van de maand, een ­initiatief van ­Darabyou. “How we win ­together en believe in all people zijn motto’s van dit bedrijf. Ze sluiten allebei helemaal aan bij hoe ik denk. Net als be your best self. Dat was ik vroeger niet, maar dat ben ik hier geworden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden