PlusReportage

17 dagen quarantaine in een studentenhuis: ‘We zetten voor iedereen bordjes klaar’

Dit studentenhuis in de Jacob van Lennepbuurt zit al 17 dagen in quarantaine.Beeld Nosh Neneh

Complete studentenhuizen gaan in quarantaine wanneer een bewoner positief op het coronavirus is getest. Hoe overleef je dat? En wat als de quarantaine steeds wordt verlengd?

Ze hebben een front gevormd, de drie blonde, nog coronavrije meiden in het huis van acht in de Jacob van Lennepbuurt in West. Sarah Julie Bronkhorst (19, student politics, psychology, law and economics) vertelt in een Zoomgesprek dat zij ‘echt geen corona mag krijgen’, net zo min als haar twee vriendinnen annex huisgenoten Lynne Vreeken (19, student geografie en planologie) en Tessa de Ruijter (19, student pedagogische wetenschappen), die naast haar zitten. “We zitten hier al de hele week met z’n drieën op de bank.”

In hun huis van vijf verdiepingen werkt het zo: hoe hoger je in het gebouw komt, hoe hoger het aantal coronabesmettingen en hoe hoger het aantal brunettes, dus noemt het coronavrije front beneden zich de ‘blonderbouw’. Boven in het huis wonen de 21-jarige Sammie Geels, ironisch genoeg geneeskundestudent, en de 22-jarige student journalistiek Colette Wibaut. “Ik ben patient zero,” zegt Geels in hetzelfde Zoomgesprek, maar vanuit haar ­eigen kamer van drie bij vier meter.

Anderhalve week geleden hoorde Geels dat de vriend met wie ze wat gedronken had, positief op het coronavirus was getest. Ze ging meteen in ‘kamerquarantaine’ en kwam haar kamer niet uit – gelukkig heeft ze een eigen wc. Twee dagen later verdwenen haar reuk- en smaakvermogen. “Toen heb ik een test ingepland. Een dag later kreeg ik koorts.”

De testuitslag was dan ook niet verrassend: ­positief. “Het eerste wat je dan voelt, is het schuldgevoel naar je huisgenoten, alle mensen die door jou in quarantaine moeten,” zegt Geels. Vonden haar huisgenoten dat schuldgevoel terecht? “Nee!” schreeuwen de studenten in koor via het beeldscherm. Het luidde desalniettemin een quarantaine van tien dagen in voor het huis, en die wordt telkens verlengd.

Uitgeput

Twee dagen na Geels’ uitslag ontwikkelde Wibaut namelijk klachten. “Toen Sammie die positieve test kreeg, dacht ik: laat ik de keelpijn die ik heb wat serieuzer nemen. En ook ik voelde me op de dag van de test wat minder goed.” Maar koorts of verlies van reuk en smaak? Dat bleef gelukkig uit. Wel was ze sneller uitgeput dan normaal. “Gelukkig kun je op tien vierkante meter niet zo veel doen om jezelf uit te putten.”

Terug naar het front, de blonderbouw dus of ‘Supreme Blondines’. Oorspronkelijk bestond dat front uit vier huisgenoten, maar een ervan is intussen toch besmet ­geraakt. En na diens positieve test blijkt dat het huis nóg langer op slot moet: in totaal zeventien dagen quarantaine, zo niet langer wanneer huisgenoten klachten blijven houden.

Pedagogiekstudent De Ruijter, nog altijd coronavrij, voelt zich de laatste dagen weleens Assepoester, zegt ze. “Onze huisgenoten in quarantaine moeten natuurlijk ook eten, dus dan gaan wij de keuken in. En dan krijg je allemaal appjes over wie wat wil eten.” Toen rekening houden met alle eisen te veel gedoe werd, is besloten dat de zieke huisgenoten enkel tussen bepaalde tijdstippen mogen ­bestellen. “De bordjes zetten we dan voor ze klaar, alsof we een cateringbedrijf runnen.”

Het front doet overigens zelf boodschappen: van de GGD mogen de coronavrije huisgenoten kort het huis uit, maar dan wel met mondkapje.

Student Bronkhorst heeft leren koken door de quarantaine, vertelt ze. “Vandaag heb ik een heerlijke couscous met zalm en broccoli gemaakt die me anders nooit was gelukt.” Wibaut, die door het videogesprek heen roept: “Ja, Saar heeft me ooit opgebeld toen ik bij m’n ouders was omdat ze niet wist hoe ze couscous moest koken. Dus toen ze dit vanavond voor mijn neus zette, was ik best wel verbaasd.” Bronkhorst: “Ze wisten in eerste instantie ook niet wie het had gemaakt, dat hield ik expres stil in de huisapp.”

Dertig dagen quarantaine

Terwijl de studenten in de Jacob van Lennepbuurt er middenin zitten, zijn er ook studentenhuishoudens die al meerdere quarantaines achter de rug hebben. Zo geldt dat ook voor de 20-jarige Fleur Tomholt en 21-jarige Veerle van Doorn, beiden student communicatiewetenschappen, en de 20-jarige bedrijfskundestudent Yvette Janse.

Laatstgenoemde bivakkeert tijdelijk bij haar ­vader in Brabant – “met mijn stage is thuiswerken in een studentenhuis best rumoerig” – maar de andere twee zijn nog altijd bij hun vier huisgenoten in de Plantagebuurt.

Hun eerste quarantaine was nota bene op ­vakantie in Frankrijk, afgelopen augustus. “Gelukkig hadden we al heel veel boodschappen in het huis waar we zaten,” zegt Tomholt. Janse: “En zaten we in Frankrijk in een huis met zwembad, terwijl er in Nederland een hittegolf was.”

Ze wisten toen nog niet dat later nog twee quarantaines van tien dagen zouden volgen; in ­totaal waren ze zoet met dertig dagen quarantaine. Toch werden de huisgenoten na al die dagen samen niet gierend gek van elkaar. “Het versterkt juist je band,” zegt Janse. “Hoewel je veel op ­elkaars lip zit, ga je verhalen delen, houd je de moed erin door leuke spelletjes te doen en organiseer je soms gewoon een zuipavondje met het huis.” Tomholt: “Je hecht meer waarde aan de dingen waar je normaal geen tijd voor zou hebben.”

Plannen cancelen

Maar, zegt ze ook, stel dat er nog drie quarantaines volgen, dan wordt dat wel too much. Zij en haar huisgenoot Janse hebben het coronavirus ‘gelukkig’ al gehad. Tomholt had de twijfelachtige eer om in augustus de eerste te zijn. “Het was gek en ongemakkelijk om daarvoor uit te ­komen, het heeft toch een negatieve lading.” Heftige klachten had ze niet, behalve vermoeidheid en een aantal ­dagen koorts.

Janse voelde zich vooral schuldig. “Ik moest het in een appje zeggen, omdat ik al in mijn kamer in quarantaine zat. Iedereen moest al z’n plannen afzeggen. Ook mijn collega’s van kantoor moesten in quarantaine door mij. Dan denk je wel: fuck.” Haar huisgenoten kookten voor haar en zetten haar eten in de deuropening. “Maar op een gegeven moment heb je daar niet eens meer zin in, want je voelt je toch bezwaard.”

De bereidheid om offers voor elkaar te brengen, is groot, zegt Janse. Zo heeft ze tien dagen niet gedoucht omdat haar huisgenoten dan steeds de hele douche zouden moeten ontsmetten. En ze at alles. “Het maakte toch niet uit wat ik at, want ik proefde niks. Op een gegeven moment had een huisgenoot me bloemkool voorgeschoteld, terwijl ik dat haat, en zei ik: o ja prima, geef maar.”

In hun huis is nu de bijzondere situatie ontstaan dat de coronavrije student Van Doorn bij toekomstige quarantaines het zwaarst wordt belast. “Ik heb geen klachten gehad, maar ben wel continu in quarantaine geweest. En als dat straks weer moet, geldt dat niet voor het grootste deel van het huis, omdat die in elk geval de eerste maanden ­immuun zijn, maar wel voor mij.” Het betekent dat haar sociale leven nogal on hold staat.

De dames in de Jacob van Lennepbuurt waarschuwen ook voor de mentale gevolgen van de coronacrisis voor het studentenwelzijn. “Ons huis is een warm bad, maar er zijn ook veel Amsterdamse studenten die in huizen wonen waar dat niet zo is, of die in hun eentje in quarantaine moeten,” zegt Bronkhorst. “Het effect daarvan wordt echt onderschat in het coronabeleid.”

Bovendien, zegt Wibaut, hebben veel jongeren een merkwaardig soort mentaliteit ontwikkeld. ”Zo van: boeien als ik corona krijg. Maar ik kan je vertellen dat het echt geen pretje is.” Daardoor zijn de huisgenoten ook wat voorzichtiger geworden. “Ik ben liever een dag te lang in quarantaine dan dat drie mensen die eerst negatief testten straks ook corona hebben dankzij mij.”

Nog steeds is er het risico dat een van de drie overgebleven Supreme Blondines ook het virus oploopt. Wat gebeurt er dan? “Dan ga ik echt heel hard huilen,” zegt Bronkhorst, “dat mag niet.” De Ruijter weet wel een oplossing: “Dan moet je je haar bruin verven.”

Het studentenhuis in de Jacob van Lennepbuurt zit tot en met maandag in quarantaine – in totaal zeventien dagen. 

1,5 meter in een studentenhuis?
Eerder schreef Het Parool al over de moeilijkheden die studenten ervaren bij het hanteren van de anderhalve meterregel in een studentenhuis. In veel Amsterdamse studentenhuizen is het praktisch niet mogelijk om te allen tijde die afstand van elkaar te bewaren. Bovendien is het de vraag hoe effectief dat is, aangezien je van dezelfde borden eet en uit dezelfde glazen drinkt. Om die reden zal een studentenhuis dan ook snel met alle bewoners in quarantaine moeten wanneer iemand klachten ontwikkelt. ­Sommige huizen kiezen ervoor een ‘kamerquarantaine’ in te stellen.

Wat nogal eens voor gefronste wenkbrauwen zorgt, is dat personen die in aanraking zijn geweest met een coronapatiënt volgens het RIVM na het laatste contact tien dagen in quarantaine moeten. Personen met een positieve test mogen daarentegen drie dagen na de test al uit zelfisolatie als ze geen klachten hebben ontwikkeld. Het leidt ertoe dat het nog weleens een ingewikkelde rekensom is om te bepalen wie in het huis wanneer weer naar buiten mag.

En dan is er nog de juridische kwestie: is een studentenhuis nu een huishouden of niet? In het begin van de coronacrisis werden studentenhuizen niet als huishouden gezien en werd er incidenteel door de politie gehandhaafd op studentencampus Uilenstede. Later gaf Hubert Bruls, voorzitter van het Veiligheidsberaad, aan de Landelijke Studentenvakbond de garantie dat studenten in elk geval binnenshuis geen boete zullen krijgen voor het niet hanteren van de veilige afstand.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden