PlusReportage

100 jaar Nederlandse schrijvers aan de moppertafel: ‘Cafés als De Zwart zijn belangrijk voor de samenleving’

Café de Zwart viert zijn honderdjarig bestaan. Een schrijverscafé is het allang niet meer, maar dat mag de pret niet drukken. Gedronken wordt er nog genoeg. ‘Hier is iedereen welkom, zelfs een man als Theo Hiddema.’

Marcel Wiegman
‘Schrijverscafé’ Café de Zwart in de Spuistraat bestaat 100 jaar. 
 Beeld Jean-Pierre Jans
‘Schrijverscafé’ Café de Zwart in de Spuistraat bestaat 100 jaar.Beeld Jean-Pierre Jans

‘Herenpils’ dronk schrijver Adri van der Heijden in Café de Zwart, ‘Gods eigen knijp aan het Spui’. ‘Grote, koude glazen bier’ met ‘het bijna kauwbare schuim, waar De Z. het patent op heeft’.

Dinsdag viert het café zijn honderdjarig bestaan. Eigenlijk zijn 101-jarig bestaan, maar een kniesoor die daarop let. Vorig jaar gooide corona roet in het eten.

Een schrijverscafé heette De Zwart. Beter: Walhalla van de Grote Innemers. Vooral mannen. Een ‘bolwerk van het patriarchaat’, schrijft Liesje Schreuders in het jubileumboek. Je zou het ook een herensociëteit kunnen noemen.

Nog altijd hangt het dikke tochtgordijn voor de deur en ligt er Portugees mozaïek op de vloer. Geen muziek, sinds kort wel bitterballen. Een revolutie. De wijn is ook beter geworden sinds zich een nieuwe eigenaar heeft gemeld.

In de hoek, naast de toiletten, bevindt zich ‘de moppertafel’, aan de korte kant van de bar ‘de deathrow’. Vanwege de bejaarden die er overdag zaten.

Jan Siebelink

“Huize Avondzwart,” zegt Sjaak Priester (70), voormalig hoofdredacteur van Folia, frequent bezoeker sinds 1983 en lid van het feestcomité. “De enige levende schrijver die hier nu nog rondloopt is Allard Schröder.” Voor optimisme en ongebreidelde levensvreugde moet je nu eenmaal niet in De Zwart zijn. Gedronken wordt er nog wel genoeg.

In het boekenweekgeschenk Jas van Belofte uit 2019 laat Jan Siebelink de hoofdpersoon Loet IJzertje (in wie we de schrijver Louis Ferron herkennen) in ‘Het Wapen van Zwart’ over zichzelf en Siebelink zeggen: “Hier zitten twee echte schrijvers, enkele halve schrijvers en verder lieden die geen schrijver zijn, maar het wel denken.”

Aan de overkant van de Heisteeg is vanuit De Zwart Café Hoppe te zien. De Styx wordt het straatje ook wel genoemd, de rivier die de bovenwereld scheidt van de onderwereld. Hoppe, dat is voor het plebs, voor de blazers en parelkettingen. De Zwart is voor de intellectuelen en kunstenaars. Never the twain shall meet.

Willem de Zwart begon het café in 1921 in de bakkerij van Bertus Stracké, gespecialiseerd in ‘luilakbollen’. Willems zoon Dirk nam de zaak over, gevolgd door kleinzoon Onno. In 2000 doet die het over aan barman Bram Volkers en Evelien van Houten, die het twintig jaar later verkopen aan Jeroen van Huffel en zijn zus Mireille.

Zestig glazen per dag

In het jubileumboek memoreert uitgever Vic van de Reijt barman Freek Tepper, die ‘met zijn enorme buik precies achter de bar paste’. Bij zijn pensioen in 1985 gaf hij een interview in Het Parool. “Alcohol,” zei hij, “dat is een bepaald beroepsrisico, zoals een schoorsteenveger van het dak kan lazeren. Ik was echt geen zware bierdrinker, maar als je een glaasje of zes, zeven per uur drinkt en je maakt dagen van zestien uur, dan stelt zestig glazen per dag niks voor.”

De kop van het stuk: ‘Ze kwamen hier echt niet voor mij’. De Zwart had iets intimiderends, net als de legendarische barman Tepper zelf. Bij het raam zaten de schrijvers, aan de bar klitten de journalisten. Rond de moppertafel verzamelden zich de ambtenaren. Wethouders kwamen er ook, vooral van PvdA-huize. Als er in de Amsterdamse politiek wat te lekken viel, dan was dat bij voorkeur in De Zwart.

En altijd was het er druk, vooral op vrijdag aan het einde van de middag. Groepjes, die ‘als tandraderen in elkaar grepen’, schreef Van der Heijden in Asbestemming. ‘Met ellebogen en schouders elkaar aan het draaien brengend.’

Allemaal ego’s

In Het Parool beschreef Arielle Veerman, destijds de vrouw van schrijver Joost Zwagerman, haar eerste kennismaking in 1991: “Het was er stampvol en op de bar stond al veertien bier klaar. Hier waren mensen die wat te melden hadden. Maar toen kwamen de conflicten. Het waren toch allemaal ego’s die daar in die kleine ruimte om voorrang streden. Ze lazen alles van elkaar, heel nauwgezet. En dat werd vervolgens besproken. Ze vonden wat Joost deed nogal hijgerig. Op een gegeven moment was er openlijke vijandigheid. Het is kapotgegaan aan achterdocht en afgunst.”

Zwagerman zelf liet De Zwart figureren in de verhalenbundel Het jongensmeisje, als een café vol zuipende ‘schrijverds’ en ‘subsidiegeteisem’. Hij fantaseert hoe het voor 7,5 ton in handen komt van pornoboer Sjors, die er een ‘White Palace’ van wil maken met volop drugs en geile party’s.

Wat is er in werkelijkheid over van Café de Zwart? “Een klassiek café,” zegt eigenaar Jeroen van Huffel. “Een iconisch café. Zo vaak worden die niet te koop aangeboden. Ik dacht twee jaar geleden: soms zijn er dingen in het leven die je niet mag laten lopen.”

En nee: hij is niet van plan ‘er een ijssalon van te maken’.

Links: Jeroen van Huffel, sinds twee jaar eigenaar van Café de Zwart, samen met zijn zus Mireille. Beeld Jean-Pierre Jans
Links: Jeroen van Huffel, sinds twee jaar eigenaar van Café de Zwart, samen met zijn zus Mireille.Beeld Jean-Pierre Jans

Vrouwen

De Zwart is toch wel degelijk veranderd met de komst van Huffel en zijn zus, vindt Heide Jeuken, die acht jaar geleden is komen overlopen van Hoppe en nu ook deel uitmaakt van het feestcomité. Aardiger geworden. Met een gemengder publiek. “Het personeel vertoont een zorgzaamheid die je nergens anders vindt.”

Priester: “En discretie, niet te vergeten.”

Jeuken: “Maar je ziet hier gelukkig nog steeds niemand op zijn mobiele telefoon.”

Priester: “Cafés als De Zwart zijn belangrijk voor de samenleving. De mensen ontmoeten elkaar niet meer. Je bent meteen elkaars vijand. Hier niet. Hier is iedereen welkom, zelfs een man als Theo Hiddema.”

Jeuken: “Veel vrouwen komen er alleen nog niet.”

Priester: “Omdat wij zulke onaantrekkelijke mannen zijn waarschijnlijk.”

Jeuken: “Als vrouw word je hier behoorlijk genegeerd. Ik vind dat eigenlijk wel prettig.”

Café de Zwart viert zijn jubileum op dinsdag 22 november vanaf 18.00 uur in het café met onder meer een feestrede door Vic van de Reijt, de presentatie van het boek Honderd jaar Café de Zwart en de première van een speciale compositie door pianist, filmcomponist en stamgast Loek Dikker: de Ba Bar Belle Blues.

Om 14.00 uur is er schuin tegenover De Zwart in Spui25, het debatcentrum van de UvA, een speciaal ‘Amsterdams Kroeggesprek’ over de rol van het café in de stad.

Vaste bezoekers van Café de Zwart: v.l.n.r. schrijvers Jean-Paul Franssens, A.F.Th. van der Heijden en Cees Nooteboom, in 1998. Beeld Klaas Koppe/De Beeldunie
Vaste bezoekers van Café de Zwart: v.l.n.r. schrijvers Jean-Paul Franssens, A.F.Th. van der Heijden en Cees Nooteboom, in 1998.Beeld Klaas Koppe/De Beeldunie

(Voormalige) stamgasten

Adri van der Heijden (1951), schrijver. De onomstreden keizer van De Zwart, compleet met eigen hofhouding. Speciaal voor hem trok het café jarenlang fans ‘uit de provincie’. Sinds het overlijden van zijn zoon Tonio in 2010 komt hij niet meer.

Johannes van Dam (1946-2013), culinair journalist, gevreesde restaurantcriticus van Het Parool. Maakte vanuit zijn huis aan de overkant dagelijks de gang naar zijn stamcafé, om er een kopje heet water te bestellen voor zijn zelf meegebrachte zakje thee.

Hafid Bouazza (1970-1921), schrijver en liefhebber van absint. Liet zich in De Zwart graag ‘een ontbijt in rood voorzetten’ door de ‘kastelein in smetteloos hemd’. Hij stond er bekend als ‘de mooie man’.

Joost Zwagerman (1963-2015), schrijver en essayist. Liet zijn fantasie de vrije loop toen hij in verhalenbundel Het jongensmeisje bedacht dat het café een wit paleis moest worden met drugs en kinky party’s.

Julius Vischjager (1937-2020), hoofdredacteur van The Daily Invisible, voor zover bekend de enige handgeschreven krant ter wereld. Hij mocht zijn blad graag colporteren in het café.

Jean-Paul Franssen (1938-2003), schrijver en schilder. De absolute gangmaker van menig cafébezoek. Bekend om zijn luidruchtigheid. Soms barstte hij los in spontaan gezang.

André Klukhuhn (1940), scheikundige. Werd bekend toen hij in 1993 zijn doctorstitel wilde inleveren uit protest tegen een eredoctoraat voor Albert Heijn. Staat in het café bekend als ‘de filosoof met de hoed’, die te dikke boeken schrijft.

Dick Matena (1943), tekenaar en auteur van graphic novels. Kan heel gezellig zijn op een kopje thee en is als een van de weinige stamgasten ook geïnteresseerd in de verhalen van aangewaaide toeristen.

P.F. Thomése (1958), schrijver. Brak bijna twintig jaar geleden met ‘de bohème van het Spui’ en vertrok naar Haarlem. In De Zwart vroeg men zich regelmatig af hoe hij aan al die ‘onbegrijpelijk mooie vrouwen’ kwam.

Theo Hiddema (1944), advocaat en politicus. De buitenstaander van het café, getolereerd, maar niet omhelsd, al krikt hij het gemiddeld niveau van de kleding behoorlijk op. Vaak in zijn eentje.

Gerrit Komrij (1944-2012), schrijver. Werd in De Zwart als Dichter des Vaderlands zeer tegen zijn zin door twee uit de kluiten gewassen Pieten gedwongen op schoot bij Sinterklaas een versje voor te dragen.

Cees Nooteboom (1933), schrijver. Misschien wel de beroemdste bezoeker van De Zwart, maar niet erg geliefd, vanwege zijn uitstraling ‘toch wel erg ver uit te stijgen boven het gepeupel om hem heen.’

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden