PS Stadsgids Bewaar

Feestje van de dag: Elke zin baart een hoofdstuk

Schrijvers David Van Reybrouck en Jan Cremer. Van Reybrouck: 'Ik sta hier met de grote Jan Cremer, dames en heren'
Schrijvers David Van Reybrouck en Jan Cremer. Van Reybrouck: 'Ik sta hier met de grote Jan Cremer, dames en heren' © Hans van der Beek

Hans van der Beek doet elke dag verslag van feesten, presentaties en andere belangrijke bijeenkomsten in Amsterdam. Vandaag: de boekpresentatie van Canaille, de nieuwe Jan Cremer

In de bar annex bibliotheek van het Ambassade Hotel valt mijn oog op het boek Ego is de vijand'. Als dat zo was, stonden we hier nu niet, bij de boekpresentatie van de nieuwe Jan Cremer.

Die bibliotheek is voor de sier, zie ik nu. De boeken staan achter glas. De bar is wel bereikbaar. Sacha de Boer en Tom Kellerhuis laten hun wijntje staan, en zij hebben er verstand van. Toch liever een pilsje.

De Boer: "Schrijf maar op: 1 glaasje voor de wijn."

Genoteerd.

Het is tijd voor de praatjes en het gezelschap verplaatst zich naar een tweede ruimte met boeken als behang.

Suzanne Holtzer vertelt dat ze een trotse redacteur is, en ze heeft goede hoop op nog veel meer boeken van Cremer. In diens huis staat nog een kist vol aantekeningen en herinneringen.

Cremer: "22 kisten."

Zijn roman Canaille speelt zich af in 1967 op Long Island. Cremer was toen 27 jaar. Holtzer: "Een jongeman met al een ongelooflijk kerfstok en ook al zoveel roem."

Het eerste deel is als een sprookje en dan komt De Wending.

Holtzer: "In de literatuur heet dat... Arjan, wat is ook alweer de kop boven het interview in de Volkskrant zaterdag?"

Wat boekpresentatie Canaille
Waar Ambassade Hotel, Herengracht
Wie Jan en Babette Cremer, David Van Reybrouck, Sacha de Boer, Arjan Peters, Rik Zaal, Serge-Henri Valcke, Tom Kellerhuis, Hansje Ravesteijn
Wanneer donderdag 14 maart, 15.30 tot 17.30 uur

Drank en spijs **
Sfeer ***
Hans moet al nadenken welke Schuim eergisteren ook alweer.

Arjan Peters, in een deuropening: "Literatuur is aan mij niet besteed."

Dat klinkt als een echte Cremer. David Van Reybrouck krijgt het eerste exemplaar. Hij vindt dat een hoge eer, want hij is ervan overtuigd dat hij verwekt is 'op de tonen van Ik, Jan Cremer'. Hij vermoedt ook welk hoofdstuk precies.

Het is een ingewikkeld verhaal.

Van Reybrouck: "Gij, kwetsbare woudreus. Gij, gietijzeren kachel in november. Gij, knotwilg."

We mogen dit gerust een ode noemen.

Ook vraagt hij zich af hoe Cremer nog zoveel details kan weten. Hotelnamen, hoeveelheden flessen Sauternes. Hij moet voortdurend aantekeningen hebben gemaakt.

"Leven om erover te schrijven."

Ten slotte vraagt hij beleefd om een tweede exemplaar, zodat zijn vriendin ook meteen met lezen kan beginnen. Want één exemplaar in een huis met twee grote liefhebbers: "Daar is geen lijm of bindsel tegen bestand."

Cremer vertelt dat hij inderdaad alles noteerde, twintig jaar lang in agenda's. "En één zin is genoeg om een hoofdstuk te schrijven."

Van Reybrouck wil toch nog weten of hij dan werkelijk altijd en overal aantekeningen maakte. "En in bed?"

Babette Cremer, er snel doorheen: "Jan heeft een weergaloos geheugen."

We gaan vrolijk aan de borrel, maar ik krijg het niet uit mijn hoofd. Eén zin is genoeg voor een hoofdstuk.

22 kisten.

Tips? Mail naar schuim@parool.nl