Kunst & Media Bewaar

Jan Montyn (1924-2015) had bepaald geen saai leven

2001
2001 © Menno Boermans/Hollandse Hoogte

Etser, Oostfrontstrijder, kinderredder, saboteur, vrouwenliefhebber. Gisteren is de negentigjarige Jan Montyn overleden in Amsterdam, na een zeer avontuurlijk leven.

Ik hou nog net zo van Amsterdam als toen ik na de oorlog een atelier op de Zeedijk had. Het is veranderd, maar dat ben ik ook

Montyn, de geromantiseerde biografie van Dirk Ayelt Kooiman uit 1982, werd een bestseller. 'Ik word gedreven door een ongewone nieuwsgierigheid; door een onrust die ik overigens heel rustig beleef,' zei Montyn.

Jan Montyn groeide op in een streng gereformeerd gezin in Oudewater. Zijn vader, een huisschilder, leerde hem hoe je verf moet mengen. Dat zou hij later als beeldend kunstenaar altijd blijven doen. 'Je kunt wel een tube kopen en uitknijpen, maar ik wil precies weten waarmee ik werk.'

Het benauwende milieu in Oudewater maakte Montyn opstandig. Hij bezocht tweemaal een kamp van de nationaalsocialistische Jeugdstorm in Oostenrijk en in 1944 trad hij in dienst van de Duitse marine. Montyn vocht in Letland aan het Oostfront en maakte de laatste dagen van het Derde Rijk mee in Berlijn. Na de oorlog verbleef hij in een heropvoedingsgesticht, deserteerde hij uit het Vreemdelingenlegioen en raakte hij gewond in de Koreaanse oorlog.

De hele wereld over
Na een opname in een psy­chia­trisch ziekenhuis vestigde hij zich in 1957 in Amsterdam, waar hij kunst ging maken. In de jaren zestig vertrok hij naar Salernes (Zuid-Frankrijk). Later werkte hij in New York, Tokio en Pattaya (Thailand). In Azië was Montyn actief in de humanitaire hulpverlening. Hij nam de zorg op zich van gewonde kinderen in diverse Zuidoost-Aziatische landen.

Hij kwam steeds minder in Nederland, maar beschouwde Amsterdam toch als zijn thuisbasis. Hij bleef tot op hoge leeftijd werken in zijn atelier in De Pijp. 'Ik hou nog net zo van Amsterdam als toen ik na de oorlog een atelier op de Zeedijk had. Het is veranderd, maar dat ben ik ook. Ik neem de dingen zoals ze zijn.'

Montyn maakte vooral etsen, monoprints en tekeningen. Zijn beeldtaal is verwant aan Cobra en andere expressionistische tendensen, maar ook met de rauwe grafiek van Anton Heyboer, die hem stimuleerde te gaan etsen en hem zijn eerste etspers gaf.

De oorlogen waarin hij verwikkeld raakte, komen steeds terug in zijn werk: herinneringen aan de Tweede Wereldoorlog, indrukken van de Vietnamoorlog en de periode van de Rode Khmer in Cambodja. Er is vaak een onderkoelde spanning. Een gebroken lijn of een gekartelde rand in het landschap was volgens de kunstenaar cruciaal: 'Dat is mijn handschrift. Heel summier geef ik daarmee mijn emoties aan, maar nooit met vlaggen of met wilde kleuren. Er spreekt eerder hoop dan wanhoop uit, de toekomstverwachting van het paradijs. Hier op aarde hoor, niet in het hiernamaals.'

Oorlogsverleden
Toch werd de positieve avonturier in Nederland steeds herinnerd aan zijn oorlogsverleden. Montyn vond zelf dat deze periode voortkwam uit 'een naïef gevoel van vrijheid', maar daar was niet iedereen het mee eens. 'Ik heb zes jaar lang geld en medicijnen gesmokkeld voor de bevrijdingsorganisaties in Vietnam, Laos en Cambodja, onder de dekmantel van kindertransporten. Ik heb sinds 1969 misschien wel achtduizend 'wegwerpkinderen' naar nieuwe ouders gebracht en massa's vluchtelingen opgevangen, maar nog altijd saboteren bepaalde mensen soms mijn werk, mijn tentoonstellingen en mijn lidmaatschap van kunstenaarsverenigingen vanwege het feit dat ik in '44 en '45 negen maanden fout ben geweest.'

De dood hield hem niet bezig, vertelde hij jaren geleden in Het Parool. 'Iemand moet de rommel opruimen, maar verder... Ik leef bij de dag en denk nooit aan de dood. Ik heb nog veel te veel te doen. Zolang de wereld blijft draaien, ga ik door. Ik geloof in een leven na de dood, maar hoe dat eruitziet, vertel ik je dan wel weer.'

De laatste grote tentoonstelling van Montyns werk, Grenzeloos gedogen, was in 2013 in de Kunsthal in Rotterdam.