Kunst & Media Bewaar

Amsterdams lijflied 10: wat nog moet

Amsterdams lijflied 10: wat nog moet
© UNKNOWN

De laatste voorronde van Amsterdams lijflied. Negentig liedjes gedaan, nog tien te gaan. Een vergaarbak van 'wat nog moet'. Ja, natuurlijk, we hebben net de verkeerde nummers gekozen. We doen het over tien jaar opnieuw. Volgende week: de finale! (Paul Arnoldussen)

Luister onderaan de pagina en stem op uw favoriete Amsterdamse lied.

Bestel hier uw kaarten voor Het Amsterdamse Lijflied op 14 november in Carré


1 Die grote stad van Amsterdam
Als advocaat gebruikte hij zijn officiële naam: Ernst August Moes. Op het toneel was hij Moestafa. Moes (1899-1980) kwam uit een patriciërsgeslacht, oogde als keurige kantoorman, en dat bleef hij ook tijdens zijn optredens. Vrijwel onbeweeglijk zong hij met Amsterdams accent zijn liedjes, zichzelf begeleidend op banjo, luit of gitaar, en geschreven vanuit het standpunt van de argwanende, licht verbijsterde Amsterdammer. Die ging naar het Concertgebouw: Waar is nou meer kunst an: twee moppies per week/ met een ploeg van wel negentig man/ Of de hele week draaie en nooit 's van streek/ Wat allenig een orgelman kan.

Die grote stad van Amsterdam komt uit een aflevering (1949) van het radioprogramma Negen heit de klok. Toen zei de commissaris dat verdraag ik nou niet meer./ Van heden benne alle mensen heer in het verkeer./ Maar wat is nou een heer in onze maatschappij./ Dat mot je op de tram eens gaan bekijken/. Daar is het indirek een roofdiergalerij. De hyena's knokken as om dooie lijken./ Ze schumpfen op je poot, ze puilen in je pens, ze fikken met hun peukkies door je kleren./ Dan vloeken ze je stijf,/ en al die brokkies mens, /dat benne dan maar zogezeit de heren./ Zo gaat het op de tram, bij ons in Amsterdam.

Voor er misverstanden ontstaan, je mocht destijds roken in de tram. Althans, op het open achterbalkon.


2 De tram
Lied uit het journalistencabaret De Inktvis, ontstaan op een personeelsavondje van Het Parool in 1947. Eén van de succesnummers: De tram. Net als bij Moestafa ging het om de omgangsvormen daarin, die we niet los kunnen zien van de belabberde frequentie van het openbaar vervoer in die eerste naoorlogse jaren. Trams waren vernield of naar Duitsland gesleept, er was een fors tekort. Dan wordt het dringen.

Muziek van het lied: opmaakredacteur Piet Timmer, zang: Jeanne Roos, tekst: de net beginnende Annie Schmidt. Over haar zijn inmiddels drie biografieën verschenen, laten we het maar over Jeanne Roos (1916-2001) hebben. Met mensen als Annie M.G. Schmidt, Han G. Hoekstra en Simon Carmiggelt zorgde zij voor het frivole aspect van de krant. Wat haar betreft: mode, consumentenrubrieken. Schreef ze over Dior, kreeg ze te horen: 'Wie kan die jurken betalen?' Haar reactie: 'Wie kan er naar de Olympische Spelen?' Een ontspannen toon. 'Heeft uw man geen hobby? Dat is afschuwelijk. U had niet met hem moeten trouwen. Ik zou haast zeggen, doe hem maar weg, want met zo'n man is elke verjaardag en elke 5 december een marteling.' Dat was gedurfd in 1956.

Ze was de eerste televisieomroepster, weer zo'n uitstapje, diverse cabaretiers trokken aan haar, zoals Joop den Uyl haar graag in de politiek zag. Daar begon ze niet aan: 'Ik kan niet tegen kritiek.' Niet meer weggegaan bij de krant.


3 't Is stil in Amsterdam
Een lied van Ramses Shaffy uit 1966, van de elpee Ramses II. In de film die Peter Fleury over hem maakte (Ramses: où est mon prince, 2002), hield hij het er niet droog bij. En dat is voorstelbaar. Ik steek een sigaret op en kijk naar het water/ ik denk over mezelf en ik denk over later. Het ging toen al niet meer heel erg goed met hem, hij zingt het aarzelend, maar heel ontroerend. De uithalen die ook op de plaat staan, zijn welhaast wanhoopskreten geworden. Bij Ik ben toch zo bang dat die eenzaamheid zal blijven komt de eerste snik. En dan: Dat ik altijd zo zal lopen op onmogelijke uren,/ dat ik eraan zal wennen, dat dit zal blijven duren. En dan biggelen de tranen langs zijn neus.


4 Het wordt nooit stil in Amsterdam

Wordt Ramses nog tegengesproken ook: door Bob Fosko. Geen missionaris, zoals hij aanvankelijk had gepland, maar acteur, tekstschrijver, zanger, muzikant, componist, politiek actievoerder (SP) en gastronoom. Krokettenprins van Baarn, vader was daar 'de krokettenkoning'. Hij werd bekend als 'opperbrulboei' van de Raggende Manne, producenten van, aldus Het Parool welwillend, 'een onvoorstelbare bak herrie'. In 2006 maakte hij de cd Omgekomen in overschot met Het wordt nooit stil in Amsterdam. Muziek: Wouter Planteijdt, tekst: Bob Fosko en Jan Paul van der Meij.

Amsterdam dat was toch water,/ alles is hier eigenlijk nat. Is het dan niet logisch/ dat ie bruisen wil die stad./ Altijd bouwen en vernieuwen/ Amsterdam heeft het goed doorstaan./ Die bouwput ging ooit open/ en is nooit meer dichtgegaan.


5 Oh Waterlooplein
In 1968 verschenen de eerste twee versies van Waterloo Road geschreven door Mike Wilsh en Mike Deighan. Eentje van Jason Crest, de ander van Lionel Morton. De invloed van de Beatles is onmiskenbaar. Nog te horen op YouTube. Pierre Delanoë maakte er, voor Joe Dassin, een jaar later Aux Champs Elysées van (werd nummer 1 in Frankrijk), Herman Pieter de Boer, voor Johnny Kraaykamp en Rijk de Gooyer: Oh Waterlooplein. Was één van hun bekendste liedjes, maar de Top 40 haalde de single niet.

Een vogelkooi, een manke stoel/ een naaimachine zonder spoel./ Een oud bureau, 't kost bijna niets./ Een roestige fiets./ De koopman zegt 't is echt antiek./ Je zeurt en pingelt om een piek./ Zo hoort het ook, zo moet het zijn/ op 't Waterlooplein.

Herman Pieter de Boer (1928), afkomstig uit de reclame, schreef zo'n duizend liedjes (waaronder Laat me van Ramses) en een boel gewilde verhalenbundels.

Hij heeft enige afkeer van moeilijk doen. Diepgang? vroeg de Volkskrant in 2008. 'Daar vind ik mezelf niet diepzinnig genoeg voor.' Een werk met vijf verschillende lagen, waar middelbare scholieren zich maanden het hoofd over kunnen breken, is niet aan hem besteed. 'Heb ik zelf ook nooit leuk gevonden om te lezen.'


6 Mijn goeie stad
Amsterdam draagt Willeke Alberti op handen en het zal vast wel wederzijds zijn, maar dat blijkt niet zo uit haar liedjes. Gelukkig is daar Mijn goeie stad, slotlied uit de televisieserie De kleine waarheid. Daarin maakte Willeke haar toneeldebuut, tot verbijstering van de toneelprominenten. Willeke dertig jaar later: 'Dat was ook wel logisch. Het waren verder allemaal topacteurs. Ik was toch maar een zangeresje.'

Tekst: Willy van Hemert, muziek: Harry de Groot. Opgenomen in 1972.

Waar ik gelukkig ben met al die dingen/ waarvan geen dichter ook genoeg de lof kan zingen./ Het zijn de klokken van je torens en het is je pierement/ waardoor je toch een beetje liever dan de andere steden bent.'

7 Amsterdão
Fernando Lameirinhas (Porto, 1944) verliet, met zijn ouders en broer Antonio met wie hij tot op de dag van vandaag samenwerkt, in 1959 Portugal, op de vlucht voor dictator Salazar.

De zanger/componist/tekstschrijver/gitarist kwam in 1975 naar Amsterdam voor een eenmalig optredenen bleef hier hangen. Hij zat in Sail/Joia, huisorkest van de Melkweg en de Kosmos, en daarmee had hij in 1977 zijn feesthit tot op de dag van vandaag Amsterdão.

Het succes ging hem weer tegenstaan. Tegen De Telegraaf in 1999 had hij het over zijn 'privécarnaval' en het 'uitmelken' van Amsterdão 'Hoe harder die werd meegezongen, des te stiller het in mij werd. Ik wilde die koortsachtige feestmuziek niet meer, tenminste niet dag in, dag uit.'

Erg bekend is hij nog steeds niet, maar door zijn collega's die met hem samenwerkten: Raymond van het Groenewoud, Frank Boeijen, Hennie Vrienten, Bløf, Paul de Leeuw, wordt hij hogelijk gewaardeerd. En elk lustrum dat hij hier is, wordt gevierd. Daar wordt desnoods, zoals in 2005, Carré voor afgehuurd.

Aardige Vlaamse versie van het nummer, op YouTube: Johan Verminnen: 'k Voel me goed.


8 De Amsterdamse kroeg
Tekst van een andere Parool-coryfee, Simon Carmiggelt, die slechts incidenteel aan De Inktvis meewerkte. Op muziek gezet door Martin van Dijk, voor het eerst uitgevoerd door Adèle Bloemendaal en Jenny Arean in de door Jacques Klöters samengestelde en goeddeels geschreven tv-show Meisjes in de grote stad. (1995)
Dat was een prettig programma, zich afspelend in Amsterdam, waarbij de menselijke relaties niet uit het oog werden verloren. Adèle Bloemendaal: 'Als ik een man ontmoet met een intelligent gezicht en een teder profiel, beschaafde manieren en dichtbundels van Rainer Maria Rilke en Hölderlin en een altvioolkist onder zijn arm, dan denk ik meteen aan neuken.'

Het vers van Carmiggelt is wat minder keetschopperig. Slotzin: Alleen het sluitingsuur, voor mij en velen/ komt steeds te laat en altijd weer te vroeg.


9 Oude Wolf
Trio Bier - begonnen als Oud West - is helemaal geen trio maar een zesmansformatie en dan hebben ze ook nog een koortje in huis van zes 'femmes fatales'. Ze spelen nogal eens in het voorprogramma van De Dijk. Voetbalden ook samen in het vierde van WVHEDW. Leadzanger: Jan Eilander, journalist, televisiemaker, schrijver van twee jongensboeken over voetbal: Rafael en Raffie.

Oude Wolf kom van de cd Dans met mij (1998). Tekst en muziek: Rini Dobbelaar. Amsterdam, o Amsterdam/ jij labyrint van stegen./ Waar menig zwerver zijn eenzaamheid/ verdrinkt tesaam met de regen./ Amsterdam, o oude wolf,/ ik loof jou niet om je grachten./ Maar om de vrijheid die mij bevrijdt/ van 't kwaad in mijn gedachten.


10 Dit is mijn stad
Knupperpouf is een sympathiek project van Nicolette Lie, van oorsprong drummer. Ze neemt alle door haar zelf bespeelde instrumenten in haar thuisstudio op: drums, bas, gitaar, keyboards, mandoline en vibrafoon. Ze schrijft en componeert ook; zingen gaat wat minder, daarvoor schakelt ze Marloes Vermeulen (Julia P.) in. Op haar site meldt ze niet alleen waar haar twee eepeetjes te koop zijn, maar ook waar je ze gratis kunt downloaden. Engagement: de slotwoorden van Dit is mijn stad (2011) komen uit een toespraak van Ahmed Marcouch uit de tijd dat hij nog voorzitter was van stadsdeel Slotervaart: Wij laten ons niet verdringen, wij laten ons niet opsluiten. Wij zijn wie we zijn en u mag het zien en u mag het weten.



Toch Amsterdams
In de negende ronde Amsterdams Lijflied, 'toch Amsterdams', was het spannend. Bloed zweet en tranen en Een pikketanussie kregen net wat minder stemmen dan Deze stad (zeventien procent) en Daar is de orgelman (winnaar met achttien procent). Die laatste twee nummers gaan door naar de finale.



Bestel hier uw kaarten voor Het Amsterdamse Lijflied op 14 november in Carré