''Voor de cokehandel is de Amsterdamse haven net zo belangrijk als de Rotterdamse,'' meent de Argentijnse drugsonderzoeker Damián Zaitch. De Rotterdamse haven neemt in de cokehandel een centrale plaats in, maar de Amsterdamse haven ligt niet ver achter.

Zaitch, onderzoeker van de afdeling criminologie van de Erasmus Universiteit Rotterdam, deed onderzoek naar Colombiaanse drugssmokkelaars. Tijdens zijn onderzoek kwam hij ook in Amsterdam.

De Amsterdamse haven heeft veel lijnen met Zuid-Amerika. Zo komen de meeste containers uit Brazilië niet via Rotterdam, maar via Amsterdam Nederland binnen.

De meeste drugs komen in sportschoenen, bananen of vruchtensappen binnen. Vaak gaat het om partijen van enkele duizenden kilo's. Voor pakketten van een paar honderd kilo kan bevestiging onder een schip echter een aantrekkelijke methode zijn.

Die drugs worden zorgvuldig verpakt. Eerst verdwijnt de coke in geseald plastic. Die zak wordt ingepakt in stevig materiaal, zoals het synthetische rubber neopreen, dat ook voor duikerspakken wordt gebruikt. Dat pakket wordt zodanig onder de waterlijn bevestigd dat de stroomlijn van het schip slechts minimaal verstoord wordt. De drugs zijn onder water veiliger voor controles, maar ook kwetsbaarder voor waterschade.

De transporten onder een boot zijn veel minder professioneel dan drugstransporten per container. Die worden vaak beheerst door de grote jongens: leiders die een hele handelsroute beheersen. Ze verhuren die lijn aan drugstransporteurs. De minder kapitaalkrachtigen zoeken hun heil in de smokkel van kleinere hoeveelheden. Zaitch: ''Smokkel onder een schip is meer iets voor de kleine jongens.'' Evenzeer een lucratieve onderneming: een kilo coke heeft een verkoopprijs van rond de 20.000 euro.

En daar kan de verklaring liggen voor de twee onbekende duikers die de afgelopen tijd kort na elkaar in het water van Westpoort werden aangetroffen: drugsplukkers, de mensen die de smokkelwaar in de haven van bestemming weer naar boven halen.

Drugsplukkers zijn ongetrainde duikers, omdat professionele duikers niet voor dit werk te porren zijn, zegt Zaitch. Hij kwam in zijn onderzoek enkele plukkers tegen. ''Het zijn jonge 'klusjesmannen' die in Nederland verblijven, een etnische band hebben met de opdrachtgever en onderin de drugshiërarchie staan. Denk niet dat het kansarmen of losers zijn. Die jongens hebben meer in hun mars, maar willen snel geld verdienen.''

De mannen maken geen deel uit van de drugsorganisatie en kunnen gemakkelijk aan de kant worden gezet. Dan beslist de opdrachtgever eenvoudigweg om ze niet meer in te huren. Dit mechanisme houdt de drugsorganisatie klein en flexibel.

De drugsplukkers lopen een hoog risico, om gepakt te worden - of om te verdrinken. De Amsterdamse haven is in de vaargeul ruim dertien meter diep en ligt vol gedumpte rotzooi. Het is er pikdonker; met een lamp is het zicht slechts een meter. Duikexperts benadrukken dat je er makkelijk in paniek kunt raken, bijvoorbeeld als je ergens in verward raakt.

Toch lijken de paar duizend euro die ze in het vooruitzicht wordt gesteld, eenvoudig verdiend. Een half uurtje duiken en de buit is binnen. ''Klusjesmannen onderschatten de risico's en nemen geen rationele beslissing. Ze denken dat je gewoon de haven in kunt lopen en dat er geen cameratoezicht is,'' aldus Zaitch.

Na het opduiken zorgen de plukkers ook voor het transport en de opslag - ook een karwei waarbij ze op meerdere momenten gepakt kunnen worden. Zaitch: ''Er zijn makkelijker manieren om aan drugsgeld te komen, zoals het passen op een partij drugs in een rijtjeshuis.''

Een geslaagde duik levert geen glorieuze carrière in de drugshandel op.

Zaitch: ''Het is een mythe dat als je één keer binnen bent, je in de hiërarchie gaat stijgen. Veel klusjesmannen komen nooit te weten voor wie ze werken. De grootste groep komt nooit hogerop. Alleen door geweld of goede banden met de opdrachtgever komen ze verder.''

De laatste maanden werden in Antwerpen en Rotterdam drugsplukkers opgepakt. Een trend? Zaitch: ''Deze gevallen zijn toevallig in het nieuws, maar daarmee is er nog geen sprake van een trend.'' (MAARTEN KOLSLOOT)