Binnenland Bewaar

Vrijspraak voor verdachten liquidatie Willem Endstra

De technische recherche verrichtte sporenonderzoek bij het kantoor van vastgoedhandelaar Willem Endstra waar hij werd doodgeschoten.
De technische recherche verrichtte sporenonderzoek bij het kantoor van vastgoedhandelaar Willem Endstra waar hij werd doodgeschoten. © ANP

De rechtbank heeft drie mannen vrijgesproken voor betrokkenheid bij de moord op de gevallen vastgoedmagnaat Willem Endstra. Cruciaal was daarbij de rol van kroongetuige Hidir K. De rechtbank beoordeelde zijn getuigenissen niet als betrouwbaar.

In het ergste geval heeft hij gelogen, in het beste geval liet zijn geheugen hem in de steek

Rechtbank over verklaringen Hidir K.

Elfeneenhalf jaar na de moord op Endstra oordeelde de Amsterdamse rechtbank dat onvoldoende is vast komen te staan dat de Turks-Alkmaarse neven Ali N. en Özgur C. behulpzaam waren bij de liquidatie. Zij werden vrijgesproken. Ook was volgens de rechtbank onvoldoende duidelijk geworden dat de Turkse Ziya 'Pasja' G. een sturende rol had tijdens de moord. Justitie had tegen de drie mannen 14 en 16 jaar cel geëist.

Dat verschillende getuigen N. en C. op foto's meenden te herkennen als de mannen die rond de moord op Endstra in de buurt rondhingen, was onvoldoende, oordeelde de rechtbank. Mogelijk kregen deze getuigen al eerder foto's van de mannen te zien. Ook het feit dat sporen van hen werden aangetroffen in een bestelbus van waaruit Endstra mogelijk werd geobserveerd, was niet genoeg om vast te stellen dat zij betrokken waren bij de moord.

Cruciale getuige
Over de vermoedelijke hoofdrolspelers bij de gewelddadige dood van Willem Endstra in mei 2004 werd (nog) niet door de rechter geoordeeld: de Rus Namik Abbasov, die door justitie én de rechtbank wordt gezien als de schutter, overleed in 2012 in zijn cel aan een hersenbloeding. En Willem Holleeder, de man die door de cruciale getuige Hidir K. wordt aangewezen als opdrachtgever, moet zich later verantwoorden voor zijn rol.

Deze Hidir K., een Turks-Amsterdamse crimineel die in een getuigenbeschermingsprogramma zit, behoorde een tijd tot de groep Turks-Amsterdamse criminelen die volgens hem meerdere liquidaties uitvoerden, waaronder dus die van Willem Endstra. Volgens K. kregen de schutters en hun helpers 'twee tot tweeënhalve ton' voor de moord. Volgens hem waren Willem Holleeder, Dino Soerel en Stanley Hillis de opdrachtgevers.

Hoewel justitie K. altijd zag als een betrouwbare getuige, oordeelde de rechtbank anders. K. heeft een aantal keer onjuist verklaard of was onvoldoende duidelijk. Vaak stonden zijn verhalen lijnrecht tegenover de bevindingen van politie en justitie. 'In het ergste geval heeft hij gelogen, in een beste geval liet zijn geheugen hem in de steek', zei de rechtbank over een specifieke verklaring van K. Bij andere getuigenissen van K. achtte de rechtbank het mogelijk dat K. wel de waarheid verklaarde, maar dat de mensen van wie hij informatie kreeg, tegen hem hebben gelogen. Zij vertelden hem verhalen die 'zodanig in strijd zijn met de vastgestelde feiten dat het alle mededelingen van hen op losse schroeven plaatst'.

De rechtbank merkte wel expliciet op dat het met het oordeel over de betrouwbaarheid van K. in deze zaak geen uitspraak deed over zijn betrouwbaarheid als getuige in andere zaken. Dat is van belang, omdat getuigenissen van K. ook in de Passage-zaak en in de strafzaak tegen Holleeder gebruikt kunnen worden. Verder riep de rechtbank 'de wetgever' op om de afspraken die met kroongetuigen worden gemaakt, toetsbaar te maken voor de rechter. Tot op heden komt het naleven van de regels voor kroongetuigen voor de rekening van het Openbaar Ministerie.