Amsterdam Bewaar

Appels en stenen door de ruit op een lief pleintje

Jan-Willem Anker, met op de achtergrond het pleintje aan de Rietzangerweg: 'Het liefst zou ik het plein opeten, het lachend naar binnen schrokken.'
Jan-Willem Anker, met op de achtergrond het pleintje aan de Rietzangerweg: 'Het liefst zou ik het plein opeten, het lachend naar binnen schrokken.' © Dingena Mol

Schrijver Jan-Willem Anker verhuisde twee jaar geleden naar een plein in de Vogelbuurt in Noord. De jeugd daar maakte zijn leven een hel: vuurwerk door de brievenbus, stenen door de ruiten en inbraken vielen hem ten deel. Anker schreef alles op in zijn dagboek: Het plein.

Het beste is bij ze te gaan zitten

Wonen aan een plein is aantrekkelijk met al die ruimte voor de deur, maar er bestaat ook een kans op overlast. Daar moet je rekening mee houden als bewoner, zegt Joke van der Zwaard. Ze deed onder meer onderzoek naar het sociale klimaat op straten en pleinen.

Het is bedoeld als ontmoetingsplek waar kinderen kunnen voetballen, jongeren kunnen hangen en ouderen op een bankje kunnen zitten. Maar overlast kan ontstaan als één bepaalde groep het plein domineert. Anderen kunnen zich daardoor geïntimideerd voelen en blijven weg. 'Dit werkt de overlast juist in de hand. Er wordt vaak geprobeerd de groep te verjagen, bijvoorbeeld met een hoge pieptoon die alleen jongeren kunnen horen, maar de beste oplossing is juist om er zelf bij te gaan zitten. Een plein werkt alleen als groepen die er gebruik van maken divers zijn.'

's Nachts is het een ander verhaal. 'Het lawaai klinkt extra hard door de stilte, dan kan het heel vervelend worden.'

Doordat er meer afstand is tot de huizen kun je ergens zonder te worden gezien mee wegkomen. In een straat is het bijvoorbeeld lastiger om drugs te verhandelen dan op een plein. Vanuit het raam zie je daar precies wat iemand uitspookt, wat verhandeld wordt en aan wie. Op een plein kun je anoniem blijven.

Eén lichtpuntje: de woonomgeving is ook aan verandering onderhevig. 'Grote kans dat de dominante groep die de overlast veroorzaakt vanzelf weer verdwijnt, doordat ze ouder worden.'

(Door: Laura Obdeijn)

Voor het raam in de woonkamer staat de eettafel. Het is de plek waarvandaan Jan-Willem Anker (37) van mei tot december 2014 een dagboek bijhield. Het pas verschenen boek Het plein gaat over de enorme overlast van jongeren op het pleintje aan de Rietzangerweg. De fotograaf vraagt of Anker in de stoel wil plaatsnemen, zodat hij met zijn rug naar het raam zit. 'Zo zit ik nooit,' zegt hij. Ironisch: 'Watch your back.'

Sinds Anker op het plein kwam te wonen heeft hij het nodige voor zijn kiezen gehad. Stenen vlogen door zijn ruiten en vuile blikken kreeg hij toegeworpen omdat hij wat durfde te zeggen van de overlast.

Zijn boek leest als horror. Niet alleen over de etterbakken, maar ook over stadsdeel Noord, dat de buurtbewoners al jaren aan het lijntje houdt over de herinrichting van het plein, dat grenst aan een basisschool.

Boek: Problemen, een understatement? Denk aan een stelselmatig grote bek, vuile blikken, appeltjes en zelfs stenen tegen de ramen gooien, langs het huis stiefelen en naar binnen kijken. Je moet je voorstellen dat dit jongens uit de zevende of achtste groep van de basisschool zijn, hooguit een jaar of elf.

Twee weken voordat Anker zijn vriendin Anna leerde kennen, die daar al woonde, gooiden de jongens bakstenen door de ruiten van zowel haar keuken als haar slaapkamer. De gevolgen waren groot.

Boek: Zelfs het glas van een binnendeur sneuvelde. Scherven en bakstenen op haar bed. Enkele maanden daarvoor was er bij haar ingebroken en was haar camera gejat. Tijdens onze vakantie in 2011 is de huisbel gesloopt.

Is dit allemaal werkelijk gebeurd?
Anker: 'Ja. Niets is verzonnen. Ik trok in 2012 bij Anna in. Zij had toen al problemen met de jongens achter de rug. Vandalisme, stenen door de ruit en inbraken. Ik heb werkelijk geen idee waarom.'

Wat hebben jullie misdaan?
'Ik weet het werkelijk niet. Toen ik hier net woonde, kreeg ik ballen tegen de ruiten. Dat voelde onveilig en ik probeerde er ook wat van te zeggen. Ik werd uitgescholden door jochies van tien, elf jaar oud. Zo is het bij mij begonnen. Het werd steeds erger. Ik ben hoogopgeleid, blank, geen tokkie. Ik straal fysiek geen kracht uit. Ik ben kennelijk een gemakkelijk doelwit.'

Boek: Het ellendige gevoel belaagd te worden na de eerste appelinslagen is moeilijk te omschrijven. Alsof je eigen lichaam geraakt wordt. Verlamming, woede, machteloosheid, een kramp van ongeluk. (...) Het liefst in bed willen kruipen. Of ergens onder. Me verstoppen. Huilen als een klein kind. Willen doen alsof ik er niet ben. Mezelf wissen.

Er verandert niets, het stadsdeel zwijgt voorlopig. Een voorbeeldje van hoe het plein binnendringt: als ik in de woonkamer werk, dan zie ik het gereflecteerd worden in de televisie en in de ruitjes van de vitrinekast met Anna's boeken. Het wordt deel van mijn lichaam. Het liefst zou ik het plein opeten, het lachend naar binnen schrokken.

Je wilde een tweede roman schrijven. Maar dat ging niet door?
'Het plein nam mijn gedachten over. Het plein riep me. Ik schreef het op en probeerde het zo betekenis te geven. De combinatie met de handelwijze van het stadsdeel was interessant.'

Boek: Dan komt er een motoragent het plein op gecrost. Een stuk of tien jongetjes (...) reageren niet. De motoragent rijdt haast door de groep heen. Hij stapt af en loopt woedend terug naar de jongens. Als ik eraan kom, ga je opzij, briest hij. (...) Terwijl de agent wegloopt, geven de jongens hun belaagde vriendje een geruststellende 'boks'.

Een van de agenten vertelde me dat een boom sterft als je er een koperen spijker in slaat.

Heeft de politie niets anders te bieden dan een tip hoe je die appeltjesboom kunt laten doodgaan zodat die appeltjes niet meer door je ruiten gaan?
'Zo heb ik het nog niet eens bekeken, maar nu je het zegt. Ik heb zo vaak de politie gebeld. Onze nieuwe overburen waren het snel zat en zijn na enkele maanden halsoverkop vertrokken. Die hielden het niet vol. Ik moet nu wel zeggen dat het sinds kort rustiger is geworden.'

Boek: Deze buurt maakt me misantroop.

Poeh!
Anker: 'Mijn vriendin slaapt met een slaapmasker op en oordoppen in om nog een beetje nachtrust te hebben.'

Boek: Veel regen = rust. Hoe meer regen, des te meer rust. Het weer scoort een hattrick: drie dagen regen op rij. Drie dagen zalige rust.

Dat zal voor veel mensen herkenbaar zijn.
'Ja, dat zou kunnen. Als het regent, zijn ze er niet. Dan is het plein leeg. Heerlijk.'

Na weer een appeltjesaanval waarbij ruiten sneuvelen en de vloer bezaaid is met glasscherven:

Boek: Motherfuckers! Dat zij en hun nageslacht tot in de zevende generatie vervloekt mogen zijn! Werkelijk, tref dat addergebroed met Oud-Griekse straffen: laat levers wegvreten...Naar de galeien met dat rapaille!

Je spreekt je wel uit.
'Ik schreef dit op terwijl ik woedend was. Als je je niet veilig voelt, kun je je heel snel opfokken. Het is oppervlakkige woede die kort heel heftig kan zijn. Ik kon ze wel iets aandoen. Ik ben blij dat ik geen honkbalknuppel in huis had. Maar het geheugen is je beste vriend. Het ebt gelukkig snel weer weg. Dat is fijn. En wat ik zeg over lijfstraffen, dat is ook ironisch bedoeld hoor.'

Boek: In augustus (...) passen we drie weken op een heerlijk huis in Amsterdam-Zuid. Uit die woordcombinatie van 'oud' en 'zuid' spreekt een soort Pompeïsche stilte. Wat doe ik hier in Noord? En dan ben ik terug in Vredig-Zuid: kijk die lui toch eens, ze hebben geen idee wat voor een geprivilegieerd leven ze leiden.

Je wilt de rust van Zuid?
'Je verlangt daar wel naar ja.'

Dan is er ook nog de horror met stadsdeel Noord. In het kader van burgerparticipatie moeten de bewoners van het plein het straatvuil verwijderen en de plantsoenen onderhouden.

Boek: Ik verwijder nog altijd trouw alle zwerfafval. Het is kennelijk niet voldoende. Wat is de volgende stap? Een boete? Detentie? Ik durf het bijna niet te vragen, maar waar blijven al die ontvangers van een uitkering?

Het stadsdeel is al drie jaar aan het vergaderen om het plein te herinrichten. Het komt er allemaal niet van?
'Het is onthutsend. Er zijn vele brieven rondgezonden, ontwerpen gemaakt en inspraakrondes geweest. Laatste stand van zaken? Ze weten nog steeds niet of er geld voor is.'

Er rest slechts één vraag: waarom gaan jullie er niet onmiddellijk weg?
'Anna zit aan een nulurencontract. Ik ben een fladderend schrijver. Mijn inkomen stelt ook niet veel voor. Voorlopig zitten we aan het plein vast. Maar ik ben nu bezig docent Frans te worden om financieel sterker te staan. Het KNSM-eiland lijkt me heerlijk. Ik wil in elk geval nooit meer aan een plein wonen, hooguit een hofje.'

Is je huis nu niet onverkoopbaar geworden?
'Ja, in dat opzicht is het boek misschien niet zo slim. Nou ja, de locatie is fantastisch. Geografisch gezien.'

Anker opent de deur en loopt over het plein. Het is overdag en doodstil. 'Anna kocht dit huis in 2009. Het leek leuk: wonen aan een pleintje. Kijk maar hoe idyllisch het nu is.'


Jan-Willem Anker: Het plein Uitgeverij De Arbeiderspers, €18,99

Veel werklozen

- De spanningen in de Vogelbuurt in Noord zijn sterker toegenomen dan gemiddeld in de stad. Het aan- deel criminele jongeren is er hoger, de buurt kampt met jongerenoverlast en er zijn veel woninginbraken. In de Vogelbuurt is er een da- lend normen- en waardenbesef onder jonge tieners.

- Oud Noord scoort van de drie gebieden in Noord het ongunstigst als het gaat om cijfers rond werk en inkomen en scoort ook een stuk slechter dan het Amsterdamse gemiddelde.

- De ongunstige scores van Oud Noord zijn vrijwel volledig toe te schrijven aan de situatie in IJplein/Vogelbuurt en Volewijck. De Vogelbuurt behoort tot de armste van Amsterdam. Een hoog aandeel bewoners is werkloos, ontvangt bijstand en zit in de schuldhulpverlening.

- Er wonen veel licht verstandelijk beperkten en er is een groot aandeel laagopgeleide schoolverlaters. Overgewicht onder basis- schoolkinderen in de Vogelbuurt is een probleem.

- Het aandeel criminele jongeren ligt hoger dan in de rest van de stad. Zes procent van de jongeren tussen de twaalf en 24 jaar wordt verdacht van een misdrijf.

- 32 procent van de jongeren groeit op in een minimahuishouden.

- Een kwart van de leerlingen krijgt een advies voor het praktijkonderwijs of leerwegondersteuning.

- Er zijn signalen van overbewoning: grote gezinnen in te kleine huizen.

Bron: de gebiedsanalyse 2015 van OIS, de dienst Onderzoek, Informatie en Statistiek, over Oud Noord, waar de Vogelbuurt onder valt.