Binnenland Bewaar

26 Roma in één appartement

HEt pand aan de Prins Hendrikkade daags na de steekpartij. Foto ANP
HEt pand aan de Prins Hendrikkade daags na de steekpartij. Foto ANP © UNKNOWN

AMSTERDAM - De 26 Oost-Europeanen die de politie deze week na een steekpartij oppakte, zaten met z'n allen in één appartement op de Prins Hendrikkade. In een paar kamers met stapelbedden verbleven ongeveer dertig mensen, volgens de politie Roma uit Roemenië en Albanië, die vijftig euro per week betaalden.

Volgens de eigenaar van het pand, de Amsterdamse vastgoedondernemer Jos van de Mortel, hadden de zigeuners het appartement circa zes weken geleden via een keten van onderverhuur betrokken. De Roma, die de politie voor veel problemen plaatsten, zijn allen vrijgelaten.

De politie denkt dat de verdachten van de steekpartij in de nacht van maandag op dinsdag voortvluchtig zijn en verwacht hen binnenkort op te pakken. De vrijgelatenen hebben van de politie, die de sloten op het pand heeft veranderd, toestemming gekregen hun schamele bezittingen op te halen.

De enorme actie van de politie die op de steekpartij volgde, plaatste 'het pension' op nummer 191, naast café De Kluis, in de schijnwerpers, niet tot ongenoegen van Van de Mortel. ''Wij zijn uiteraard blij dat de politie een eind aan deze ellende heeft gemaakt. Je moet er niet aan denken dat daar brand uitbreekt.

Ook de buren begonnen te klagen. We waren er al mee bezig, maar je krijgt zo'n groep niet zomaar weg.''

Van de Mortel had het appartement, onderdeel van de vroegere admiraliteitswoning van de Zeevaartschool, verhuurd aan de uitbater van De Kluis, die het op zijn beurt verhuurde aan ene Patrick. Die zou het huis nogmaals hebben doorverhuurd aan één van de Roma.

Van de Mortel, eigenaar van het hele blok op de Prins Hendrikkade, heeft donderdag een verklaring afgelegd bij de politie en verwacht dat hij volgende week weer over het appartement kan beschikken. ''Ik neem aan dat ik de sleutels van de politie krijg.''

50 euro per week, inclusief elektra
De deur van Prins Hendrikkade 191 gaat op een kier. De Roemeense 'receptionist' Vali loopt een trap op en laat zijn kantoor met een keukentje zien. Het bureau is nu gesloten. Er hangt een papier op de deur in een buitenlandse taal.

Op de tweede en derde verdieping zijn welgeteld drie kamers met een entresol. In de eerste kamer slaapt 'een gipsyfamilie'. Er staan twee stapelbedden en een eenpersoonsbed.

Op de entresol liggen ook nog een paar matrassen. Op één van de stapelbedden ligt een matras, weer een extra slaapplaats. ''Hier slapen ongeveer acht mensen,'' zegt Vali. Er zijn geen stoelen in de kamer.

Het is een behoorlijke troep. Lakens, dekens en kleding liggen her en der verspreid, tussen borden met etensresten. Er staan lege koffiekopjes en pannen. Op de gang staan ouderwetse koffers en bij de trap staat een kinderwagen.

Een verdieping hoger zijn nog twee kamers met entresol. De wasmachine die naast de bedden staat, draait op volle toeren. Aan de muur hangt een tamboerijn. ''Er wonen hier ook mensen die muziek maken op straat. Ik zelf niet hoor. Ik schilder huizen en leg parket,'' zegt een jongen die zich Vasi noemt en die op een matras op de grond ligt.

'Een collega' loopt net de kamer binnen. Ook hij schildert. Vasi en hij spreken geen Nederlands en nauwelijks Engels. Eén van hen laat een pasje zien. ''Mijn moeder is Italiaanse, mijn vader een Roemeen.''

Vali laat de badkamer zien. ''Kijk niet naar de troep. Het is een beetje vies,'' verontschuldigt hij zich. Hij pakt een rol nat wc-papier van een tafel en veegt de wc-bril schoon. De wc staat naast een betegeld bad en een fonteintje.

De grond is smerig omdat wel dertig man uit de woning hier onder de douche gaan. In elke kamer slapen namelijk negen Roemenen. En vandaag zijn ook nog eens drie vrienden van Vali op bezoek. Eén van die vrienden komt uit Albanië. Hij ligt met ontbloot bovenlichaam achter zijn laptop. Er komen achter elkaar berichtjes op zijn laptop binnen.

Vali laat de andere kamer zien. ''Hier slaapt een Roemeens gezin. Een vader en een moeder van in de vijftig met twee kinderen van in de twintig. Op de entresol slapen een jongen en een meisje. En in het stapelbed slaapt een jongen die kleding verkoopt. ''De meeste mensen hier zijn schoonmaker of muzikant. Ze kunnen hier zo lang blijven als ze willen.''

Vali maakt koffie. Terwijl de snelkoker op de grond staat te loeien, gooit hij oploskoffie in een paar mokken. Vasi, de schilder, vertelt dat hij vijftig euro per week huur betaalt.

Iedere gast betaalt hetzelfde bedrag. Maar je kunt ook voor één nacht betalen. Dat is een tientje.

''En inclusief elektriciteit,'' zegt Vali, die onderwijl een droogrek in de kamer op de bovenste verdieping neerzet en zijn was uit de wasmachine haalt.

Hoe lang dit hier al zo toegaat, weet hij niet. ''Je moet daarvoor bij Patrick zijn. Hij is de baas.'' Maar het telefoonnummer van deze Patrick wil hij liever niet geven.

Patrick komt echter net aanrijden in een zwarte jeep. Hij staat met een oudere man spullen uit te laden.

Vlak voor de deur staat een aanhangwagen met het opschrift 'House rental 24 hours service' waarin Patrick en de man allerlei spullen laden. ''We zijn even aan het verhuizen.''

Over de inval wil hij het volgende kwijt: ''De politie kwam hier met veertig man binnenvallen. En waarom? De steekpartij was hier op straat. Het was intussen een hele heisa. Ze liepen de trap op en stonden tot op het dak met schijnwerpers in hun handen. Maar ze hebben niets kunnen vinden.''

De politie is volgens hem ook teleurgesteld. ''Ze dachten dat ze wat hadden. Maar dat was niet zo. Alle mensen zijn weer vrij. Gelukkig is het pand weer open.''

Wie allemaal zijn opgepakt, weet hij niet. Of de jongen die is neergestoken, ook in zijn huis woonde, weet hij ook niet. ''Een verhuurder weet niet alles. Ik weet toch niet wie de bewoners op bezoek hebben?'' (ALBERT DE LANGE en HANNELOES PEN)