Over haar zei Bas Lubberhuizen altijd: ''Dit is nou een vrouw, waarvan je hoopt dat ze het eeuwige leven heeft.'' Mieke Riezouw heeft een moedige poging gedaan, maar donderdag overleed ze, op 94-jarige leeftijd. 'Zo kom je ze zelden tegen...,' staat op haar rouwkaart.

Decennia was ze de drijvende kracht achter het wijkcentrum in de Vondelpark-Concertgebouwbuurt, vechtend tegen speculanten en voor het behoud van architectuur en monumenten. Zonder Riezouw waren de Obrechtkerk en het VU-laboratorium in de De Lairessestraat er niet meer geweest. Dan word je vanzelf de 'moeder van de VPC-buurt'.

Mieke Riezouw-Lindeman (Arnhem, 1914) kwam uit een rood nest, en dat is een understatement. Vader Sam Lindeman was betrokken bij de oprichting van de SDAP en de vader van moederszijde kon wegens vakbondsactiviteiten alleen in buitenland werk vinden.

Dochter Anita Riezouw: ''Die dwarsheid zat er al generaties in.''

Sinds 1940 woonde ze in de Johannes Verhulststraat, met haar eerste man Haakon Stotijn, eerste solohoboïst van het Concertgebouworkest. Tijdens de oorlog hielp ze Joden onderduiken en was ze aangesloten bij het linkse kunstenaarsverzet. Anita Riezouw: ''Ze was vooral haar eigen verzet. Zo is ze altijd geweest.''

Met Stotijn en met haar tweede man Bart Riezouw was jarenlang actief binnen de Communistisch Partij Holland en nadat haar tweede man uit die partij werd gegooid wegens een kritisch stuk over de Sovjet Unie, waren ze tientallen jaren actief binnen de Amsterdamse PvdA. Vriend Maarten Lubbers: ''Maar wel als zelfstandig denker. Ze was altijd voor vernieuwing.''

Oud-burgemeester Ed van Thijn herinnert zich Riezouw als een echte sociaaldemocraat. ''Ze zag er lief en aardig uit,'' zegt Van Thijn en hij begint te lachen. ''Maar ze was ook heel pittig. Je kunt ook op een heel hoffelijke manier radicaal zijn. Daar was zij een voorbeeld van.''

In 1972 richtte ze samen met haar man het wijkcentrum in de VPC-buurt op. Ook hier liet ze haar twee gezichten zien. Lubbers: ''Naar buiten toe was ze prettig, aangenaam, hield rekening met iedereen. Maar intern, tijdens vergaderingen, kon ze snedig zijn, fel en bikkelhard.''

Ze vocht tegen de sloop van het Zuiderbad, de herinrichting van het Museumplein, die 'luchtige potloodstreep' van het Concertgebouw, de gesplitste verkoop van huizen in de buurt - en wat al niet.

Lubbers: ''Dat de Obrechtkerk een rijksmonument werd, was haar grootste overwinning. Terwijl ze niks met geloof had, maar die kerk was rijk versierd en had een prachtige akoestiek.''

''Want,'' zegt zoon Marc Stotijn, ''ze had een groot gevoel voor esthetiek, was zeer kunstzinnig en had een onnavolgbaar taalgevoel. En ze kookte fantastisch.''

Mieke Riezouw werd benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau en ook kreeg ze het Onderscheidingsteken van Verdienste van de stad Amsterdam.

Tot aan het einde toe was ze strijdbaar. Ze was voor het grotendeels opheffen de deelraden en tegen de Noord/Zuidlijn. Lubbers: ''Ze groeide met de actualiteit mee.''

Mieke Riezouw heeft een leven lang gevochten, ook tegen de dood. Anita Riezouw: ''Tot haar 93ste zat ze nog op de fiets, tot ellende van haar kinderen. Ze wilde niet oud worden. Ze zei: 'Ik heb een hekel aan oude mensen'. Zo heeft ze zich ook nooit gedragen. Altijd alles zelf doen, nooit over je laten beslissen.'' (HANS VAN DER BEEK)