Als ik politicus was, zou ik het verdommen in zo’n rare bodywarmer een eventuele kiezer een speldje, narcis of mok te geven.

Ze hebben een hesje aan of een das om met daarop de naam van hun partij. En ze delen rozen uit, of tomaten, of gewoon snoep. Sommige partijen trekken rond met een dixielandorkestje. (Na elk nummer uit 1970 spelen ze 'O when the saints'..., opdat we maar goed beseffen dat hun leidsman eigenlijk een heilige is, die komt binnenmarcheren om ons te redden en te verlossen.)

Ik snap het wel, maar kan het slecht verdragen. Stel dat een bewoner van de stad die je op straat een roos of tomaat hebt gegeven, daarom op jou stemt - dat zou ik als politicus niet willen. Nu kun je natuurlijk beweren: die roos, of die ­tomaat, is maar een herinnering. Maar dan nog. Al die speldjes, bekers, ballonnen, repen, zuurtjes, bloemen, sleutelhangers en plastic tasjes zijn toch spulletjes voor kinderen.

Een partij die mij zoiets geeft, ziet mij als een peuter. Canvassen is dus niets voor mij, maar dat komt doordat ik me er enigszins plaatsvervangend voor schaam. Als ik politicus was, zou ik het verdommen in zo'n rare bodywarmer een eventuele kiezer een speldje, narcis of mok te geven. Wat ik daarentegen wel mooi vind, zijn de politici die op stoelen (zeepkisten bestaan al jaren niet meer, geloof ik) of achter op vrachtauto's klimmen en dan mooie redevoeringen houden. Uit het hoofd! En voor een krakerige microfoon.

Ik heb de laatste dagen toevallig lang door de stad gelopen en ben bijna alle partijen tegengekomen, maar niemand heb ik zo'n toespraak horen houden. Al die politici wilden een praatje met je maken. En allemaal - zelfde trainer gehad? vroeg ik me af - begonnen ze met de vraag: 'Wat zou u nu anders willen in onze stad?' Erg gelachen heb ik op het Leidseplein.

Canvassende jongere - de partij doet er niet toe - vraagt man: 'Wat zou u anders willen in onze stad?' Man, mijn leeftijd, antwoordt: 'Dat al die bommen die onder de stad liggen, worden weggehaald.' 'U bedoelt die bommen uit de Tweede Wereldoorlog?' 'Nee. In 1982 had je hier een man, captain George, een oud-provo, en die heeft op meer dan duizend plekken in deze stad mijnen onder de grond gelegd. Die kunnen elk moment ontploffen.'