THEODOR HOLMAN

Je bent 23 jaar, je hebt ruzie met je vader, die minister is, je bent in Jemen bij een leuk groepje mensen aan gekomen, en dan komt er een moment dat je die onderbroek moet aandoen.

Een onderbroek met zeer explosief materiaal, dicht bij je ballen.

In Amsterdam moet je overstappen en daar moet je nog even een pipi doen. Op de wc trek je je broekje naar beneden om pielemuisje zijn werk te laten doen, en je denkt: dit is misschien wel de laatste keer dat ik pielemuisje zo zie... Denk je dan ook niet: pielemuisje staat wel eens recht overeind om dingen te doen die het leven soms aangenaam maken. Dan kan straks niet meer.''

Ongetwijfeld word je op de been gehouden door de gedachte dat je 72 maagden in het hiernamaals mag penetreren, maar dan nog. Heb je in het hiernamaals dan geen onderbroek meer aan?

Dat je apparaat door zo'n bom bloederig naar de filistijnen is en hoe je die maagden dan moet behagen, passeert vermoedelijk toch ook even je geest.

Of denkt zo'n jongen echt: straks, in de hemel, ben ik meteen weer helemaal in orde. Dan heb ik een Echte Jongenspiemel en een stel Mooie Kloten en dan heb ik - wow! - een onderbroek van Gucci aan!

Ik heb wel eens met een jongen gedebatteerd die zeker wist dat in de hemel 'alles goed' was. ''Geef eens een voorbeeld?'' vroeg ik. ''Nou,'' zei hij toen, ''de Joden hebben dan alles verloren, Amerika is het stomste land van de wereld en Nederland is dan ook in handen van mensen, zoals wij, die alleen maar goed willen doen.'' (Applaus!)

''Ik kijk ernaar uit,'' zei ik. Het was best een aardige jongen. Deed havo, geloof ik.

Ik zie die jongen nog steeds voor me en denk nu: zou hij ook zo'n onderbroekje aandoen?
''Wat doet u?'' vroeg die jongen me na afloop van het debat.

Ik was toen druk doende een boek over Gerard Reve te schrijven, en dacht: als ik hem vertel dat ik als atheïst een boek schrijf over een homoseksuele katholieke auteur, die achter jongens aanzat en zich God voorstelde als een ezel die heel erg lief is, denkt hij dat ik geschift ben.

Ik zei toen hypocriet dat ik columnist was.