Amsterdam Bewaar

Ook het Vondelparkpaviljoen was in de greep van de Duitsers

Mei 1940. Tijdens de mobilisatie, vanaf 11 april 1939, was in het paviljoen het hoofdkwartier van de Luchtverdedigings Kring Amsterdam gevestigd.
Mei 1940. Tijdens de mobilisatie, vanaf 11 april 1939, was in het paviljoen het hoofdkwartier van de Luchtverdedigings Kring Amsterdam gevestigd. © NIOD

Het Parool organiseert vandaag een vrijheidsmaaltijd bij Vondel CS in het Vondelpark. Het Vondelparkpaviljoen was in de Tweede Wereldoorlog één van de grote panden in de stad die door de Duitsers werden gevorderd. Hoe kwam het Vondelpark - en dit prachtige gebouw in het bijzonder - uit de strijd?

Het Vondelpark werd half november 1944 wegens houtroof en grote vernielingen voor het publiek gesloten, omdat overal gezaagd en gehakt werd

Eén van de personages in het boekenweekgeschenk 'In de mist van het schimmenrijk' (1993) van Willem Frederik Hermans loopt in de oorlog langs het park en beschrijft wat hij daar ziet: 'We waren nu weer bij het Vondelpark. Uitzicht op de verlaten bouwput, de ravage, de schuttingen, de hopen zand, de glinsterende geprofileerde granietblokken van de stilgelegde overbrugging, en op de prikkeldraadversperringen van de Duitsers die in het Paviljoen bivakkeren.' 

Op de plek van het stenen paviljoen stond aanvankelijk een houten gebouw in chaletstijl, waar bezoekers even konden uitrusten van een wandeling. De exploitant verhuurde ezels en bokken, waarmee kinderen een ritje konden maken.

Het grote stadspark, een initiatief van Christiaan Pieter van Eeghen, president van De Nederlandsche Bank en verlicht liberaal, was bedoeld om Amsterdammers wat groen en frisse lucht te bieden. De Vereeniging tot Aanleg van een Rij- en Wandelpark te Amsterdam had daartoe enkele weilanden opgekocht, waarna architect Jan David Zocher het park in Engelse landschapsstijl ontwierp. Zijn zoon Louis Paul Zocher zou later het zuidwestelijke deel ontwerpen.

Houten uitspanning
Het nieuwe park werd in 1865 geopend en kreeg de naam Vondelspark. Later verdween de s na een taalkundig dispuut.  Omdat de houten uitspanning het op de zompige grond niet lang volhield, werd die in 1878 vervangen door een stenen paleisje, met torentjes, ronde bogen en een brede trap in het midden, in Italiaanse renaissancestijl ontworpen door architect Willem Hamer. Bijna tien jaar na de opening kwamen er een receptiezaal en een kegelbaan bij. 

Pachters van het paviljoen hadden het in de jaren dertig tijdens de economische crisis echter zeer moeilijk en konden de huur niet meer opbrengen.  Het paviljoen werd vrijwel meteen na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetters gevorderd, blijkt uit de notulen van de bestuursvergadering van 19 juli 1940 van het bestuur van de Vereniging tot aanleg van een rij- en wandelpark genaamd Vondelpark.

'Nu is het paviljoen in Duitsch bezit en huur is tot nu toe niet betaald. Wel maakt de heer Six er werk van.' Jonkheer Jan Six, heer van Hillegom, was bestuurslid.  De Duitsers, die ook vele villa's en huizen rondom het park hadden gevorderd om hun officieren in onder te brengen, hadden totaal geen intentie huur voor hun verblijf in het paviljoen te betalen. Sterker: ze brachten het gebouw en het interieur grote schade toe. 'Nog steeds ontvangt men geen huur. Het meubilair is grotendeels vernield of weg. De Wehrmacht geeft echter geen toegang aan de Hollandse instantie om de schade op te nemen,' aldus de notulen van juli 1941. 

Geen Joodsche onderneming
In november 1941 tekende de penningmeester desgevraagd een verklaring dat het park 'geen Joodsche onderneming' was. Even later ontving het bestuur een geringe huursom, schrijft Annemieke Hendriks in haar boek 'Huis van illusies' over de geschiedenis van het paviljoen, dat in 1944 alleen nog als opslagplaats werd gebruikt. 

Ook het Vondelpark zelf werd behoorlijk toegetakeld. Zo werden greppels in het park gegraven om het landen van geallieerde (zweef)vliegtuigen te bemoeilijken. P. Sweers, die in de oorlog op zijn tiende bij het Vondelpark woonde, vertelde in een interview: 'Voor de plek waar de (Vondel)brug nu ligt, lag een vijver, met daarachter een stuk opgespoten terrein, waarin ze in 1941 loopgraven hadden gegraven. Op de opgespoten zandvlakte bevonden zich Duitse schuilkelders. Het was een mitrailleurnest. Wij mochten daar niet komen, maar speelden er natuurlijk toch.'  

Bianca Stigter vermeldt in haar boek 'De bezette stad' dat in december 1943 in het paviljoen een expositie van speelgoed werd gehouden dat soldaten in hun vrije tijd hadden gemaakt voor de Winterhulp. Het pand werd in 1944 behalve als opslagruimte ook als Verpflegungshauptamt (voor de voedselvoorziening) gebruikt. 

Niet alleen het paviljoen, maar ook andere delen van het park waren in gebruik door de bezetter. Het zuidelijkste gedeelte, bij de Amstelveenseweg, diende vanaf 1944 als Duits kampement en wagenpark. Het was volledig afgesloten, met wachtposten, hekken en overal prikkeldraad, schrijft Merel Ligtelijn in haar bijdrage, 'Het Nieuwe Park tussen 1865 en 1953', aan het boek 'Ode aan het Vondelpark'. Gecamoufleerde Duitse legervoertuigen stonden daar onder het groen bij de hekken. 

Onderduikers
In de schuur van de boerderij even verderop zaten twaalf onderduikers.  In de oorlog vielen diverse bommen op het Vondelpark. Zo sloeg in augustus 1940 een brisantbom in op de hoek van het Vondelpark bij de Amstelveenseweg. De bom werd meteen geruimd door de Duitsers. Er viel mogelijk nog een tweede bom, maar dat staat niet vast. Op het Rosarium vielen acht brisantbommen, die ook explodeerden, en bij de ingang van het park werd een cluster brandbommen gedropt. 

Het park werd half november 1944 'wegens houtroof en groote vernielingen' voor het publiek gesloten, 'omdat overal gezaagd en gehakt werd'. Er was, staat in het boek 'De bezette stad', zelfs een veiling georganiseerd waarbij men bomen kon bestellen. De politie nam er zeshonderd bijlen in beslag. 

Bij de bevrijding werd het paviljoen gebruikt door de BS, de Binnenlandse Strijdkrachten. 8 augustus 1945 werd het park weer voor het publiek geopend.  Toen het bestuur na de oorlog een kijkje in het paviljoen nam, bleek dat de Duitsers een ravage hadden achtergelaten. Jo Elsendoorn, die later directeur van het Internationaal Cultureel Centrum werd, noteerde wat hij aantrof: 'De balustrades van het grote terras, zo'n vijftig meter lang, en de beide brede, arduinstenen opgangen, waren bouwvallig. (...) We gingen een brede geruïneerde trap op en kwamen in een kale hal met links en rechts uitgewoonde zalen.' 

Het witte marmer van de muren in de vestibule en de marmeren vloeren waren zo toegetakeld dat alles op grijs beton leek. 'Het gebouw was in de oorlog door Duitse cavaleristen gebruikt, de laatste jonkers van Germania, die zware pinnen in de muren hadden laten rammen om paardenzadels en halsters aan op te hangen. De marmeren vloeren waren door de beslagen soldatenlaarzen geruïneerd,' aldus Elsendoorn. 

Filmmuseum
Na de oorlog werd het paviljoen gerestaureerd. In het gebouw werd het ICC, een ontmoetingsplaats voor zakenlui, politici, schrijvers en kunstenaars, gevestigd. In 1953 kwam het park in handen van de gemeente en in 1970 betrok het Filmmuseum het paviljoen. In het souterrain vestigde zich in 1988 café-restaurant Vertigo. Architect Joop van Stigt maakte van het paviljoen een filmpaleis. 'Ik had nog steeds het beeld van een entree achter zandzakken voor ogen en SS'ers erbij. Dat beeld moest weg.'  

Sinds mei dit jaar heet het paviljoen, dat sinds 1996 een rijksmonument is, na een grondige restauratie Vondel CS. Omroep AvroTros wil er met AT5 en Het Parool een bloeiend cultureel centrum van maken.