Amsterdam Bewaar

'Als er iets gebeurt in de stad, gebeurt het op de Wallen'

Rob Oosterbaan: 'In de meest precaire situaties moet je juist je handen in je zakken houden.'
Rob Oosterbaan: 'In de meest precaire situaties moet je juist je handen in je zakken houden.' © Iris Bergman

Acht jaar was Rob Oosterbaan wijkagent op de Wallen. Hij ging houden van de buurt, die veel meer is dan seks, drugs en rock-'n-roll. Met pijn in zijn hart verruilt hij de Wallen voor de Kinkerbuurt.

Zijn opvolger

Dick Eenhuizen wordt de nieuwe wijkagent op de Wallen. De afgelopen vier jaar werkte hij in de Kinkerbuurt, daarvoor was hij zes jaar wijkagent in de Jordaan. Oosterbaan gaat aan de slag in de Kinkerbuurt.

Dat romantische beeld van het rafelrandje van de stad, daar heeft Rob Oosterbaan (47) niets mee. Maar laat ook niemand de Wallen het afvoerputje van de stad noemen. 'Dit is een wijk waar de betrokkenheid van bewoners en ondernemers ontzettend groot is. Mensen willen hier graag wonen en zijn trots op hun buurt.'

Oosterbaan is niet het type dat zichzelf graag op de borst klopt, maar ook hij is best trots dat hij acht jaar dag in dag uit als wijkagent mocht werken in het meest tot de verbeelding sprekende stukje Amsterdam. 'Als er iets gebeurt in de stad, gebeurt het hier. Je zit er altijd bovenop, hartstikke leuk.'

Dealen
Zware momenten waren er genoeg. Zoals toen een Iraanse asielzoeker zichzelf op de Dam in brand stak. Of die moeder die met haar kind van de vierde verdieping in de Bijenkorf naar beneden sprong. Hij luisterde naar de verhalen van ooggetuigen. 'Dat hakt er wel in hoor,' zegt Oosterbaan.

En toch ging Oosterbaan acht jaar met plezier naar zijn werk. Hij zag de buurt veranderen. 'Toen ik begon was er veel overlast van drugsdealers en verslaafden. Het verkopen van die troep is op zich niet eens zo'n probleem, maar het neemt veel andere soorten criminaliteit met zich mee. Het dealen is nu veel minder. De meeste verslaafden ken ik goed en hou ik een beetje in de gaten.'

Ook de dames achter de ramen kent hij, maar het is lastig om hoogte van ze te krijgen. Daar zijn ook andere teams en hulpverleners voor. 'Soms lachen ze de ene dag nog naar me en komen ze de volgende dag op hun pantoffels en met hun kamerjas aan naar me toe dat ze aangifte willen doen tegen hun pooier.'

Vele gezichten
Het is een buurt met vele gezichten, heeft Oosterbaan geleerd. De tijd dat de Wallen uitsluitend het domein waren van hoerenlopers en gedrogeerde toeristen is al lang voorbij. 'Groepen vrouwen lopen rond op de Wallen. Mensen die overdag naar het Rijksmuseum gaan en hier 's avond komen eten. Vergelijk dat eens met de naargeestige sfeer in de rosse buurten in Antwerpen of Hamburg, waar alleen maar kerels op straat zijn.'

Dat toeristen uit de hele wereld naar de Wallen komen vanwege de wiet zal nooit veranderen, vermoedt Oosterbaan. De laatste jaren sloten veel coffeeshops hun deuren als gevolg van het Project 1012. 'Maar in alle reisgidsen staat nog steeds dat je naar de Warmoesstraat moet om te blowen. Bij de coffeeshops staan nu rijen voor de deur.'

Fijne dag
Dronken en sufgeblowde toeristen, Oosterbaan zal ze nog missen. Hij noemt zichzelf een wandelend VVV-kantoor. Dan staat hij op de Dam en vraagt weer iemand hem op waar het paleis is. 'En dan wijs ik het aan. Kleine moeite en zij hebben een fijne dag.' Wat hij maar wil zeggen is: je moet niet overal een probleem van maken. Toeristen, voetbalsupporters, drugsverslaafden - ze horen allemaal bij de buurt.

Als wijkagent moet je vooral goed luisteren. Het vertrouwen winnen van mensen. 'In de meest precaire situaties moet je juist je handen in je zakken houden. Dan straal je rust uit.'

Als hoogtepunt van zijn acht jaar op de Wallen noemt Oosterbaan de Occupy-demonstratie. 'Zoiets kan binnen een half uur uit de hand lopen. Dat gebeurde ook in andere Europese steden. Hier hebben de betogers een half jaar op het Beursplein mogen blijven. We hebben het goed afgesloten en als ik die mensen nu nog wel eens tegenkom bij demonstraties, krijg ik een hand van ze.'