Amsterdam Bewaar

Praten en mauwen over de Wallen: buurt wil meer haast

Amaury Mille
Amaury Mille © Amaury Miller

De vaart is eruit bij Project 1012, de herovering van de Wallen. Het geld is krap, de succesjes zijn sluipend. Tijd voor een conferentie.

Project 1012, waarmee de stad het aantal hoerenkasten, coffeeshops, gokhallen, souvenirshops en belwinkels wil verminderen en dubieuze pandjesbazen wil verjagen, heeft een tweeledig probleem: eigenlijk is er geen geld meer en de goodwill bij de betrokkenen in de binnenstad is latent geworden.

Kantelpunt
De creatieve en culinaire klasse rukt weliswaar op, het winkelbestand verbetert, het straatbeeld heeft her en der allure gekregen. Maar niet iedereen is gecharmeerd van ontoegankelijke kunstuitingen, vanzelfsprekend gesubsidieerd, achter een raam waar vroeger een rood lichtje brandde. En hoe lang kun je buurtbewoners, ondernemers en investeerders voorhouden dat het 'kantelpunt' - het momentum dat ontwikkelingen ten goede zichzelf gaan vliegwielen - binnen handbereik is?

Het gemeentelijk projectbureau dat trekt aan '1012', genoemd naar de postcode, hield gisteren een rondetafelconferentie in de Beurs van Berlage waar tweehonderd direct betrokkenen op af kwamen. Er was duidelijk behoefte aan 'input' en instandhouding van draagvlak - geef de mensen een podium, en je hebt ze weer aan jouw kant. Met Ruben Maes, een vrij briljante debatleider, en een razendsnelle powerpoint van Pierre van Rossem, projectdirecteur 1012, kwam de zaal bij de les.

109 ramen
Het project werd op 17 december 2007 door Lodewijk Asscher, wethouder toen, gelanceerd met een knal - het werd wereldnieuws dat Amsterdam genoeg had van zijn 'criminogene' Red Light District. Een 'strategienota' en talloze 'visies' later zijn nu coffeeshops, gokhallen, belwinkels en 109 ramen verdwenen, plekken waar hipsters, kunstenaars en slimme ondernemers zijn neergestreken.

Volgens Van Rossem is inmiddels van diverse kanten 800 miljoen euro in het gebied geïnvesteerd. De woorden van Asscher over criminaliteit en vrouwenhandel durft hij niet meer in de mond te nemen; inmiddels is leefbaarheid een beter verkoopbaar doel gebleken. Van Rossem heeft met een weerbarstige praktijk te maken. Met corporaties die geen geld meer hebben om hem te helpen, vastgoedboeven die de hoofdprijs willen, met hostels en massagesalons die hij niet goed kan tegenhouden en met een toeristenindustrie die weinig reden ziet om serieus mee te werken. Hij ziet niettemin kansen. 


Lees vandaag (10-12) meer in Het Parool.