Amsterdam Bewaar

Hoe zit het precies met de hondenbelasting in Amsterdam?

Het is een fabel dat met hondenbelasting de hondenpoep wordt geruimd.
Het is een fabel dat met hondenbelasting de hondenpoep wordt geruimd. © ANP

Het is misschien wel de gekste - en meest besproken - belasting: de hondenbelasting. Amsterdam schrapt vanaf 1 januari de taks op honden. Hoe zit het precies met die belasting?

1. Hoe lang bestaat de belasting al?
Hondenbelasting is de oudste belasting, die al sinds de middeleeuwen wordt geheven. Destijds waren er twee redenen om hondenbezit te belasten, stelt het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu: het terugdringen van het aantal zwerfhonden en het bestrijden van hondsdolheid. Die dodelijke ziekte wordt - het woord zegt het al - overgebracht door met rabiës besmette honden. Tot 1923 kwam hondsdolheid regelmatig voor in ons land.

2. Is hondsdolheid ook de reden dat alleen over honden belasting is verschuldigd?
Zo is het in elk geval begonnen. Feit is dat in de Gemeentewet (anno 1851), waar in artikel 226 de hondenbelasting wordt vastgelegd, alleen honden worden genoemd. Dus geen katten, parkietjes, schroefhoorngeiten of zebragrasmuizen. Waarom dat zo is, weet niemand. Maar waarschijnlijk heeft het iets te maken met de handhaafbaarheid. Honden komen immers nog weleens buiten en lopen dan in de gaten.

3. Nu we het toch over de handhaafbaarheid hebben, hoe wordt dat handhaven eigenlijk gedaan?
Vooropgesteld: hulphonden, blindengeleidehonden en politiehonden zijn vrijgesteld van belasting. Net als puppy's jonger dan drie maanden oud. Honden waarvoor wel belasting moet worden betaald, krijgen sinds 2009 een penning van de stad Amsterdam. Dat metalen plaatje moet altijd door de hond gedragen worden aan de halsband. Op die penning staat een registratienummer waarmee ambtenaren kunnen controleren of het baasje van de hond braaf zijn hondenbelasting heeft betaald.

In Amsterdam krijgen honden één keer een penning tot de hond 'wordt afgemeld' (dat is ambtenarentaal voor overleden of verhuisd naar een andere gemeente). In andere plaatsen zie je weleens honden lopen met een stapel penningen aan de riem waardoor de hond in kwestie bijkans de eigen kop niet meer omhoog kan tillen. Daar krijgen honden elk jaar een nieuwe hondenpenning.

4. Heft elke gemeente hondenbelasting?
Nee. De Gemeentewet is daar helder in: 'Ter zake van het houden van een hond kan de houder een hondenbelasting worden geheven.' Kán dus, niet móét. In 2012 hieven 292 van de toen 414 gemeenten hondenbelasting (dat leverde ze 61 miljoen euro op). Dit jaar belastten 265 van de 393 gemeenten hondenbezit. Sommige gemeenten vinden de kosten van handhaving niet opwegen tegen de opbrengsten.

5. Hoeveel geld krijgt de gemeente Amsterdam binnen dankzij honden?
Over 2015 incasseert de gemeente Amsterdam zo'n 1,75 miljoen euro aan hondenbelasting. Per hond moet een hondenbezitter 103,18 euro betalen, óók voor een tweede of derde (of vierde) hond. Dat zou betekenen dat er dit jaar zo'n 17.500 honden door de stad lopen.

6. Is de hoogte van de belasting altijd voor iedereen hetzelfde?
Nee. Het staat gemeenten vrij om de hoogte van de belasting vast te stellen. Sommige gemeenten kiezen voor een vast bedrag, andere laten het bedrag (fors) oplopen naarmate er meer honden op één adres staan geregistreerd. Dan betaal je relatief weinig voor één hond, maar moet je dieper in de buidel tasten voor elke volgende hond.

7. Ruimt de gemeente met de inkomsten de poep op?
Dat is een fabel. De belasting komt in de algemene middelen, de grote pot met geld van de gemeente. En dan kan het net zo goed gebruikt worden om een voetbalkooi aan te leggen, een weg te asfalteren of het vuilnis op te halen.

Het enige criterium is dat de gemeente het 'van belang acht'. Juist dat zorgde in 2013 nog voor een rechtszaak. Het gerechtshof in Den Bosch meende dat de opbrengsten alleen gebruikt mochten worden om de kosten van hondenbezit voor de gemeente te dekken. De Hoge Raad draaide die uitspraak datzelfde jaar nog terug.