Amsterdam Bewaar

Bureau Gevonden Voorwerpen - het best bewaarde geheim van Amsterdam?

De spullen die worden afgeleverd bij Bureau Gevonden Voorwerpen zijn soms, eh, bijzonder.
De spullen die worden afgeleverd bij Bureau Gevonden Voorwerpen zijn soms, eh, bijzonder. © Rink Hof

Het Bureau Gevonden Voorwerpen spreekt enorm tot de verbeelding, maar is zo ongeveer de onbekendste afdeling van de gemeente. Dertien medewerkers in opleiding willen dat veranderen.

Half elf in de ochtend. Hoewel Bureau Gevonden Voorwerpen van de gemeente sinds negen uur open is voor publiek, is de bescheiden wachtruimte leeg, net als de twee aanpalende loketten. Door de Korte Leidsedwarsstraat lopen plukjes mensen, die niet naar het bureau kijken, maar naar de diverse restaurants aan de overkant of het Leidseplein aan het eind van de straat. Een uur later is de situatie nauwelijks veranderd, hoewel de hoeveelheid gevonden spullen om aandacht schreeuwt. De houten wandpanelen in de entree hangen vol met gevonden bossen sleutels. Achter de gesloten deuren in het depot puilen bakken uit met portemonnees in elke maat en elke kleur. Alle keurig in plastic verpakt en op week geordend. Week 18 en 19 zitten het volst - de periode rond Koningsdag.

De meeste portefeuilles wachten op een eigenaar die waarschijnlijk nooit zal komen. 'Veel Amsterdammers kennen ons niet. Voor ik hier kwam werken, kende ik het ook niet,' zegt medewerker Nellita Hofwijks (56), die met acht collega's werkt. 'Zelfs collega-ambtenaren weten niet van ons bestaan. Wie wat vindt, gaat automatisch naar de politie en die brengt het hiernaartoe.'

Naamsbekendheid
Volgens woordvoerster Eline Verbeek heeft de onbekendheid vooral een financiële oorzaak. 'Er is vijfduizend euro per jaar beschikbaar om onze naamsbekendheid te vergroten. Je bent daar zo doorheen; we kunnen daarvan wat flyers afdrukken en jaarlijks twee advertenties plaatsen rond grote evenementen.'

Gemiddeld komen er driehonderd voorwerpen per week binnen. Als spullen niet worden opgehaald, worden ze na drie maanden geveild. Dat gebeurt tien keer per jaar. Voor de duurdere spullen, vanaf 450 euro, staat een bewaarperiode van een jaar. De opbrengst van de veiling, vorig jaar een kleine veertigduizend euro, gaat naar de gemeentekas en soms naar een goed doel.

Door de onbekendheid komt slechts één op de tien gevonden voorwerpen, inclusief sleutels, terug bij de eigenaar. Dat kan anders, besloten Abdel Serghini (29) en twaalf medetrainees van de gemeente. Ze hebben de voorbije maanden de mouwen opgestroopt om Bureau Gevonden Voorwerpen een boost te geven. Serghini, organisatiewetenschapper gespecialiseerd in verandermanagement: 'Wij willen dat twee keer zoveel voorwerpen bij de rechtmatige eigenaar terechtkomen.'

Voorwerp van de week
Het jonge talentenpanel ontwikkelde onder meer een nieuw communicatieplan met een betere website, een grotere zichtbaarheid op de gemeentesite en een twitteraccount. Op de website verschijnt bijvoorbeeld 'Het gevonden voorwerp van de week' en daar wordt dan ook over getwitterd. Verder wordt er met andere software efficiënter geregistreerd en wordt beter samengewerkt met politiebureaus, die ook al jaren alle ingeleverde spullen registreerden. Het Bureau Gevonden Voorwerpen (BGV) deed een proef met een politiebureau in de Bijlmer. De politie stuurde door, alleen het BGV registreerde.

'Eigenlijk was landelijk een paar jaar geleden al besloten dat het aannemen van gevonden voorwerpen niet meer de taak van de politie is,' zegt Serghini. 'Maar Amsterdam bleef dat toch doen: we hebben nu eenmaal veel toeristen en die brengen wat ze vinden naar de politie.'
Veel Amsterdammers posten opvallende gevonden voorwerpen op social media. Het BGV gaat daar nu in mee, maar met mate. Serghini: 'Er zitten namelijk wel haken en ogen aan. Hoe doe je dat bijvoorbeeld met paspoorten en andere privacygevoelige spullen?'

Beenprothese
Serghini en Hofwijks laten een stellingkast zien met de bijzonderste vondsten, met een geschatte waarde van boven de 450 euro. Uit het rek steekt een huidkleurige beenprothese met de kous er nog aan, even verderop ligt een stapel van tien massief zilveren schalen, onderin staat een kartonnen doos met een stapel tablets, gevonden in congrescentrum RAI.

Hofwijks pakt met beleid wat van een hoger rek. 'Moet je dit eens zien,' zegt ze glimlachend. Nog een prothese, een blanke robotarm met een zwarte hand, waarvan elk stalen vingerkootje tot in de finesse is vervaardigd. 'Dit is een vreselijk duur ding, op maat gemaakt.' Ze opent voorzichtig een klepje aan de voorzijde van de arm. 'Hierin heeft een zakje cocaïne in gezeten. Uiteraard heeft de politie dat in beslag genomen.'

Serghini ritst met pretogen een harde zwarte rolkoffer open - op dit moment de bekendste koffer van het depot. 'Deze koffer is van een artiest,' zegt hij met gevoel voor understatement. De inhoud is erg fifty shades of grey: dijhoge leren laarzen, een zweep, een kittig pakje en speeltjes van flinke afmetingen. Hofwijks kijkt daar minder van op. 'Och, we hebben vaker zulke koffers gehad,' zegt ze. 'De eigenares komt hem dan ophalen met rode blosjes op de wangen.'