Amsterdam Bewaar

'Als ik denk aan die spaken, krijg ik traantjes in mijn ogen'

Jonathan zat bij zijn moeder achterop, toen hij zijn voet tussen de spaken kreeg
Jonathan zat bij zijn moeder achterop, toen hij zijn voet tussen de spaken kreeg © Dingena Mol

Dagelijks komen alleen al in Amsterdam ongeveer tien kinderen met hun voet tussen de spaken. Vandaag maakten verzekeraars, ziekenhuizen en fabrikanten bekend dat ze de handen ineenslaan om het probleem aan te pakken. Jonathan (7), de zoon van journalist Marjolijn de Cocq, liep vorige jaar een ernstige voetbreuk op, toen zijn voet tussen de spaak kwam.

Jonathan is nummer drie die dag op de spoedeisende hulp van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis

Tips

Kinderen tot een jaar of vijf kunnen in een achterzitje. Daarna is een rugleuning voldoende, in combinatie met voetensteuntjes. In beide gevallen zijn spaakafschermers vereist. Vanaf tien jaar kunnen kinderen los achterop, met goede spaakafschermers en liefst ook voetensteuntjes. Een veilige (tijdelijke) tussenoplossing is een fietstas met een harde plaat aan de binnenkant. Kinderen tot een jaar of drie kunnen in een fietszitje aan het stuur. Vanaf drie jaar is een zadeltje op de stang in combinatie met voetsteuntjes een oplossing. Plaats dan wel bij het voorwiel spaakafscherming. (Bron: Veiligheid.nl)

Hij was juist het ziekenhuis uit gehuppeld. Op controle geweest bij de oogpoli, het goede nieuws: geen oogpleisters meer plakken. Nooit meer die vreselijke pleisters met die leuk bedoelde voetballertjes, treintjes en marsmannetjes. Nog geen kwartier later wordt Jonathan (7) het ziekenhuis weer binnengedragen, jankend van de pijn, spoor van bloeddruppeltjes. Voet tussen de spaken.

'Oh wat erg, wat erg, wat erg!' had de mevrouw op de stoep gegild toen het gebeurde. Een knal. Bám, fiets stond stil. Bám, jongetje loeide. Zijn voet vast tussen het spatbord, meegedraaid met de spaken. 'Oh wat erg, wat erg, wat erg!' Niet dat ze even kwam helpen om dat gemangelde pootje weer los te krijgen. De vijfhonderd meter terug naar het ziekenhuis leken vijfhonderd kilometer.

Jonathan is nummer drie die dag op de SEH (spoedeisende hulp) van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Weer een gevalletje 'spaakverwonding', het zoveelste gevalletje spaakverwonding en zeker niet het laatste gevalletje spaakverwonding. Want ouders, leert de praktijk, vervoeren hun kinderen vaak onveilig achter op de fiets.

Vooral in de zomer oppassen
'Je ziet heel ijselijke dingen,' zegt Arien de Jong, persvoorlichter van de Fietsersbond, die tal van campagnes heeft losgelaten op het spakenprobleem. 'Kleine kindjes die zonder enige vorm van bescherming achterop zitten. Vooral in de zomer. Dan zie je die blote beentjes, die sandaaltjes. Ouders denken bij heel veel dingen: dat overkomt mij niet. Nou is dat gelukkig vaak ook zo. Maar een voetje tussen de spaken komt wel heel veel voor.'

Volgens cijfers van de ziekenhuizen die bij het Letsel Informatie Systeem (LIS) zijn aangesloten, belandden vorig jaar 2800 kinderen op de spoedeisende hulp nadat ze hun voet tussen de spaken hadden gekregen. Bij fietsongelukken met kinderen gaat het in vier op de vijf ongevallen om een spaakverwonding. De directe medische kosten, heeft Veiligheid.nl (voorheen Consument & Veiligheid) becijferd, bedroegen vorig jaar 1,9 miljoen euro, zo'n 650 euro per slachtoffer.

In werkelijkheid is het aantal slachtoffers hoger. Niet alle ziekenhuizen zijn aangesloten bij het LIS. Alleen al bij het OLVG worden dagelijks gemiddeld drie kinderen binnen gebracht met spaakverwondingen, zegt medisch manager Michiel Gorzeman van de spoedeisende hulp. In heel Amsterdam zijn dat er rond de tien.

Het is een vaste stroom patiënten, aldus Gorzeman. 'Van de kinderen die binnenkomen, heeft de helft bijna niks, een beetje zwelling, weinig te zien. Maar die andere vijftig procent heeft een forse wond en/of forse zwelling, en soms een fractuur. Dat is toch heel veel.'

Lachgas als pijnstilling
De standaardprocedure is dat kinderen met een spaakverwonding een week in het gips gaan. Dat helpt tegen de pijn, houdt de voet rustig en zou spierproblemen voorkomen. Gorzeman: 'Een deel van de kinderen heeft veel pijn, die vangen we meteen op in de aparte kinderkamers die we hier op de SEH hebben. We gaan niet in de wachtstand, we beginnen snel met pijnbestrijding. Daarvoor hebben we een heel uitgebreid protocol. Vanaf november gaan we ook met lachgas werken, daarmee lopen we voorop. Dan kunnen we hechten of gipsen met een roesje.'

Spaakverwondingen zijn 'een typisch Nederlands iets', zegt Gorzeman. Nergens ter wereld worden zo veel kinderen op de fiets vervoerd. Waan je kind niet veilig met alleen een fietszitje, waarschuwt Veiligheid.nl daarom in de campagne Veilig Achterop. In de Europese norm waaraan fietszitjes moeten voldoen (NEN-EN 14344), is spaakafscherming niet opgenomen; bovendien vormt die een richtlijn en geen verplichting.

Ouders zijn zich volgens de stichting onvoldoende bewust van de risico's. Vaak zijn de voetriempjes defect of worden ze niet gebruikt. Te veel gedoe (ouders), niet cool (kinderen). Er zijn tegenwoordig genoeg zitjes te koop die wél geïntegreerde spaakafscherming bieden, zoals beenkappen en harde platen die aan het voetsteuntje vastzitten.

Jasbeschermers zijn geen spaakafschermers
Maar veel ouders kopen tweedehands of krijgen via via zitjes die minder bescherming bieden. Dan zijn aparte spaakafschermers nodig: harde plastic platen die het wiel zowel aan de voor- als achterkant van het voetje afdekken. Jasbeschermers, benadrukt Veiligheid.nl, zijn géén spaakafschermers. Ze zitten niet goed genoeg vast en zijn niet stevig genoeg. Een kindervoet schiet er zo doorheen. 

De Fietsersbond ziet een rol weggelegd voor de fietsenmakers. Die zouden ouders die een kinderzitje laten monteren, moeten wijzen op de noodzaak van spaakafscherming. Maar de bond constateert in een proef uit 2009: 'Opvallend is dat geen enkele fietsfabrikant een fiets verkoopt waarbij de spaken mooi zijn afgeschermd en de bescherming is geïntegreerd in het frame.' Een telefonische rondgang langs Amsterdamse fietsenhandels leert dat die veelal niet op de hoogte zijn.

Jonathan zat achterop in een kinderstoeltje, bandjes van de voetsteuntjes los, want daarvoor vond hij zich echt veel te groot. Geen jasbeschermers, laat staan spaakafscherming, want dit was het barreltje dat zijn moeder meestal bij het station parkeert. Dat speelt in Amsterdam natuurlijk ook mee, al die fietsen die op straat moeten staan en gemakkelijk gestolen kunnen worden. Hoeveel wil je daarin investeren?

Scheurtje in de groeischijf
Jammerend van de pijn, witter dan wit ligt het jochie in de kinderbehandelkamer van de SEH. Het bloeden is enigszins gestelpt, de wond is groot en diep en bijna tot op het bot. De kinderboekjes kunnen hem niet afleiden, voor de onderwatermuurschilderingen heeft hij geen oog. Op de röntgenfoto's is een mogelijk scheurtje te zien in de groeischijf, de plaats waar het onderbeen in de groei-jaren langer wordt. De kinderarts kijkt bedenkelijk bij de diepblauwe zwelling op de enkel. Wond en gips gaan niet lekker samen, zal in de weken die volgen blijken.

Van de vijftig procent 'zwaardere' gevallen loopt de helft volgens SEH-arts Gorzeman na een weekje gips zo weer weg. Maar bij Jonathan volgt na spalkgips loopgips, en dat moet er telkens af om te kijken hoe het helingsproces van de wond verloopt.

Na een eerste, onbedoelde blik op zijn toegetakelde enkel klampt Jonathan zich paniekerig vast aan zijn knuffel Flapoor. Die mag ook gips, oordeelt gipsmeester Julia. Dan kan er even een waterig lachje af. Jongetje en hond, ze worden een vaste klant op de gipskamer van het OLVG. 'Als ik denk aan die spaken,' zegt Jonathan bij de zoveelste gang naar het ziekenhuis, 'krijg ik traantjes in mijn ogen.'

Dit verhaal stond 22 oktober 2013 in de bijlage PS van Het Parool