AMSTERDAM - Amsterdam wordt nooit een culturele topstad als de bestuurlijke structuur niet verandert. Tot die slotsom komt Ann Demeester na een uitvoerige rondgang in de wereld van het vastgoed, de kunsten en de politiek. Demeester deed haar onderzoek in opdracht van wethouder Carolien Gehrels van Cultuur.

Demeester, in het dagelijks leven directeur van kunstencentrum De Appel, bracht de afgelopen maanden, samen met de econoom en stedelijk strateeg Kai van Hasselt, de culturele kracht van Amsterdam in kaart.

Zij sprak met zo'n vijftig decision makers en topadviseurs. Op basis daarvan stelt zij vast dat de bestuurlijke structuur van Amsterdam, met in elk stadsdeel eigen regels, een rijk en bloeiend cultuurleven dwarsboomt. ''Deze stad associeert zich graag met metropolen als Londen en New York. In werkelijkheid heerst hier een dorpssfeer. Iedereen heeft zijn eigen pleintje, met zijn eigen regels en eigensmaak.''

Maandag spreekt Demeester over haar bevindingen op de S7Summit in De Bazel. Tijdens een discussiedag presenteert zij een manifest waarin zij de bestuurders van de stad oproept in het belang van de hele stad te denken. ''Laten we de balans tussen slagen en falen herstellen. Laten we gaan voor realiseerbare visies en niet voor misleidende visioenen.''

Tijdens de S7Summit pleit Demeester voor de aanstelling van een ombudsman kunst en stedelijke ontwikkeling. Hij of zij moet een 'volledig beslissingsrecht' krijgen, opdat er een einde komt aan de jungle van wetten en regels waarmee de kunst- en de vastgoedsector nu worden geconfronteerd.

Ook pleit de intendant voor 'een culturele bouwstop'. Amsterdam moet onmiddellijk het maken van plannen voor nieuwe musea, concertzalen en theaters staken. ''Het is veel verstandiger de aandacht te richten op wat er is.''

Wethouder Gehrels wil niet inhoudelijk reageren op de conclusies van Demeester. Zij wacht het debat op 1 februari af. Gehrels. ''Het is de bedoeling dat de intendant een discussie start over de culturele kracht van de stad. Dat mag zij autonoom doen.''

Tijdens de presentatie van haar plannen in de gemeenteraad kreeg Demeester afgelopen week veel kritiek. Zij zou zich te veel op de kunstwereld hebben gericht. Demeester legt die kritiek als 'flauwekul' naast zich neer. Zij heeft zich juist bewust gericht op decision makers en adviseurs. ''Kunstenaars spelen een ondergeschikte rol in dit soort processen. Dat is een gegeven. Ik heb daarom mijn licht opgestoken bij mensen met geld en politieke macht. Die bepalen wat gebeurt.'' (RONALD OCKHUYSEN)

Vandaag in Het Parool: Interview met Demeester