AMSTERDAM - Na de jaarwisseling is meer dan de helft van de Amsterdammers allochtoon. Daarbij gaat het om stadgenoten van wie ten minste één ouder in het buitenland is geboren.

Dat blijkt uit een nog niet gepubliceerd onderzoek van het gemeentelijke bureau O+S. Dit najaar was het aandeel allochtonen in de bevolking gegroeid tot 49,95 procent. Op 1 januari 2009 bedroeg het aandeel nog 49,50 procent.

De statistieken kunnen de precieze situatie van vandaag nog niet bepalen. Maar vaststaat dat begin 2010 meer allochtonen dan autochtonen in de stad zullen wonen. Daarmee is het multiculturele karakter van de stad groter dan ooit, aldus een woordvoerder van de gemeente.

O+S onderscheidt nu drie soorten autochtonen. De eerste groep bestaat uit 'oude Amsterdammers', leden van families die al generaties­ in de stad wonen.

De tweede groep wordt gevormd door 'de import-Amsterdammers', mensen die bijvoorbeeld voor hun studie in de stad zijn komen wonen en er gezinnen hebben gesticht.

De derde groep autochtonen, die snel groter wordt, zijn derdegeneratieallochtonen. Dat wil zeggen: kinderen van tweedegeneratieal­loch­tonen, ofwel kinderen van ouders die zelf ook in Amsterdam zijn geboren, maar met grootouders die uit het buitenland afkomstig waren. (TON DAMEN)