Binnenland Bewaar

Ten Slotte Maup Caransa 1916 - 2009

Maurits Caransa na zijn vrijlating in 1977. Zakenman en miljonair Maurits 'Maup' Caransa is vrijdag op 93-jarige leeftijd overleden.  Foto ANP
Maurits Caransa na zijn vrijlating in 1977. Zakenman en miljonair Maurits 'Maup' Caransa is vrijdag op 93-jarige leeftijd overleden. Foto ANP © UNKNOWN

Een bekende zei eens over Maup Caransa: 'Koper wordt goud bij hem, de mazzel loopt hem na.' Mazzel? Caransa hield het zelf bij hard werken ('altijd een paar uur langer dan de anderen'), geloof in jezelf en discipline: 'Elke onderneming is een militaire operatie en ik ben de generaal.' Als klein jongetje proefde de donderdagavond op 93-jarige leeftijd overleden miljonair de armoede thuis. Kort na zijn geboorte verhuisden zijn ouders, drie broers en een zus naar een tweekamerwoning op Rapenburgerstraat 86. Vader runde een kleine olie- en kolenhandel.

Het was geen vetpot. ''Soms riep mijn moeder: 'Maupie, blijf jij maar rustig doorspelen hoor, tot acht uur.' Dan was er thuis geen eten.''

Slapen deed hij in de bedstee. Als dat niet lukte, zei zijn moeder: ''Nou, ga dan maar slapen in De Doelen.'' Dat was thuis de ultieme, onbereikbare luxe. Toen Caransa het Doelenhotel jaren later van concurrent Zwolsman overnam, dacht hij: niet slecht voor een jongen uit de bedstee.

Op dat hotel was hij trots. Trotser nog dan op zijn latere bezittingen op het Rembrandtplein. ''Dat was een ontwikkelingszaak. De Doelen was een jongensdroom.''

Werken deed Caransa een leven lang. Op zijn vijfde hakte hij, met zijn broers, al houtjes om aan de klanten te verkopen. Op zijn twaalfde kwam hij als loopjongen in dienst bij een kruidenier, later was hij nog een poosje fietsenjongen bij het persbureau Vaz Diaz.

Maar Maup voelde een drang tot meer, had voeling voor de handel. Op zijn zestiende kocht hij voor anderhalve gulden een autowrak; hij sloopte het vehikel en verkocht de onderdelen voor een paar tientjes. Meer auto's en meer klanten volgden. De handel bracht winst. ''En elke winst die een mens neemt, daar wordt hij niet armer van,'' zou hij later zeggen.

De oorlog bracht de grote tragedie. Caransa's ouders en zijn drie broers keerden niet terug uit de kampen. Alleen zijn zus en hijzelf overleefden. Toen zijn ouders werden opgepakt, meldde hij zich zelf in Westerbork. Maar hij werd weggestuurd.

Dat hij overleefde, dankte hij, zei hij later, aan zijn gemengde huwelijk en zijn uiterlijk: blond, bijna rood, lichtblauwe ogen. Onderduiken deed hij niet. ''Ik wou niet weg. Ik dacht: als mijn ouders uit de oorlog terugkomen, weten ze me tenminste te vinden.''

Caransa stortte zich op zijn werk, ging in 'de dump', kocht en verkocht afgedankte spullen van het Amerikaanse en Engelse leger. Een van zijn eerste successen: 875.000 achterassen, uit München.

Het verdiende geld belegde hij in huizen. En toen de dumphandel instortte, ging Caransa helemaal 'in onroerend goed'. Het liefste, zei hij dikwijls, was hij arts geworden. Dat was pas een mooi vak. Maar 'in huizen' doen, dat was ook niet slecht.

Caransa groeide uit tot een van de grote, veelbesproken onroerendgoedhandelaren en projectontwikkelaars van Nederland. Hij vergaarde grote stukken Rembrandtplein ('Niet alles. Ik wil geen alleenheerser zijn.'), kocht De Doelen, Schiller, het American Hotel en het Lido. Hij liet het Cresthotel bouwen in Buitenveldert, het Caransa Hotel op het Rembrandtplein. Hij kocht villa's en winkels, haalde het nieuws met de aan- en verkoop van het Amstelhotel.

Op 28 oktober 1977 verliet hij de Continental Club aan het Prof. Tulpplein na een avondje kaarten. Buiten werd hij overmeesterd door onbekenden.

Ondanks telefoontjes van 'grapjassen' die zich uitgaven voor de Rote Armee Fraktion, bleek het om een ontvoering om geld te gaan. Tien miljoen gulden werd geeist en ook bezorgd.

Na vijf dagen en meer dan honderd uur geboeid op een bed in een donkere kamer te hebben doorgebracht, werd Caransa vrijgelaten, ergens bij het Zoutkeetsplein. De ontvoering werd nooit opgelost, al doken her en der in het buitenland bankbiljetten van duizend gulden op die van 'de buit' afkomstig waren.

Het vastgoedimperium van Caransa wordt al twintig jaar bestierd door zijn kleinzoons Maurits en Salomon. (CORRIE VERKERK)