Binnenland Bewaar

Martin Bril (1959 - 2009) - Zo groot kan het kleine zijn

Foto GPD/Marsia Beretta
Foto GPD/Marsia Beretta © UNKNOWN

De wereld van Martin Bril werd steeds kleiner. Als columnist zoomde hij nog meer in dan hij al deed. We wisten dat hij ziek was. Ongeneeslijk ziek. Kanker. Dat was de titel van zijn column, eerder dit jaar, na zes weken afwezigheid. Een eerlijke column, recht voor zijn raap. Bril verafschuwde het sentiment.

In een van zijn laatste columns in de Volkskrant schreef hij wonderschoon over de rolstoel waarin hij was beland: 'Ineens had ik een rolstoel nodig, geen kracht meer in mijn benen. Goed voor het humeur is het niet, maar er is geen ontkomen aan.' De verwondering, nooit eerder zat hij in een rolstoel, speelde weer een grote rol, zoals in zo veel stukken. Ook schreef hij over een foto die boven zijn bureau hing. Zo klein was zijn wereld op het laatst.

De wereld was groot toen hij op 21 oktober 1959 werd geboren in Utrecht. Hij studeerde een jaar filosofie in Groningen en verhuisde toen naar Amsterdam, waar hij de Filmacademie deed. Hij begon te schrijven voor bladen als De held (literatuur), Vinyl (muziek) en Skoop (film).

Met zijn vriend Dirk van Weelden, die hij in Groningen had leren kennen, schreef hij Arbeidsvitaminen (1987), een ABC met verhalen, essays en persoonlijk getinte stukken over uiteenlopende onderwerpen als filosofie, amusement en media. Daar verried zich al de man die over alles kon schrijven.

Romanschrijver
Niet veel later begon hij met Van Weelden in Het Parool de wekelijkse column Piano & Gitaar, op de mediapagina's. Op de literatuurpagina's verschenen van hem recensies en andere stukken over vooral Amerikaanse literatuur. En hij schreef romans: Voordewind (1990) en Altijd zomer altijd zondag (1994).

Maar hij was geen echte romanschrijver. De romans zijn aan elkaar geregen belevingen, avontuurtjes die duidelijk maken wat Bril heel goed kan: schrijven over het kleine, over de gebeurtenissen in de marge. Over het kopen van een dobbelsteen. Een rode dobbelsteen.

Bril, zo bleek, was niet geboren voor de grote greep. Al deed hij wel heel erg zijn best buiten het schrijven. Hij dronk, gebruikte drugs. Daardoor was hij het huis uit gegooid en had hij financiële problemen. Hij was zichzelf goed naar de vernieling aan het helpen toen een ontmoeting bij een lift niet alleen zijn leven, maar ook zijn schrijfcarrière danig veranderde.

De wording van de columnist. Het was 1996. Vriend Matthijs van Nieuwkerk was hoofdredacteur van Het Parool geworden. Bril liep op een middag bij hem binnen en vroeg om een sabbatical. "Ik was aan lager wal," zei hij in een interview met deze krant. Van Nieuwkerk moest erover nadenken. Bril liep naar de lift en kwam misdaadverslaggever Bart Middelburg tegen. Bril vroeg: "Gebeurt er nog wat?" Een uitdrukking waarmee hij jaren op de redactie verscheen. "Maandag begint het Hakkelaarproces," antwoordde Middelburg.

En Bril zag het licht. Hij draaide zich om en liep de kamer van Van Nieuwkerk weer binnen. Hij vertelde hem over Jimmy Breslin, een New Yorkse journalist die een rechtbankverslag ophing aan de ring die de verdachte droeg. Bril mocht naar het Hakkelaarproces.

Opsommingen

Hij versliep zich gelijk, maar het stuk kwam er - en was onmiddellijk een succes. De ring van Breslin werd een zoom in een jas. Na het proces kreeg Bril een column. Zijn leven kreeg vastigheid, hij stopte met drank en coke, en een groot columnist kreeg gestalte.

Ook buiten Het Parool bleef hij veel publiceren. Voor zijn popmuziekstukken in Vrij Nederland kreeg hij in 1997 de Pop Pers Prijs, hij schreef columns voor verscheidene bladen en begon in VN het feuilleton Evelien. Bij Uitgeverij 521 kwamen, in twee delen, zijn verzamelde gedichten uit. In 1998 verscheen Het tekort, zijn beste boek: verhalen, columns en lange stukken.

Een staalkaart van zijn kunnen, met als hoogtepunt het verhaal Snookeren met Martin Amis, waarin Bril een ander wapen hanteert: dat van de opsomming. Prachtige opsommingen. Als hij de werkkamer van Amis bekijkt: 'Het enige wat ontbrak was een machine om mee te schrijven. Of een computer. Desnoods een koffiekop zonder oor met een stomp potlood erin. Of een oude balpen. Niets. Zelf had ik een haperende viltstift op zak die schunnig piepte als ik iets noteerde.'

Droomcolumn
In 2001 verhuisde Martin Bril naar de Volkskrant. Daar kreeg hij ook een dagelijkse column, op de mooiste plek van die krant, de Voorkant. Nu ging hij ook het land in. De jachtigheid van het dagelijks leven mijdend beschreef hij de rotonde, een lunchroom, weilanden.

Zijn boeken, meest verzamelde columns die hij onder het credo move the product liet verschijnen, verkochten goed. In 2006 werd er van Evelien een tv-serie gemaakt en hij schoof geregeld aan bij De wereld draait door. Martin Bril werd een Bekende Nederlander.

Op 6 april van dit jaar ging een grote droom in vervulling: een dagelijkse column op de voorpagina van de Volkskrant. "Het hoogst haalbare in het metier," aldus Bril. Hij heeft er niet lang van kunnen genieten. Maar tot het laatste moment bleef hij bezig met die column. Tot het echt niet meer ging. Afgelopen dagen stond op zijn plek: 'Vandaag geen Martin Bril.'

Hij schreef ook niet over zijn eigen dood, al had hij dat waarschijnlijk graag gedaan. In Al de mooie paarden, van de Amerikaanse schrijver Cormac McCarthy staat: 'Hij ging dood. Toen ze 'm wegdroegen dacht ik hoe gek hij het zelf gevonden zou hebben als hij het had kunnen zien.' Die finale, verwonderde column heeft ook Martin Bril niet kunnen schrijven. (MAARTEN MOLL)