DEN HAAG - De helft van de Nederlandse militairen die naar Afghanistan zijn geweest, vindt de missie 'niet zinvol'. Ze voelen zich bovendien niet gesteund door de politiek en de Nederlandse bevolking. Dat blijkt uit een enquête onder leden van drie militaire vakbonden in opdracht van actualiteitenprogramma Nova.

Uit de enquête onder officieren en onderofficieren blijkt dat minder dan een derde de missie in Oeroezgan 'zinvol' vindt.

De officieren hebben bovendien een zeer negatief beeld van de berichtgeving in de media en van de kennis van politici over de situatie in Afghanistan. Driekwart vindt dat politici onvoldoende weten waarover ze praten. In totaal vulden 261 militairen de vragenlijst in.

Jan Kleian, voorzitter van militaire vakbond Acom, voelt zich door de uitkomsten bevestigd in zijn kritiek op politici die te veel 'lopen te bakkeleien of het nu een opbouw- of vechtmissie is'. Volgens hem zijn de militairen negatief over de missie, omdat ze in hun mogelijkheden beperkt zijn. In tegenstelling tot de Amerikaanse militairen mogen de Nederlanders niet actief op terroristen jagen. Ze hebben de opdracht het land te stabiliseren en wederopbouw mogelijk te maken.

''De jongens voelen zich met de handen op de rug gebonden. 'Net Srebrenica,' zeggen ze. Er is niets zo frustrerend als iets wel zien, maar niet mogen handelen,'' aldus Kleian.

Minister Eimert van Middelkoop van Defensie zegt de uitkomsten moeilijk te kunnen duiden. Ze staan volgens hem haaks op de berichten die hij zelf van de militaire leiding in Oeroezgan ontvangt. Los daarvan is het volgens hem niet aan militairen maar aan de politiek om te bepalen of de missie zinvol is. Iets wat pas op de lange termijn beoordeeld kan worden.

Het ministerie van Defensie meet zelf maandelijks de publieke opinie over de missie in Afghanistan. In mei bleek uit die steekproef onder 170 Nederlanders dat 38 procent voor de missie is. Een derde van de bevolking is tegen, en nog eens dertig procent vulde 'geen mening' in.

In de Nova-enquête werd militairen ook naar hun mening gevraagd over de steun van het kabinet Balkenende I aan de Amerikaanse inval in Irak. Meer dan de helft (52 procent) van de militairen is voorstander van een onderzoek naar de besluitvorming daarover. (HET PAROOL)