Kunst & Media Bewaar

Nicolaas Veul was 24/7 live te volgen en draaide door

Programmamaker Nicolaas Veul (31) liet met Tim den Besten (28) drie weken lang, 24 uur per dag, zijn leven superstreamen. Langzaam draaide hij door en moest het tv-experiment eerder stoppen. Zijn relaas over de nasleep.

Toen ik me een keer 's ochtends binnensmonds beklaagde over het feit dat er geen koffie in huis was, werd een halfuur later koffie met ontbijt afgeleverd - van een trouwe fan

Gestoofd brein

In de documentaireserie Super Stream Me reflecteert een aantal experts op het experiment, onder wie Theo Compernolle, neuropsychiater en schrijver van het boek Ontketen Je Brein.

'Als we het hebben over de psychologische impact van het experiment, dan is er eerst het wegvallen van de privacy dat je enorm kwetsbaar maakt en stress veroorzaakt. De enige manier om om te gaan met de continue druk van het 24/7 bekeken worden, is schuilen. Zoals onze voorouders op de savanne: die leefden voortdurend op hun hoede, maar in hun grot konden ze schuilen. Stress zonder recuperatie hou je niet vol. Dat is eigenlijk een methode om iemand kapot te maken.'

Compernolle benadrukt daarnaast de stress die sociale media teweeg kunnen brengen. 'Een ander belangrijk punt is dat ze alsmaar met social media bezig zijn. Elke keer als er een nieuw berichtje binnenkomt, zorgt dat voor een kortstondige kick. Maar continu heen en weer gaan tussen verschillende contexten, is volslagen inefficiënt en geeft stress. Precies wat er met mensen gebeurt die zich de hele tijd laten afleiden door Twitter, Whatsapp en Facebook. Wat Tim en Nicolaas in een snelkookpan meemaken, maken we als maatschappij al in een sudderpannetje mee. Het eindresultaat is een gestoofd brein.'

De derde nacht van het experiment. Ik slaap slecht. Ik heb last van hartkloppingen en tintelende vingers. Ik sta strak van de adrenaline van een hele dag live zijn en kijk met grote pupillen leeg naar het plafond. Momenten van slaap die ik wél vat, worden verstoord door dromen; mijn brein probeert de stress van het altijd bekeken worden te verwerken in clichématige scènes die weinig aan de verbeelding overlaten.

Ik sta in een gigantisch openluchttheater, in de coulissen. De lucht is zwart en rood. Ik voel me opgejaagd: ik moet zo op. Maar waarom? Ik kan niets. Ik heb niets voorbereid. Het publiek neemt plaats, er is een rumoerige sfeer. Op de eerste rijen gaan mensen zitten van wie ik weet dat het mijn bazen zijn. Maar ook mijn moeder is er. De druk neemt toe. Vrienden jutten me achter de schermen op. Ik betreed het podium. Spanningen. Moet ik maar gaan zingen? Ik kan niet zingen. O, god. Ik zing al. Het klinkt vreselijk vals, iedereen kijkt verwachtingsvol. Stoppen is geen optie. Paniek.

Als ik wakker schiet, is het 04.30 uur. Mijn bed is zeiknat van het nachtzweet. Ik kijk om me heen, zoekend naar de camera. Hij staart me aan vanaf de rand van mijn bed. Nu de muren om me heen zijn opgeheven, ben ik eigenlijk niet veel meer dan een opgejaagd beest, voorbereid op naderend gevaar. Ik grijp naar mijn telefoon: allemaal nieuwe tweets. Zelfs midden in de nacht kijken er mensen om te zien hoe ik lig te woelen. Het beangstigt me en tegelijkertijd ben ik ook blij dat mensen zelfs 's nachts de moeite nemen om naar me kijken. Bij die laatste krankzinnige gedachte besef ik: het experiment heeft me al opgeslokt.

Achttien dagen lang zouden Tim den Besten en ik onze levens livestreamen, wat betekent dat we 24/7 live te volgen waren op het internet. We gaven onze privacy compleet op om te onderzoeken wie je nog bent als alles wat je doet openbaar is. Op de website werden de beelden van onze persoonlijke camera's uitgezonden, onze emoties werden omgezet in data en onze locaties getrackt.

Live poepen
We kwamen direct terecht in een aandachtscircus. De eerste dag dat we live gingen, werden we op Twitter trending topic. Tims eerste keer live poepen ging viral en haalde de Duitse krant Der Spiegel. Een screenshot van mijn blote kont eindigde als bureaubladachtergrond van fans. Neuspeuterpartijen werden GIF'jes. Er ontstonden een '#kampNicolaas' en een '#kampTim' onder de twitteraars. En ook de trolls konden niet achterblijven en zetten ons weg als hippe nichten die enkel hun luie, stadse homoleventje tentoonspreidden. Een enkeling leek het sowieso beter als ik uit het raam geduwd zou worden.

Naar het einde toe werd er meer dan 400.000 keer op onze levens geklikt, geshared en geliket. Ons leven werd een live-event: transparant en open voor iedereen. Want eerlijk zouden we alles delen. Na vijftien dagen trokken we de stekker eruit en stopten we het experiment vroegtijdig wegens de te heftige invloed op onze eigen privacy.

'Ik ga nu even een stukje fietsen door Amsterdam, als iemand suggesties heeft, twitter dan mee.' 'Ik ben nu bij de kapper; wat voor kapsel zal ik nemen?' Sinds de eerste minuten dat we live gingen, werd ik een soort Call TV-presentator van mijn eigen leven. Alles wat ik deed, overal waar ik heen ging, deelde ik met de kijker die gretig meetwitterde. Ik voelde me continu verantwoordelijk voor het publiek.

Het publiek bemoeide zich met alles
En het publiek ging zich op zijn beurt steeds meer met mij bemoeien en leefde meer mee. Bij een te hoge hartslag - die via een hartsticker ook online te volgen was - uitten mensen hun zorgen en kwamen ze op de proppen met gezondheidsadviezen. Toen ik me een keer 's ochtends binnensmonds beklaagde over het feit dat er geen koffie in huis was, werd een halfuur later koffie met compleet ontbijt afgeleverd aan mijn deur. Afzender: een trouwe fan.

Maar daar bleef het niet bij. Als ik niet te verstaan was in een café, moest ik iets aan het geluid doen. Als ik de camera tijdens een diner met vrienden te ver weg zette omdat ze de druk van de camera niet trokken, werd er geklaagd op Twitter en werd ik teruggefloten: 'Zo is er geen lol aan.' Big Brother, dat waren mijn kijkers geworden. Als ik ook maar iets zei, kreeg ik direct respons van mijn nieuwe schare online vrienden, en ik merkte dat ik steeds afhankelijker werd van de ander. Wat zouden ze écht van me vinden? Zouden mijn bazen meekijken, of mijn ex? Wat moesten die wel niet denken? Negatieve reacties gleden niet meer makkelijk van me af. Positieve reacties dienden als morfineshots om te blijven zingen op het podium. Ik ervoer mezelf via de blik van de anonieme ander. Dat bleek mijn grootste handicap tijdens het experiment.

Al mijn rare gewoontes achterhouden
Een bekend gevolg van het verlies van privacy is iets wat context collapse wordt genoemd: de ineenstorting van de sociale contexten. Het idee is dat je in elke context een andere 'ik' bent. Bij je bazen ben je beleefd, bij je geliefde intiem, bij je vrienden stort je je hart uit over een van die eerste twee. En als je alleen bent, voel je je misschien gewoon even depressief. Jezelf zijn, en te uiten wat je op dat moment wilt uiten, is afhankelijk van waar en met wie je bent.

Dat wordt onmogelijk als je altijd bekeken wordt en alle muren worden opgeheven. En dus werd ik de grootste gemene deler van mezelf: ik was altijd netjes - er kwam geen onvertogen woord uit mijn mond in de angst iemand te kwetsen, of vooral andersom. En ik probeerde mijn leven nog leuk en interessant te maken ook. Ik werd voordat ik het doorhad een publiekspleaser, iemand die continu leeft alsof hij in een sollicitatiegesprek zit. Wat me eigen maakte, afwijkend of raar, haalde ik het liefst uit beeld. Het was de enige manier om controle te krijgen op een situatie die eigenlijk oncontroleerbaar was.

Het was een instinctieve overlevingsstrategie, uit angst dat mensen zouden zien hoe zwaar ik het vond om altijd bekeken en beoordeeld te worden. Of beter: hoe zwaar ik het vond dat mensen konden zien hoe naakt en onzeker ik was nu ik altijd op een podium stond. Een kant van mij die alleen maar bedoeld is voor een handjevol mensen, niet voor een breed publiek.

Zonder plek om tot mezelf te kunnen komen, navigeerde ik op de buitenkant. Hoe meer ik openbaarde van mezelf, hoe minder controle ik had over wie ik was en wat anderen van me vonden. Of wat ík dacht dat anderen van me zouden kunnen vinden. Zonder safe zone was mezelf filteren nog de enige macht die ik had in een wereld die steeds meer openheid van me verlangde. Zonder privacy had ik geen ruimte om mezelf te beschermen.

Vaak wordt gedacht dat privacy gaat over gelekte naaktfoto's of bankrekeningnummers, maar privacy gaat niet per se over wat je allemaal te verbergen hebt. Het is bovenal een voorwaarde om een vrij en geborgen mens te zijn.

Dichtbij een burn-out
Drie dagen voor het officiële einde van het experiment vertoon ik alle kenmerken van een naderde burn-out: ik ben gevloerd en heel emotioneel. De stress demp ik door urenlang te gamen, te veel te drinken en weer te beginnen met roken. Ik ben nog maar een schim van wie ik was toen ik aan het experiment begon. Tim is die nacht weggerend en de camera's ontvlucht. Als hij die ochtend gebroken terugkeert, besluiten we de stekker uit het experiment te halen. De camera gaat op zwart en we beginnen keihard te huilen, te lachen en daarna weer te huilen.

In de dagen die volgen zit de stress nog in mijn lijf. Het is nog altijd in alarmfase, klaar om te vluchten of vechten. Hoewel ik allemaal leuke dingen gepland had om mijn vrijheid te vieren, springt mijn hart nog als een dolle bok in mijn borstkas. Tegelijkertijd ben ik doodop. Mijn staat van zijn is het best te vergelijken met die van een beurs geslagen bokser die kwijlend in de ring hangt, maar nog een ronde kan vechten als het moet. Maar nu er rust is, moet ik wonden likken.

En de eerste week betekent dat vooral: veel in bed liggen en weinig mensen om me heen hebben, want elk onvertogen woord voelt alsof iemand een oorlog begint. In bed lijd ik aan fantoompijn van de camera. Als ik wakker word, zoek ik nog steeds naar de camera aan de rand van mijn bed. Maar die staat er niet meer. Ook twittert er niemand meer. Gelukkig maar. Dat zou een nachtmerrie zijn.