Binnenland Bewaar

'Wtf', 'me zus', 'superrr lache' - is die digi-taal nu echt zo erg?

'Wtf', 'me zus', 'superrr lache' - is die digi-taal nu echt zo erg?
© Het Parool

 'Wtf', 'me zus', 'superrr lache' - op Twitter, Facebook en Whatsapp zetten jongeren de regels van de Nederlandse taal naar hun hand. Bij de taalpurist springen de tranen in de ogen, maar taaldeskundigen zien er geen kwaad in.

Zo creatief met taal omgaan, toont ook kennis van de taalregels

Hans Bennis - Meertens Instituut

'Hoooooooooooowj keb net de film klein beetje gmonteerd, ziet er strak uit jonguh! :D keb uhm in zwartwit oude film style staan nu is eg fat mja ben wieder weg kom strx nog trug mzzzzzzzzl' De boodschap van dit alledaagse bericht van een zestienjarige voor een zeventienjarige zal voor de meeste mensen te volgen zijn, maar dat is iets anders dan dat het te verteren is.

Hoewel het al die ouders en docenten wel duidelijk moet zijn dat de smartphones met Twitter, Whatsapp en Facebook bij de gemiddelde tiener horen, blijft de weerzin tegen de 'verloedering' van het Nederlands groot. Waarom al die spreektaal, halve woorden, afkortingen en vreemde samenvoegingen in één berichtje?

Bij elke lezing die neerlandicus Wim Daniëls - de meedogenloze taalanalist van het Koningslied in Pauw & Witteman - in de afgelopen tien jaar gaf, was er altijd iemand in het publiek die hem bezorgd de kwestie voorlegde. 'Blijkbaar zijn er nog steeds mensen die denken dat de taal moet blijven zoals zij het ooit hebben geleerd.'

Dode taal
Het is beperkt denken, vindt Hans Bennis, directeur van het Meertens Instituut (KNAW) en bijzonder hoogleraar taalvariatie aan de UvA. 'Mensen die willen dat het Nederlands niet verandert, verklaren het tot een dode taal. Jongeren veranderen taal, dat is altijd zo geweest. Dat lijkt mij eerder reden tot belangstelling.'

De criticus ziet een slordig Whatsappberichtje vol onvergeeflijke fouten, de aandachtige neerlandicus ziet taalontwikkeling in actie. Taalontwikkeling die bovendien uitgaat van kennis van de Nederlandse taalregels, logica én efficiëntie.

In zijn volgende maand te publiceren boek Korterlands, toont Bennis aan dat de ogenschijnlijk vreemde afkortingen in al die berichtjes een logisch patroon laten zien. 'In sommige opzichten zijn de regels van de Nederlandse taal vreemder dan de systematiek van de taal zoals we die op sociale media zien. Vergelijk het met sommige krantenkoppen, telegrammen en contactadvertenties. Daarin wordt ook verkort en afgebroken waar mogelijk, zonder de leesbaarheid aan te tasten. Dat wordt toch ook niet als fout gezien? Zo creatief met taal omgaan, toont ook kennis van de taalregels.'

Verfrissende visie
Ook Lieke Verheijen, onderzoeker taalbeheersing aan de Radboud Universiteit, ontdekte 'regels' die onder deze digi-taal schuilgaan. De laatste letter van een woord wordt weggelaten ('lache'), fonetische spelling ('jonguh'), eerste letters van woorden in een zin ('hvj', 'omg'), vervanging van letters door cijfers ('suc6'), nadruk door herhaling ('superrr') en weglating ('shoarma in bonus').

De rode draad in alle digi-taal lijkt vooral efficiëntie te zijn. Taal is het middel, de boodschap overbrengen het doel. De juiste spelling is minder belangrijk. Verheijen: 'Velen weten wel dat ze het fout doen, maar dat is in deze context van ondergeschikt belang.'

Op Twitter speelt bovendien de beperking van 140 tekens een rol. Bennis: 'We accepteren allemaal de onafgemaakte en kromme zinnen in onze spreektaal, maar als we het typen, kan het ineens niet meer door de beugel.'

Kweenie
Sinds whatsappen het nieuwe bellen is, en de berichten dus in hoog tempo over en weer moeten gaan, mag een zin als 'Ik weet het niet', de boel niet onnodig ophouden. 'Kweenie', dus. 'Maar omdat kenmerken als volume, intonatie en gezichtsuitdrukkingen ontbreken bij die geschreven conversatie, krijgen sommige woorden juist weer nadruk door toevoeging van extra letters of door het gebruik van kapitalen en emoticons,' zegt Verheijen. ('GEENNN zin in school ;)')

Die digi-taal lijkt eerder logisch dan barbaars te zijn, vinden de taaldeskundigen. En nog zo'n verfrissende visie: Twitter, Facebook en Whatsapp zorgden er wel voor dat jongeren van nu zich meer verdiepen in de taal, omdat ze meer lezen en schrijven dan eerdere generaties en er bovendien vernieuwend en creatief mee omgaan. 'Al die creatieve uitingen van taal, zoals 'ff w88', zijn goed voor het zogenoemde metalinguïstische bewustzijn, van de onderliggende patronen van letters en klanken in taal. Ze kunnen de geletterdheid van jongeren op een positieve manier beïnvloeden.'

Twittergedichten
Toch vrezen leraren nog vaak het tegenovergestelde: duikt al die 'incorrecte' digi-taal straks niet op in de opstellen van scholieren of de eerste sollicitatiebrief? 'Er is in het buitenland enig onderzoek verricht naar de invloed van digi-taal op lezen en schrijven, maar de uitkomsten daarvan zijn divers,' zegt Verheijen, promovenda bij de afdeling Nederlandse taal en cultuur van de Radboud Universiteit. 'Daarom onderzoek ik nu of Nederlandse jongeren het onderscheid kunnen maken tussen de digi-taal die ze gebruiken in een whatsappje naar een vriend en het officiële Nederlands dat ze horen te schrijven in een opstel voor school.'

Zich baserend op dat buitenlandse onderzoek, verwacht Verheijen dat jonge scholieren wier geletterdheid nog niet volledig is ontwikkeld en laagopgeleide jongeren mogelijk digi-taal zullen gebruiken waar 'de maatschappij' nog graag klassiek Nederlands taalgebruik ziet.

'Hoogopgeleide jongeren zullen wellicht makkelijker kunnen schakelen tussen de taalvarianten die vereist zijn in een Facebookpost en een essay.' Daarom, benadrukt Verheijen, is het belangrijk jongeren bewust te maken van verschillende varianten van het Nederlands, zoals digi-taal, straattaal, dialect én de standaardtaal.

Taalregels
Daar, zegt Bennis, ligt vooral een taak voor alle basis- en middelbare scholen. 'Docenten Nederlands hebben onverminderd de taak kinderen de taalregels te leren, maar ook om de sociale media in de lessen te betrekken. Van daaruit kunnen jongeren zich de taal eigen maken en toepassen op een manier die hen past.'

Bennis heeft meermaals voor de klas gestaan om dat te doen. 'Ik heb leerlingen gevraagd Twittergedichten te maken, maar het zou ook interessant zijn om ze een opstel te laten schrijven in Whatsapptaal en daarna in standaard Nederlands. Dan zien ze ook het onderscheid.'

Uiteindelijk is de taal er voor de gebruiker, aldus Bennis. 'In deze maatschappij worden mensen nog beoordeeld door de schrijftaal in hun sollicitatiebrief, dan is het nuttig dat een sollicitant 'Hij vindt' schrijft, maar in een privé-appje naar zijn vriendin moet het snellere 'Hij vind' ook kunnen.' Fraai is het niet, vindt Verheijen, maar ze geeft toe: 'Het hindert het tekstbegrip niet, voor jongeren is het begrijpelijke digi-taal.'