Kunst & Media Bewaar

Paroolveteraan Arie van Soest (1918 - 2009)

Arie van Soest in 2008. Foto Liesbeth Dingemans
Arie van Soest in 2008. Foto Liesbeth Dingemans © UNKNOWN

De rolstoeltaxi vanuit Zoetermeer was al geregeld, want ook dit jaar wilde Arie van Soest op 4 mei weer naar de Dam. Hij heeft het net niet gehaald, zondagmorgen is hij gestorven. Hij was de laatste nog levende aangeklaagde uit het 'eerste Paroolproces', dat op 14 december 1942 begon. 'Never a dull moment' staat op de rouwkaart.

Arie groeide op in een katholiek gezin, hij was wat dat betreft een buitenbeentje in de groep, vooral bestaande uit leden van de sociaaldemocratische Arbeiders Jeugd Centrale, die al in het najaar van 1940 in het verzet ging. Arie, die in een groentewinkel werkte, verspreidde de Nieuwsbrief van Pieter 't Hoen, de voorloper van Het Parool, in Amsterdam-West.

Najaar 1941 kreeg de groep door verraad harde klappen te verduren. Arie werd, als lid van wat inmiddels de Paroolgroep was gaan heten, aangehouden. Hij was na de eerste arrestaties meteen ondergedoken, maar dacht na zes weken dat de kust weer veilig was. Op de eerste nacht dat hij weer thuis sliep, was het raak.

In kamp Amersfoort moest hij, met zijn geestverwanten, het proces afwachten. Drieëntwintig beklaagden kwamen die 14de december voor de rechter, onder wie Nieuwsbrief/Paroolinitiatiefnemer Frans Goedhart. Zeventien van hen kregen de doodstraf, zes 'verdachten', vooral jongeren, werden abgetrennt. Dat wilde zeggen: het concentratiekamp.

Onder hen Van Soest, die terechtkwam in Natzweiler, en daarna in Dachau, waar hij ingezet werd bij de fabricage van vliegtuigen. Hij werd er 'een zombie', vertelde hij later. Overleven was het enige wat hem bezighield.

Hij redde het en wist snel na de bevrijding van het kamp naar Amsterdam te komen. ''Terug naar mijn moeder. Ze was broodmager geworden, maar wat was het fijn om haar terug te zien. Al die tijd wist ze niet of ik nog in leven was. Ze zei: ik heb elke dag een kaarsje voor je gebrand.

En meteen meldde hij zich op de Nieuwezijds Voorburgwal, bij het legaal geworden Parool. Natuurlijk waren daar open armen. Arie ging werken in de garage, en als het moest - het moest vrij vaak - was hij chauffeur voor de grondlegger van de krant, Frans Goedhart.

En hij leerde er Tinie Kemper kennen. Zij - ook een van de illegalen - was secretaresse van Parooldirecteur Wim van Norden. Samen emigreerden ze in 1951 naar Australië.

Het werd sappelen. Hij werkte in garages of als huisknecht. Tinie werd verteerd door heimwee. Er was geen geld voor een gezamenlijke terugkeer, zij ging eerst, toen Arie genoeg verdiend had, kwam hij in 1958 ook terug naar Nederland.

De oorlog bleef een grote rol in zijn leven spelen. In 1968 trok hij met lotgenoten weer naar Dachau voor de inwijding van een monument daar. Demonstrerende rechts-extreme jongeren meldden zich. Reisgenoot en ex-gevangene Pim Reijntjes: ''Onze eigen Arie van Soest ging de ordeverstoorders als een briesende leeuw te lijf.

In 1987, Tinie was overleden, ging Arie voor een bijeenkomst van de Stichting 1940-1945 naar Texel. Hij trof daar Gerda Bogaards: nieuwe plannen, een nieuwe toekomst. Ze hebben het 22 jaar goed gehad. (PAUL ARNOLDUSSEN)