Stadsgids Bewaar

Niet mogen falen, dat leerde Boris Dittrich van zijn vader Zdenek (1923-2015)

Een foto van Zdenek Dittrich uit 1969, toen werkzaam als hoogleraar Oost-Europese geschiedenis in Utrecht.
Een foto van Zdenek Dittrich uit 1969, toen werkzaam als hoogleraar Oost-Europese geschiedenis in Utrecht. © ANP

Donderdagochtend 24 december is professor Zdenek Radslav Dittrich op 92-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Zeist. Op die dag verscheen ook onderstaand interview met zijn zoon Boris Dittrich in Het Parool over zijn vader en zijn achtergrond als vluchteling.

Zdenek Radslav Dittrich (1923 - 2015)

Zdenek Dittrich werd in 1923 geboren in Bratislava. In 1948 kwam hij als asielzoeker naar Nederland uit het toenmalige Tsjechoslowakije. Daar wordt hij de allereerste student in Nederland die een beurs kreeg van het Universitair Asiel Fonds (UAF) en de allereerste die met die beurs afstudeerde.

Na zijn afstuderen promoveerde hij aan de Universiteit van Utrecht en werd er hoogleraar Oost-Europese geschiedenis. Over Oost-Europa heeft hij veel boeken geschreven. Voor zijn wetenschappelijke werk ontving hij in 2010 de Gratias Agit Award van de Tsjechische regering.

Voor het raam stond zijn vader 's nachts vaak een sigaret te roken. Als kleine jongen zag Boris Dittrich (60) hem daar weleens staan. Boris vroeg dan: wat doe je daar? Zei zijn vader: nadenken over vroeger.

Zdenek Dittrich (92), geboren in Bratislava in het huidige Slowakije, was geen prater. Nooit geweest, nooit geworden. In 1948, 24 jaar oud, ontvluchtte hij Praag, toen de hoofdstad van Tsjecho-Slowakije. Zijn moeder, tweevoudig weduwe, vertelde hij niets. Hij wist het zeker: als ik het zeg, geeft ze me aan. Gewoon, om hem in het land te houden. Hij was haar alles en dan kon ze hem in elk geval opzoeken in de gevangenis. Had ze nog wat.

Geen spion
Op een nacht heeft hij met zes studievrienden de trein genomen naar de grens en zijn ze door de bossen richting Duitsland gelopen. Daar werden ze gearresteerd door de Amerikanen, die vreesden van doen te hebben met Russische spionnen. Het interneringskamp deelden ze met Joden die de Holocaust hadden overleefd en op doorreis waren naar Israël. In het Europa van na de Tweede Wereldoorlog was iedereen op drift.

Zdenek was geen spion. Hij was actief geweest in de sociaaldemocratische studentenvereniging toen de communisten de macht overnamen in zijn geliefde Tsjecho-Slowakije. Ineens was hij vijand van het volk, verrader van de Tsjechische zaak. Hij verloor zijn nationaliteit. Er werden mensen doodgeschoten, anderen kwamen in de gevangenis terecht.

Zijn moeder was onderwijzeres in een dorpje ver buiten Praag en werd vreselijk gestraft voor zijn vlucht naar de vrijheid. Ze verloor haar baan en moest naar een andere school, veel verder weg en moeilijk te bereiken. Haar zoon mocht ze niet meer zien.

Oude wonden
Verterend schuldgevoel. Hoewel hij er weinig over sprak, sliep hij slecht. Het werden levenslange littekens, tot in de tweede generatie aan toe. Hoe is het als je geen contact mag hebben met je moeder? Hoe is het als je geen contact mag hebben met je oma, omdat politici dat zo hebben besloten?

Vijf jaar geleden begeleidde zoon Boris zijn vader op een reis terug naar Praag, waar hij een belangrijke prijs in ontvangst nam voor mensen die vanuit het buitenland iets voor Tsjechië hebben betekend. Dat had Zdenek, als hoogleraar Oost-Europese geschiedenis met tal van publicaties over het communisme op zijn naam.

Een prachtig kasteel in de stad, honderden gasten, de minister van Buitenlandse Zaken. Zdenek die uit het hoofd een toespraak van ruim een half uur hield in vlekkeloos Tsjechisch. Het laatste hoogtepunt in zijn leven, voor zijn gezondheid achteruit begon te hollen. En het werkte precies zoals de Tsjechische regering het had bedacht: een erkenning, een heling van oude wonden. Alsof er een korst over alle ellende was gekomen.

Knipsels
Anders dan zijn vrienden, die naar Londen gingen, wilde Zdenek na zijn vlucht naar Nederland. Als geschiedenisstudent wist hij er het een en ander van: even groot als zijn eigen land en lekker dicht bij zee. Hij werd met twee anderen opgesloten in Tegelen om uit te zoeken of hun verhalen klopten. Ze waren de eerste Tsjecho-Slowaken die in Nederland asiel aanvroegen.

Groot nieuws in 1948. Uit Amsterdam en Utrecht kwamen de studenten naar het politiebureau om hem Nederlands te leren. Eenmaal vrij en geaccepteerd, was hij de eerste vluchtelingenstudent met een beurs van het Universitair Asiel Fonds (UAF). In Tsjecho-Slowakije zou hij afstuderen op 'Hitlers weg naar de macht'. In vertaling werd het in 1951 zijn proefschrift in Utrecht, de opmaat naar zijn hoogleraarspost.

Hij heeft alles bewaard: de knipsels uit het Utrechts Nieuwsblad. Met foto's. Een bijzondere tijd. Nederlandse studenten zamelden geld in, kleren en boeken. De vluchtelingen hadden helemaal niets. Met zijn Utrechtse professor Coenraad Brandt sprak hij in het Latijn - in Praag de voertaal op het gymnasium - zodat ze elkaar tenminste verstonden.

Alles proeven
In het land organiseerden studenten feesten, waar de vluchtelingenstudenten voor werden uitgenodigd om ze uit hun isolement te halen. Zdenek ontmoette er in Den Haag zijn latere vrouw, een Brabantse uit Huijbergen. Drie jaar duurde de verloving, genoeg tijd voor haar familie om via het Rode Kruis uit te zoeken wie die vreemde man uit Oost-Europa eigenlijk was.

Een vluchtelingengezin. Met zijn allen op de bank als er verkiezingen waren, de uitslagenformulieren op schoot. Met een potloodje de tussenstanden bijhouden. Vrije verkiezingen in een heel nieuw land. Voor het raam hing een affiche van de VVD, de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.

Alles proeven. In de jaren zeventig werd het de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP) en kon Zdenek op de lijst voor de Tweede Kamer. Hij weigerde en stapte over naar het CDA van Dries van Agt, want die was tegen abortus. Uit solidariteit met zoon Boris kwam vervolgens D66 op zijn pad, maar die was in 2006 nog niet weg uit de Kamer of vader Zdenek stemde SP.

Jannen en Pieten
Herinneringen van de zoon aan zijn jeugd: met zijn vieren om de keukentafel. Boris, zijn twee jaar oudere zus Heluska, vader Zdenek en moeder Juul. Vaak gingen de gesprekken over de familie achter het IJzeren Gordijn: oma en twee achterneven, die ze niet mochten zien.

Er werden brieven geschreven. Dan kwam drie maanden later het antwoord, vol met zwarte strepen van de Tsjecho-Slowaakse censuur. Zelfs in de brieven van de kinderen werd driftig gestreept. Vijf jaar stond oma op een lijst, voordat ze in de jaren zestig voor het eerst een week naar Nederland mocht. Daarna moest ze weer op de lijst. Het waren moeilijke momenten. Ze sprak alleen Tsjechisch en Duits en huilde zeven dagen lang.

Op school in Utrecht zaten ruim dertig kinderen in de klas. Jannen, Pieten, Kezen en dan heet je zelf Boris Ottokar. Een klasgenootje noemde hem autocar. Vriendjes waren allemaal een beetje bang voor vader Zdenek met zijn zware accent en zijn donkere haar. Toch stond die midden in het Nederlandse leven: lid van de Rotary in Utrecht, voorzitter zelfs. Dat vond hij belangrijk.

Fanatieke gedrevenheid
Hij had het idee: als ik de kinderen tweetalig opvoed, komen ze in de problemen. Dan weten ze niet waar ze bij horen. Ik heb voor Nederland gekozen, Nederland is hun land en daar moeten ze aarden. Dus Tsjechisch werd er thuis niet gesproken, ondanks de wens van moeder.

De zoon, wat heeft hij meegemaakt? In 2003 moest hij als fractievoorzitter van D66 en zodoende Bekende Nederlander voor het AD de uitslag voorspellen van de EK-kwalificatiewedstrijd Tsjechië-Nederland. Zei hij: 2-1. Alle anderen lieten Nederland winnen, maar het werd 3-1. Toen kwam de hatemail. 'Rot op, verrader. Ga terug naar je eigen land.' Een bizarre ervaring.

Veel heeft hij niet met Tsjechië, maar als kind van een vluchteling weet je: ergens anders is nog een wereld waar mensen wonen. Het verruimt de blik. En je denkt: wat mijn vader is overkomen zal mij niet gebeuren. De machteloosheid, het leidt tot fanatieke gedrevenheid tegen onrechtvaardigheid en de wens de teugels van het leven geheel in eigen hand te nemen.

Bedreigingen
Niet mogen falen. Papa heeft zijn toekomst in Tsjecho-Slowakije opgegeven en is hiernaartoe gekomen om met hard werken hoogleraar te worden. Dat ga jij niet voor hem verpesten. Het vluchtverhaal als drukmiddel. Als broer en zus bleven zitten op het gymnasium werd aan tafel zuchtend de pen ter hand genomen om de familie het slechte nieuws te brengen.

Een leven vol vreemdelingenzaken. Als advocaat en rechter, als woordvoerder Asielzaken voor D66 in de Tweede Kamer. Het kwam vanzelf. Niemand die er eind jaren tachtig, begin jaren negentig belangstelling voor had. Een duidelijk herkenbare visie op het vraagstuk had zijn partij nog niet - die moest hij als Kamerlid ontwikkelen.

Opeens was er de storm, vlak voor de eeuwwisseling. Zestigduizend asielzoekers, noodopvang in lekkende tenten. Ook toen: woede en verzet, opvangcentra die in brand werden gestoken. Bedreigingen. Eigenlijk is er niet eens zo veel veranderd sinds die tijd. Het is intenser geworden, directer, dat wel. Wat toen per brief ging, is nu een kwestie van één anonieme muisklik achter de computer.

Grenzen dicht
Negen jaar weg uit de politiek en denken: waarom tuinen de mensen er toch elke keer weer in als iemand zegt: grenzen dicht. Natuurlijk: toen kwamen er drie Tsjechen, nu zestienhonderd mensen per dag. In Nederland is elke millimeter bebouwd. Hoeveel mensen kun je hier hebben? Twintig miljoen? Vijfentwintig miljoen?

Maar toch: als je kijkt naar wat nu gebeurt in Syrië of Eritrea, is het logisch dat mensen vluchten. Als je hier niet mag blijven, moet je weg. Anders zou je welkom moeten zijn. Soms staat Boris Dittrich voor het raam en denkt na. Over vroeger.