Opinie Bewaar

'Het gebruik van geweld staat steeds verder van ons af'

Een agent staat bij de school, waar dinsdag vlak bij de 43-jarige beroepscrimineel Lucas Boom werd geliquideerd.
Een agent staat bij de school, waar dinsdag vlak bij de 43-jarige beroepscrimineel Lucas Boom werd geliquideerd. © ANP

Hoewel uitbarstingen van geweld - zoals laatst bij de school in Zaandam - voor veel onrust zorgen, blijft het zaak het hoofd koel te houden, stelt Nico Koning, mede-auteur van De Kunst van het Vreedzaam Vechten.

Zelfs personen in onze directe omgeving die wij als minder beschaafd beschouwen, zijn in het algemeen niet gewelddadig.

Nico Koning, auteur van De Kunst van het Vreedzaam Vechten

Wat is dat voor idioot gedoe, zomaar in een Amsterdamse straat en laatst bij een Zaanse school? Het komt uit een andere wereld, kan niet voor ons bedoeld zijn.

Geweld is ons vreemd. Wij zijn moderne mensen, misschien niet allemaal even beschaafd, maar het gebruik van geweld staat ver van ons. Geweld associëren we in de eerste plaats met fictie. Het komt voor in boeken, films en games en in de als halffictioneel ervaren wereld van journaalbeelden. Het is een bizar residu uit het verleden van de mensheid en hoort thuis in een primitieve setting, niet in onze leefwereld.

Zelfs personen in onze directe omgeving die wij als minder beschaafd beschouwen, zijn in het algemeen niet gewelddadig. Ze zijn snel op hun tenen getrapt, gaan vloeken, schelden of schreeuwen, of misschien erger: spuwen of intimideren. Er worden vuisten gebald, maar er wordt niet echt geknokt, laat staan gestoken of geschoten. Tot ineens iemand uit die rare voormoderne wereld opduikt en voor onze ogen een schot lost. Daar hebben we even geen antwoord op.

Mond als wapen
Wij zouden een antwoord moeten geven, wij willen alles beantwoorden. Moderne mensen moeten het hebben van woorden. Onze monden zijn onze wapens, wij zijn mondig. Maar er valt welbeschouwd niets te zeggen tegen de daders, we kunnen alleen iets over hen zeggen. Dat doen we dan ook, met woorden distantiëren wij ons eendrachtig van deze mensen. Het gaat om geweld van gespuis tegen gespuis, daar staan we buiten. Laat maar.

Het buitensluiten van geweld gaat echter niet zo gemakkelijk en heeft een lange geschiedenis. Sterker nog, elke menselijke beschaving is gebouwd op een systematische poging geweld op een of andere manier buiten te sluiten, maar niet elke poging is even effectief. In De Kunst van het Vreedzaam Vechten: in een zoektocht naar de bronnen van geweldbeteugeling hebben Hans Achterhuis en ik geprobeerd die pogingen in kaart te brengen.

De oudste praktijken van vredestichting zijn gebaseerd op brute gezagsuitoefening en strenge verboden en geboden. Daarmee werd gepoogd elk mogelijk conflict in de kiem te smoren. Maar in die oude beschavingsvormen moest het gezag steeds gewelddadig gevestigd en bevestigd worden. Als de interne vrede wankelde, werd de eenheid hersteld via geconcentreerde geweldsuitoefening op zondebokken, op afwijkende enkelingen. Kortom, het grote geweld werd beteugeld met klein geweld. Geweld bleef angstwekkend dichtbij.

Collectieve discipline
In moderne samenlevingen hebben we geen bruut gezag of strenge verboden meer nodig om in toom gehouden te worden, we hebben een collectieve discipline ontwikkeld die ons in staat stelt talloze belangentegenstellingen en conflicten op vreedzame wijze op te lossen via gesprekken, arbitrageprocedures, financiële transacties, onderhandelingen, stemprocedures, enzovoort. Conflicten hoeven niet meer vermeden of gedempt te worden, want ze hebben niets meer met geweld te maken, we vechten immers vreedzaam.

We hebben er eeuwen over gedaan ons deze vaardigheden eigen te maken, maar ze zijn zo vanzelfsprekend geworden dat geweld steeds verder van ons af is komen te staan. Wij zijn allemaal - grotendeels ongemerkt - gesocialiseerd tot vreedzame vechters die weerbaar zijn met woorden.

Er zijn echter een paar problemen. Ten eerste sijpelt het geweld van buiten naar binnen, omdat er een voortdurende uitwisseling is tussen de moderne en de premoderne wereld. Ten tweede bieden de spelregels van de moderne wereld mogelijkheden vals te spelen. Zo kunnen subculturen ontstaan met andere gedragscodes, maar zonder een streng traditioneel gezag. Daar gelden dus noch moderne spelregels, noch traditionele geboden en verboden: daar zijn de oude en nieuwe remmen op geweld buiten werking gesteld. Zoiets kan zich zomaar in onze directe leefwereld ontwikkelen, zoals onlangs op suggestieve wijze getoond werd via het dagboek van Jan-Willem Anker over zijn belevenissen met de jonge 'etters van de Vogelbuurt'.

De rode kaart en de sterke arm
Een moderne samenleving is per definitie open, divers, pluriform en tolerant, maar kan nooit geweld accepteren zonder zichzelf op te geven. Bij escalatie van geweldspraktijken hebben we - juist in een samenleving die niet gebouwd is op repressie, maar op sportieve discipline en een democratische geest - de laatste redmiddelen nodig: de rode kaart en de sterke arm.

Het is hierbij belangrijk om proportioneel te reageren. Een 'ettertje' met een straatsteen in de hand is niet van dezelfde orde als een beroepscrimineel met een vuurwapen. De eerste maakt directer en hinderlijker deel uit van onze leefwereld, maar de tweede kan onze leefwereld opeens pijnlijk doorkruisen. De eerste moet tegemoet worden getreden met een verstandige combinatie van verleiding en bestraffing, de tweede vergt de inzet van getrainde eenheden.

Wie alle bedreigingen op dezelfde manier wil oplossen, bijvoorbeeld door de hele politiemacht zwaarder te bewapenen, zoals onlangs nog werd bepleit, koerst in feite in de richting van de voormoderne orde die rustte op een massief, ongedifferentieerd gezag. Dan wordt geweld snel minder vreemd, terwijl die vreemdheid juist een kostbaar goed is.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie achter te laten.