Opinie Bewaar

'Spreiding heeft geen effect zolang het aantal toeristen blijft groeien'

Amsterdam Beach, ook wel bekend als Zandvoort. Ook hier kan het aardig druk zijn.
Amsterdam Beach, ook wel bekend als Zandvoort. Ook hier kan het aardig druk zijn. © ANP

Politici presenteren spreiding als een wondermiddel om de drukte in de binnenstad te bestrijden. Maar het werkt niet en dat weten ze, schrijft Arthur Claassen in een opiniestuk.

Arthur Claassen

Politicoloog en jurist en woont in Amsterdam.

Geconfronteerd met de drukte en toeristenoverlast in het centrum reageren Amsterdamse politici als fractievoorzitter Marja Ruigrok (VVD) en wethouder Kajsa Ollongren (D66) steeds hetzelfde. Met dat ene begrip dat als een magische bezweringsformule wordt uitgesproken: spreiding. Het klinkt zo logisch. Hoe meer je toeristen spreidt over de hele stad en de regio, hoe minder druk het in het centrum wordt. Geen speld tussen te krijgen. Of toch wel?

Bij spreiding in ruimte gaat het om het spreiden van hotels en bezienswaardigheden over de stad, de regio en zelfs het hele land. De gemeente probeert dit te stimuleren, door de bouw van hotels in stadsdelen rond het centrum en het promoten van bezienswaardigheden als Amsterdam Castle (Muiderslot) en Amsterdam Beach (Zandvoort). En er zijn zelfs plannen voor een nationale ov-pas, waarmee toeristen gemakkelijk door heel Nederland kunnen reizen.

Hetzelfde rondje
Er zijn veel kanttekeningen te plaatsen bij deze ruimtelijke spreiding. Bijna alle bekende bezienswaardigheden liggen dicht bij elkaar in het centrum en rond het Museumplein. Daar zijn de redenen om Amsterdam te bezoeken. De grachtengordel, topmusea, cafés, coffeeshops, de Wallen en uitgaanspleinen. Combineer dat met het feit dat de gemiddelde toerist maar 2,5 dag in Amsterdam is, en het is duidelijk dat er weinig tijd en reden is om het centrum te verlaten. Hotels zijn uiteraard te spreiden over de stad. Maar toeristen en congresgangers komen toch naar het centrum.

Vorige week bleek uit een onderzoek van NRC Handelsblad dat toeristen bijna allemaal hetzelfde rondje door het centrum naar het Museumplein maken. Er zijn geen grote toeristische trekpleisters buiten het centrum. Het Artisplein en de Hallen in Oud-West zijn mooi, maar kunnen niet concurreren met de bezienswaardigheden in het centrum. De hedendaagse toerist laat zich bovendien niet gemakkelijk sturen. Veel jonge toeristen lopen overdag juist maar wat door het centrum, gewoon voor de sfeer. Niet iedereen verdiept zich altijd in wat hij gaat doen.

Hún buurtje
Daarbij is het de vraag of de vaak al drukke woonbuurten buiten het centrum zitten te wachten op hotels en toeristen. In De Pijp, de Kinkerbuurt en de Plantagebuurt hoor je al protest. Bewoners willen dat het hún buurtje blijft. Met de snelle groei van het aantal hoogopgeleide en kapitaalkrachtige mensen in Amsterdam, zijn er bovendien genoeg mensen voor een rijk horeca- en cultureel leven.

Waarom extra (buitenlandse) bezoekers naar de al overvolle Hallen trekken? Spreiding in tijd betreft onder andere ruimere openingstijden. Maar musea zijn eigenlijk de enige toeristenvoorzieningen die nog niet 's avonds open zijn. Het effect zal dus zeer beperkt zijn. Spreiding van toeristen over de seizoenen zal meer effect hebben, maar is niet eenvoudig vanwege het winterweer. Daardoor is het minder winstgevend in dat jaargetijde bezoekerstrekkende evenementen te organiseren.

Wellicht dat met goede tentoonstellingen specifieke doelgroepen gelokt kunnen worden, maar dan nog is het de vraag of seizoensspreiding wenselijk is. Immers, de consequentie is dat het het hele jaar druk is in het centrum. Dat geeft geeen ontlastend, maar een drukte vergrotend effect. Was de drukte in de zomer niet gemakkelijker te accepteren, omdat je wist dat het na de zomer minder zou worden? Genoeg vraagtekens bij de haalbaarheid en wenselijkheid van spreiding dus. Maar wat erger is: bestuurders wekken de suggestie dat de drukte zal verminderen door betere spreiding. Dat is onzin.

Dweilen met de kraan open
Een effectieve vorm van spreiding is bijvoorbeeld het gelijkmatiger spreiding van het aantal hotelbedden over de stad. Maar in de praktijk verdwijnen er geen bedden in het centrum (het aantal groeit zelfs licht) en buiten het centrum komen er duizenden per jaar bij. Dat is geen spreiding, maar het verder opvullen van het centrum én de overige stadsdelen! Per saldo wordt het dus overal drukker. Simpel gezegd: het effect van spreiding wordt totaal tenietgedaan als tegelijkertijd het aantal toeristen almaar toeneemt. Het is dweilen met de kraan open. Onze beleidsmakers weten dat ook.

Het begrip 'spreiding' is holle politieke retoriek geworden. Een fopspeen die bestuurders kritische Amsterdammers in de mond duwen. Zoals ombuigen eigenlijk bezuinigen betekent, zo betekent spreiden in werkelijkheid het verder volproppen van een al drukke stad. En dat is jammer. Want wat we echt nodig hebben is niet spreiding, maar bestrijding van drukte.


Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.