Opinie Bewaar

Wat te doen met terreurverdachten?

Protest op het Binnenhof begin dit jaar tegen het strenge gevangenisregime voor gedetineerden in de terrorismeafdelingen (TA's).
Protest op het Binnenhof begin dit jaar tegen het strenge gevangenisregime voor gedetineerden in de terrorismeafdelingen (TA's). © ANP

Nederland moet zich bezinnen op de omgang met veroordeelde terroristen. Het bij elkaar opsluiten van zulke gedetineerden kan gevangenissen veranderen in high schools of terrorism, waarschuwt terrorismedeskundige Liesbeth van der Heide.

Liesbeth van der Heide

is onderzoeker bij het Centrum voor Terrorisme en Contraterrorisme van Universiteit Leiden – campus Den Haag.

Zaterdag schoot de 22-jarige in Denemarken geboren Omar El-Hussein een filmer neer. Een paar uur later schoot hij een Joodse Deen neer die de synagoge van Kopenhagen beveiligde. Beide slachtoffers overleefden de aanval niet.

Een maand geleden werd Europa opgeschrikt door de aanslag op het satirische magazine Charlie Hebdo in Parijs, waarbij twaalf mensen om het leven kwamen. De twee aanslagplegers, Said en Chérif Kouachi, werden gelinkt aan Al Qaida op het Arabisch Schiereiland (Aqap), de Al Qaidatak in Jemen.

Radicalisering in gevangenis
Zowel El-Hussein als Chérif Kouachi lijkt geradicaliseerd te zijn in de gevangenis. De dader van de aanslagen in Kopenhagen was twee weken eerder vrijgelaten, na het uitzitten van een straf van twee jaar voor het toebrengen van 'zwaar lichamelijk letsel'. Volgens het hoofd van de Deense inlichtingendienst, Jens Madsen, was de dader in beeld van zijn dienst.

Over het algemeen worden de aanslagen gezien als het werk van een 'lone wolf', in de woorden van minister Martin Lidegaard (Buitenlandse Zaken) een 'troubled young man' die al meerdere keren in aanraking was gekomen met politie en justitie. Lidegaard zei dat El-Hussein mogelijk geradicaliseerd is tijdens zijn detentie. Ook één van de Parijse aanslagplegers, Chérif Kaouchi, bracht bijna twintig maanden door in de Fleury-Mérogis gevangenis, die ook wel Jailhouse Islam wordt genoemd.

Eén van de gevangenisbewaarders zei in The New York Times: 'We waren niet echt getraind of voorbereid om met religieuze radicalisering om te gaan. En als we het al zo moeilijk hebben zoiets simpels als sigaretten te reguleren, hoe verwacht je dan dat we zoiets abstracts als ideeën of religie kunnen reguleren?'

'Opleiding'
Uit onderzoek naar radicalisering in gevangenissen blijkt dat gevangenissen vaak worden gezien als 'universities of terror of high schools' voor radicalisering, waar terroristische organisaties actief op zoek zijn naar nieuwe leden. Tegen die achtergrond is het niet gek dat in veel landen het idee is ontstaan dat gevangenissen zich het beste kunnen richten op een security first-benadering, waar het bijna alleen maar gaat om het verminderen van de potentiële dreiging van terrorisme en waar weinig tot geen aandacht wordt besteed aan de toekomstige re-integratie van de gevangenen in de maatschappij.

Dat geldt ook voor Nederland. Tot ongeveer twee jaar geleden was het gevangenisregime op de terrorismeafdelingen - beter bekend als TA's - in Nederland gericht op één doel: veiligheid. Het belangrijkste instrument daarvoor was de isolatie van veroordeelde terroristen van de rest van de Nederlandse samenleving. Bij geringe aantallen als in Nederland lijkt concentratie - alle terroristen bij elkaar opsluiten en isoleren van andere gevangenen - een logische oplossing. Het bijkomend voordeel is dat een radicale boodschap hierdoor niet verder verspreid lijkt te kunnen worden.

Verhoogd risico
Uit onderzoek naar de impact van de twee TA's in Nederland op gevangenen bleek dat het risico op (verdere) radicalisering juist kon toenemen door de terrorismeafdeling. Sociologe Tinka Veldhuis: 'De terroristenafdeling kan tijdelijk rekrutering tegenhouden. Maar het is een drastische maatregel die niet altijd noodzakelijk is en op den duur nieuwe veiligheidsrisico's kan veroorzaken.'

Denk bijvoorbeeld aan gevangenen die door contact met andere gevangenen veel radicaler opvattingen krijgen, of het risico dat ex-terrorismegevangenen door een te strikte behandeling zich extra gemotiveerd voelen opnieuw geweld te gebruiken.

Om die risico's te voorkomen zou onderscheid gemaakt moeten worden tussen verschillende soorten terroristen, op basis van hun beweegredenen. Hebben we het over de ideologische leiders, dan is het logischer om die afgezonderd op te sluiten. Maar gaat het om de volgers, of gevangenen die om allerlei andere redenen terrorist zijn geworden (frustratie, zoektocht naar avontuur), dan is een andere benadering noodzakelijk.

Anders denken
In de afgelopen jaren heeft langzaam een omslag plaatsgevonden naar het besef dat deradicalisering en re-integratie van terrorismegevangenen juist belangrijke onderdelen vormen van veiligheid, omdat ze de kans op recidive kunnen verkleinen.

Op dit moment wordt veel geïnvesteerd in preventie van terrorisme en radicalisering vóórdat er iets gebeurd. Tegelijk loopt er nu een groot aantal opsporingsonderzoeken naar terrorismeverdachten. De kans is reeel dat dat in de komende maanden tot een flink aantal veroordelingen leidt. Het resultaat daarvan is een nieuw beleidsveld, waarbij de belangrijkste vraag is wat we aanmoeten met veroordeelde terroristen in de gevangenis en daarna. Uiteindelijk is juist ook het beleid nádat iets is gebeurd onderdeel van de cyclus van opsporing en aanpak.

Bij re-integratie speelt meer dan alleen ideologie. El-Hussein besloot in de gevangenis zich aan te sluiten bij IS. Voor één van de Kouachibroers was de gevangenis ook de plek waar hij radicaliseerde. Weten waarom terroristen zich bekeren of aansluiten bij een groep en hoe ze tot hun daden zijn gekomen, is de belangrijkste voorwaarde om ze succesvol te laten terugkeren in de maatschappij.

Concentratie van terrorismegevangenen - ongeacht wie ze zijn - en onnodig strikte regimes zijn de eerste bouwblokken voor onze eigen high schools of terrorism.


Wilt u reageren? Dat kan! Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.