Opinie Bewaar

'Verlang een wederdienst van asielzoekers die niet terug kunnen'

Leden van 'de vluchtgroep' in de voormalige gevangenis in de Havenstraat, waar ze enige tijd onderdak kregen.
Leden van 'de vluchtgroep' in de voormalige gevangenis in de Havenstraat, waar ze enige tijd onderdak kregen. © Rink Hof

Uitgeprocedeerde asielzoekers krijgen een vals beeld voorgespiegeld over hun toekomst. Het is beter om te werken aan hun terugkeer, schrijft ambtenaar Simon Bontekoning.

Simon Bontekoning
is ambtenaar van de gemeente Amsterdam, betrokken bij het vreemdelingenbeleid, onder meer bij de opvang van 'de vluchtgroep'.

Opvang in de regio moet centraal staan, waarbij actiever bijstand moet worden geboden vanuit Europa

Het zou zonde zijn als het besluit, deze week, van staatssecretaris Fred Teeven om mee te gaan betalen aan de tijdelijke opvang van uitgeprocedeerde asielzoekers, het sluitstuk is van de discussie over het Nederlandse asielbeleid.

De kwestie van bed-bad-brood is namelijk niet het belangrijkste onderwerp. In de kern gaat het over het harmoniseren van Europees beleid en afspraken maken over samenwerking, zodat mensen uiteindelijk terug kunnen keren. Bovenal kan er in de regio's veel meer gebeuren op het vlak van opvang en voorzieningen.

Symbool
Als ambtenaar van de gemeente Amsterdam heb ik me sinds 1992 beziggehouden met het vreemdelingenbeleid. Vanwege een ernstige ziekte zit ik nu thuis. Dat geeft me de kans na te denken over de toekomst van het vreemdelingenbeleid. En daarom heb ik begin januari een open brief kunnen sturen aan de Tweede Kamer en de staatssecretaris voor Justitie, de heer Teeven.

De laatste tweeënhalf jaar stond mijn werk in het teken van de groep illegalen die via een tentenkamp in Nieuw-West de opvangkwestie boven aan de politieke agenda kreeg. Met de winter in aantocht bood de gemeente de groep een maand lang onderdak. Het idee was dat in die periode Vluchtelingenwerk hun dossiers nog eens kon bekijken, waarna de groep uiteen kon gaan.

Maar daar was het de betrokken Nederlandse actiegroepen en personen niet om te doen. Zij wilden het Nederlandse asielbeleid aan de kaak stellen. Daartoe moest de groep als symbool bijeen worden gehouden.

Cursussen
De vraag is of vluchtelingenorganisaties, kerken, advocaten en deskundigen daarmee het algemeen belang dienden. Hoogleraar Thomas Spijkerboer bijvoorbeeld gaf de illegalen valse hoop met zijn voorspelling dat ze een verblijfsvergunning zouden krijgen, omdat ze niet terug konden naar hun land van herkomst.

Te vaak heb ik wisselende vluchtverhalen, namen en data gehoord. Een belangrijk deel van de groep bestaat uit economische vluchtelingen, die niet in aanmerking komen voor asiel. Slechts een handjevol heeft alsnog een verblijfsvergunning gekregen.

De vraag is hoe blij de overige leden van de groep moeten zijn met het besluit van Teeven. Hun wacht een voortzetting van hun bestaan als dak- en thuislozen in Nederland. Dat is geen wenkend perspectief.
Vorig jaar hebben we in Amsterdam in de Havenstraat met instemming van de staatssecretaris geëxperimenteerd met cursussen voor de uitgeprocedeerden, om hun kansen te vergroten op het vinden van werk na terugkeer naar hun land van herkomst.

Nieuwe poging
Een klein clubje is daadwerkelijk teruggekeerd. Daaruit moet echter niet worden geconcludeerd dat het experiment is mislukt. De tegenkrachten - de sociale controle vanuit de groep, de lobby eromheen - waren te sterk. Zonder hen zou een nieuwe poging moeten worden gewaagd.

Mijn voorstel is een wederdienst te verlangen van uitgeprocedeerde asielzoekers die vooralsnog niet terug kunnen en hier onderdak en onderhoud krijgen. In plaats van niets te doen in opvangcentra zouden ze zich moeten verplichten tot het verrichten van werk om bij te dragen aan de kosten die voor hen worden gemaakt. Woon-leer-werkvoorzieningen bij of in de onderdakvoorziening. Van de overheid mag daarbij goede begeleiding worden verwacht.

Krappere huizenmarkt
Dat kan hen stimuleren uiteindelijk toch terug te keren - als dat voor die persoon dan blijkbaar wel kan. En het voorkomt het afkalven van het draagvlak voor een ruimhartig asielbeleid. Dat dit onder druk staat is onvermijdelijk met een steeds krappere huizenmarkt.

Daarbij zouden in Europees verband tijdelijke (gedoog)verblijfsvergunningen moeten worden verstrekt. Tegelijkertijd zou binnen de EU veel nauwer moeten worden samengewerkt bij het vreemdelingenbeleid. Opvang in de regio moet centraal staan, waarbij actiever bijstand moet worden geboden vanuit Europa.

Dat zijn de contouren van een beleid waarbij vluchtelingen weten waar ze wel en niet voor in aanmerking komen. En de ontvangende samenleving ziet dat ze niet alleen de hand ophouden, maar bijdragen aan hun eigen levensonderhoud en werken aan hun toekomst.


Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.