Opinie Bewaar

'Geef de fiets de ruimte waar hij recht op heeft'

Omgevallen en slecht geparkeerde fietsen op het Koningsplein. 11 procent van de verkeersruimte in de binnenstad is voor fietsers.
Omgevallen en slecht geparkeerde fietsen op het Koningsplein. 11 procent van de verkeersruimte in de binnenstad is voor fietsers. © Floris Lok

In de binnenstad is te weinig plaats voor de fiets, tot ergernis van velen. Fred Feddes bepleit een nieuwe, eerlijkere verdeling van de verkeersruimte.

Fred Feddes
is publicist en auteur van '1000 jaar Amsterdam' (2012).

In de binnenstad zijn bijna veertig voetbalvelden aangewezen als stallingsruimte voor auto's

Het was druk in de binnenstad vorig jaar. Het was ook druk in de krant met berichten over de drukte in de stad. We hebben ons in 2014 heel wat geërgerd: aan scooters, snorscooters, fietsen, bromfietsen, bakfietsen, huurfietsen, bierfietsen, bierwaterfietsen, toeristen, toeristen op huurfietsen, voetgangers, toeristen als voetgangers op fietspaden, bezoekersparkeren, bewonersparkeren, rijdende auto's, auto's die bij de Blauwbrug al in de rij staan voor de parkeergarage van de Bijenkorf, sloepen, partyboten, taxi's, bestelbusjes, fietsverwijderaars, paardenkoetsen, touringcars en rolkoffers.

O ja, en de fietspontons in de Lijnbaansgracht. Daar maakte de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad zich vlak voor kerst boos over.

De opsomming maakt duidelijk dat het geen zin heeft elke ergernis afzonderlijk aan te pakken. In plaats van een kluwen van incidentenbeleid is een integrale aanpak nodig met een helder besef van hoofdlijnen. Om te beginnen moeten we de kerncijfers kennen. Ik gebruik hier cijfers uit 2009, van het toenmalige deelraadslid Lydia Geijtenbeek (Amsterdam Anders/De Groenen).

45 hectare
De Amsterdamse binnenstad is ruim achthonderd hectare. Na aftrek van bebouwing, binnenterreinen, parken, pleinen en water blijft er een verkeersruimte over van 45 hectare. Van deze 45 hectare is 25 procent bestemd voor voetgangers, 11 procent voor fietsers, 4 procent voor trambanen, 20 procent voor rijdende auto's en 40 procent voor geparkeerde auto's.

Deze verdeling van de beschikbare ruimte is geen natuurwet, maar een keuze. Zo hebben we dat in het verleden besloten. Maar zijn we er nog altijd tevreden mee, of willen we een andere verhouding? Hoe kunnen we de kostbare 45 hectare zo benutten dat we de stad niet als krap en vol beleven, maar juist als opmerkelijk ruim?

Het eerste wat aan de cijfers opvalt, is hoe weinig ruimte er voor de fiets is. Voor een fietsstad van wereldfaam is elf procent erg karig. Het verklaart veel van de ergernissen van de laatste jaren, die al te vaak de fiets betroffen.

Fietscultuur
Fietsen is een superieure manier om je in de historische stad te verplaatsen. Fietsen is geen probleem, maar een oplossing. Het probleem ontstaat als een grote groep fietsers in een te krappe ruimte wordt gedwongen. Het wordt alleen maar nijpender naarmate de fiets aan populariteit wint, zoals in de afgelopen jaren is gebeurd. Dan ga je je als vanzelf opgefokt gedragen.

UvA-onderzoeker Marco te Brömmelstroet onderstreepte dit onlangs. Bijna alle fietsers houden zich aan de regels, ontdekte hij, maar als ze in de knel komen, worden ze creatief. 'Als de fietsinfrastructuur in de stad onder druk komt, verzint de Amsterdammer zelf wel een oplossing. Vaak zonder daarbij de medeweggebruikers te hinderen,' zei hij in Het Parool.

Voor de fiets past tegenwoordig een aandeel in de verkeersruimte van pakweg 25 procent, veel meer dan 11 procent. Het is tijd om de achterhaalde ruimteverdeling te herzien. Dat verlicht de druk, stimuleert de fietscultuur en schept ruimte voor meer ontspannen verplaatsingsgedrag.

Eeuwige leven
Het tweede dat aan de cijfers opvalt, is hoeveel ruimte er nog altijd aan auto's is toebedeeld, vooral als ze stilstaan. In de historische binnenstad zijn bijna veertig voetbalvelden aangewezen als stallingsruimte voor auto's, vaak op de prachtigste plaatsen. Bij die 15.000 parkeerplaatsen op straat valt een handjevol fietspontons in het niet.

Deze 18 hectare parkeerruimte zet de historische stad op slot. Geen wonder dat het op de resterende 27 hectare zo druk is.
Er kan best wat af. Wie in de binnenstad op bezoek wil, of er wil wonen, zou dat uit respect voor deze bijzondere stedelijke ruimte beter zonder auto kunnen doen.

Om de druk op de stad te verlichten is een nieuw, eigentijds evenwicht nodig. De komende jaren zouden we op deze kerncijfers kunnen mikken: 50 procent van de verkeersruimte voor voetgangers en fietsers, en 50 procent voor openbaar vervoer en auto's. Geen enkele ruimteverdeling heeft het eeuwige leven, maar hiermee kunnen we een tijdje vooruit.


Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie achter te laten.