Opinie Bewaar

'De druk op de stad is van alle tijden'

Stromen fietsers en auto's op de hoek van de Raadhuisstraat en de Nieuwezijds Voorburgwal, begin jaren zestig.
Stromen fietsers en auto's op de hoek van de Raadhuisstraat en de Nieuwezijds Voorburgwal, begin jaren zestig. © Paul Huf

De Amsterdamse grachten werden niet gedempt voor de auto, maar nu dreigt de binnenstad alsnog dicht te slibben, schrijft Fred Feddes, journalist, publicist en auteur van het boek '1000 jaar Amsterdam.'

Fred Feddes
journalist, publicist en auteur van het boek '1000 jaar Amsterdam'

De naoorlogse politici en planners die grachten wilden dempen om het autoverkeer vrij toegang te verschaffen, waren geen schurken

Gelukkig is het plan van Hendrik Kaasjager uit 1954 om vijftien kilometer gracht in de Amsterdamse binnenstad te dempen niet doorgegaan. Toch verdient het meer aandacht dan Ton Damen het in zijn artikel in Het Parool van 2 september gaf. In dat stuk lijkt het alsof Kaasjager en 'de bestuurders in linkse kringen' destijds vreselijke vandalen moeten zijn geweest met als enig doel Amsterdam kapot te maken. Die rol krijgen ze vaker in de geschiedschrijving.

Maar de naoorlogse politici en planners die grachten wilden dempen om het autoverkeer vrij toegang te verschaffen, waren geen schurken. Ze hadden het beste met Amsterdam voor. Ze moesten na de oorlog de stad herstellen en uitbreiden en daarbij reageren op ingrijpende ontwikkelingen. Het was een wijdverbreide opvatting dat als de stad een belangrijk handelscentrum wilde blijven, ze mee moest in de wereldwijde stroom van schaalvergroting en modernisering. Dat vereiste moderne, efficiënte kantoorbouw en een uitstekende bereikbaarheid. Het zakencentrum moest een central business district worden naar herkenbare internationale snit.

Verstikking
Amsterdam moest tegelijkertijd reageren op het snelgroeiende autoverkeer dat zich de oude stad binnenwurmde. Verstikking dreigde, niet alleen voor de straten en pleinen maar ook voor de economische activiteit die van vlotte vervoerswijzen afhankelijk was. Wat te doen?
Er waren ruwweg twee mogelijkheden: de binnenstad aanpassen aan de schaalvergroting en het autoverkeer, of haar ervoor afschermen.

Het stadsbestuur koos aanvankelijk voor de eerste mogelijkheid. Het plan van politiechef Kaasjager was hiervan een wat lompe maar radicale uitwerking. Door vijftien kilometer grachten te dempen, kwam er vijftien kilometer autoruimte bij. Het parkeerprobleem zou voor lange tijd uit de wereld zijn.

De tweede mogelijkheid werd bepleit door organisaties als Heemschut en mensen als Geurt Brinkgreve. Voor hen stond behoud van de historische stad voorop. Het historische centrum werd een domein van wonen, toerisme, onderwijs en cultuur. Dat was gewaagd, omdat destijds verre van zeker was wat het verdienmodel van zo'n historische binnenstad zou kunnen zijn.

De publieke discussie werd dankzij het plan-Kaasjager op de spits gedreven. De voorstanders hadden in het begin de macht aan hun zijde, terwijl de tegenstanders inventiever en welsprekender streden, en uiteindelijk wonnen.

Overwinnaars
Uit deze gebeurtenissen van zestig jaar geleden kunnen we twee lessen trekken. Ten eerste moeten we beseffen dat de geschiedenis wordt geschreven door overwinnaars, die vaak het oeroude stramien van helden en schurken hanteren. Nu nog schrijft architectuurhistoricus Vincent van Rossem in zijn boekje Stedenschennis: 'Wat bezielde die enge mannen in hun donkere pakken?'

Maar zo zoetjesaan is meer afstand en onpartijdigheid gewenst. En dan zien we een keuze tussen twee manieren om behoud en verandering te mixen: behoud van de historische functie als zakelijk centrum door verandering van het stadsbeeld, of behoud van het historische stadsbeeld door verandering van functies. Dat was geen keuze tussen goed en fout maar tussen uiteenlopende opvattingen over wat goed voor de stad was.

In de tweede plaats zien we de gevolgen van de keuze van toen in de huidige stad terug. Het blijkt inderdaad mogelijk te zijn geld te verdienen met een historische binnenstad die drijft op wonen, toerisme, onderwijs en cultuur (plus winkels en kleinere kantoren).

De behouden binnenstad is in economisch opzicht zelfs zo'n groot succes dat het weer tot bezorgdheid leidt. Er wordt in deze krant bijna dagelijks geklaagd over huizenprijzen en verkeersdruk, viesheid en vertrutting, terrassen en toeristen, rolkofferwielen en bierwaterfietsen.

Dat is een verrassende wending in de geschiedenis: wat destijds een alternatief leek voor de massale verzakelijking en motorisering, blijkt net zo'n harde business te zijn en problemen te creëren. Opnieuw: wat te doen?


Wil je reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll (een beetje) naar beneden om een reactie te plaatsen.