Als ABN Amro weer naar de beurs gaat, moeten er voorzieningen worden getroffen om een herhaling van 'wat er in 2007 zo verschrikkelijk mis is gegaan' te voorkomen. Dat zei Jan Kalff, voormalig topman van ABN Amro, maandag in een interview met RTL Z.

Volgens Kalff, die tot 2000 aan het roer stond bij de bank, zou de Staat een klein aandeel in ABN Amro kunnen houden, wat 'iedere wilde koper af zou schrikken'. Alternatief is dat er in de statuten van de bank bepalingen komen waarin wordt geregeld dat de bank beschermd wordt tegen 'het rauwe hedge fund-kapitalisme', aldus Kalff.

De oud-bestuurder zou liever zien dat de overheid helemaal uit de bank stapt, maar dan moeten er wel garanties komen om de bank te beschermen. Hij denkt daarbij aan een 'neutrale instantie', die een onafhankelijke afweging kan maken 'als een kleine aandeelhouder iets raars doet'.

Kalff memoreerde dat in 2007 de tragisch uitgepakte overname van ABN Amro in gang is gezet door activistisch aandeelhouder TCI, die toen 1 procent van de aandelen had. 'Dat is weinig, maar ze hadden wel een grote mond.'

De oud-bankbestuurder zei echter ook dat de financiële wereld weinig heeft geleerd van de financiële crisis. Het zelfreinigend vermogen is te gering gebleken, beaamde Kalff. 'Ik had gehoopt dat na alle ellende men tot meer inzicht zou zijn gekomen komen dat we nooit terug moeten naar die oude fouten. Dat slaat niet alleen op de idioot hoge beloningen, maar ook in dit opzicht. Want laten we wel wezen, wat die TCI heeft aangericht in 2007, daar is iedereen behalve de toen zittende aandeelhouders het over eens dat dit een heel slechte zaak is geweest, voor b.v. Nederland, voor de economie.'