Elias Canetti (1905-1995) kan met recht een kosmopoliet worden genoemd. Hij werd geboren in Bulgarije, maar na de vroege dood van zijn vader woonde hij met zijn moeder en jongere broers in Manchester, Wenen, Zürich en Frankfurt. Tijdens de oorlog verbleef hij in Londen, en hij stierf in Zwitserland. Canetti studeerde sociologie, promoveerde in de scheikunde en kreeg (in 1981) de Nobelprijs voor literatuur. Dat laatste is al uitzonderlijk, maar is nog opvallender omdat Canetti in feite maar één roman heeft geschreven: Die Blendung (1935), in het Nederlands vertaald onder de titel Het martyrium.

In dit bizarre verhaal over een zonderlinge bibliothecaris, die zichzelf en zijn boeken uiteindelijk in brand steekt, gaat hoofdpersoon Peter Kien ervan uit dat de waarheid pas kan worden gekend door afstand van de medemens te houden. Het dagelijks leven is immers een wirwar van leugens. Dat vond niet alleen Kien, ook zijn bedenker leefde daarnaar.

Een lastig uitgangspunt voor een biografie, maar Sven Hanuschek heeft het toch aangedurfd. Vaak proberen biografen een verband te zien tussen leven en werk, maar bij Canetti is dat een onzinnige exercitie. Niet alleen omdat hij uit weerzin tegen toekomstige biografieën veel van zijn papieren vernietigde en een ander deel van zijn nalatenschap tot 2024 ontoegankelijk verklaarde, maar ook omdat hij zelf al zijn leven tot inzet van zijn werk maakte. Zonder overdrijving kunnen we zeggen dat zijn driedelige autobiografie, vol maskerades en humanistische experimenten, de kern van zijn oeuvre is. Ook al vond hij zelf dat de sociologische studie Masse und Macht (1960) zijn magnum opus was.

Hanuschek heeft zo goed en zo kwaad als dat ging het leven van Canetti gereconstrueerd, maar belangrijker is dat hij veel aandacht heeft voor de dingen waarover de meester niet schreef. Zo is daar de geheimzinnige Veza Taubner, zijn eerste echtgenote. Canetti had de gewoonte in cafés en koffiehuizen mensen te observeren om over hen te schrijven. Daarin ging hij ver, over hoe ze spraken, hoe ze hun jas ophingen en zo meer. 'Ik heb elke dag een aantal gezichten nodig die ik nog niet ken.' Over zijn eigen vrouw lezen we in zijn autobiografie wel dat ze na een theatervoorstelling niet applaudisseerde, maar hij schreef er niet bij dat ze maar één arm had. Een vriend die zes jaar na Veza's dood in 1963 haar handicap in zijn memoires vermeldde, werd door Canetti in de ban gedaan. Maar ook dat Veza Taubner zelf een schrijfster was, vind je bij Canetti nergens terug. Net als die ontbrekende arm was dat voor iedereen zichtbaar, maar Canetti had zich nu eenmaal in het hoofd gezet dat zulks een geheim was.

We wisten al dat Canetti zich altijd met veel vriendinnen omringde. Niet zomaar vriendinnetjes, maar geliefdes, waar hij jaren durende verhoudingen mee had. Hanuschek toont aan dat Veza het niet alleen allemaal goed vond, maar dat zij deze relaties zelfs stimuleerde. Maar als zo'n vrouw haar man liefdesverdriet bezorgde, dan was de boot aan!
Enkele vriendinnen komen in deze biografie uitgebreid aan bod, zo ook voor ons nog bekende vrienden of collega's, zoals Isaak Babel, James Joyce, Karl Kraus, Hermann Broch, Thomas Mann, Franz Werfel, Stefan Zweig, Iris Murdoch (één van zijn minnaressen) en een hele serie Engelse critici, dichters en excentriekelingen die Canetti tijdens de oorlogsjaren heeft meegemaakt.

Na lezing van deze biografie lijkt het alsof Canetti niet zozeer op Peter Kien lijkt, als wel op diens broer Georg. Deze in Parijs levende psychiater accepteert de ziekten van zijn patiënten en gaat helemaal mee in hun waan en is telkens teleurgesteld als zijn gekken door hun genezing veranderen in doorsneemensen. Canetti wachtte niet af hoe het de mensen die hij observeerde, zou vergaan. Als hij genoeg materiaal had, werden ze onderdeel van zijn eigen mythe, van zijn bizarre opdracht de waarheid te vinden door afstand van de wereld te nemen. (HANS RENDERS)

Sven Hanuschek - Elias Canetti. De biografie
De Arbeiderspers, 49,95.