Kunst & Media Bewaar

'Ik hoop dat dit geen vervroegd requiem voor Rogi Wieg zal zijn'

'Ik hoop dat dit geen vervroegd requiem voor Rogi Wieg zal zijn'
© Rogi Wieg

In zijn woonplaats Amsterdam is vanavond de dichter en schrijver Rogi Wieg overleden. Goede vriend Joost Zwagerman haalde begin dit jaar in Het Parool herinneringen op aan vroeger.

Ik herinner mij onze lange gesprekken, die alle kanten op konden gaan, maar die toch meestal over literatuur gingen

Zwagerman schreef in januari 2015 onderstaand stuk vanwege een tentoonstelling van het schilderwerk van Wieg in Arti et Amicitiae.

Ik zocht op Wikipedia naar het lemma 'Rogi Wieg'. Drieëndertig titels kent zijn bibliografie. Het debuut Cis-trans stamt uit 1981. Als zijn recentste bundel staat vermeld: Afgekapt dichtwerk uit 2014.

De publicatie van alle titels tussen 1986 en 2004 van Rogi heb ik van nabij mogen meemaken. Het zijn er twintig. Twintig! En niet alleen gedichtenbundels, ook romans (waaronder De moederminnaar en Kameraad scheermes), verhalenbundels (onder meer Sinds gisteren zijn twee dagen verstreken) en ook een Privé-Domeindeel: Liefde is een zwaar beroep. In de jaren tachtig en negentig schreef Rogi talloze recensies voor Het Parool.

Liefde mag dan een zwaar beroep zijn, Rogi Wieg zijn is vermoedelijk een nóg zwaarder 'beroep'. Ook is het een beroep waar niemand voor zou kiezen, gezien Rogi's lange perioden van depressie. Rogi was veel en vaak levensmoe en wilde bij herhaling een einde aan zijn leven maken.

Uitbehandeld
Vaak woonde ik zijn boekpresentaties bij, maar veel vaker zocht ik hem op in de klinieken waar hij in de loop van de jaren verbleef. Daarom ken ik de psychiatrische afdeling van het Sint Lucas Ziekenhuis van binnen, maar ook de nu opgedoekte Valeriuskliniek en een particuliere kliniek in Münster, vlak over de grens in Duitsland.

Rogi was toen al 'uitbehandeld' in Nederland. Dat wil zoveel zeggen als dat psychiaters verklaren jou niet te kunnen genezen of zelfs maar te kunnen helpen. In de praktijk betekent het dat je, met al je psychische lijden, aan jezelf bent overgeleverd. Dat is droevig.

Hoewel medici hem dus uitbehandeld hadden verklaard, zag Rogi kans voor psychiatrische verpleging in aanmerking te komen. Tevens schreef hij nog veel en vaak.

Vingernagels
Zijn staat van dienst als literator is indrukwekkend; zijn staat van dienst als uitbehandeld fenomeen is dat evenzeer. Hij vertelde mij een keer over de bijzonderheden van de elektroshocktherapie die hij had ondergaan, op een toon alsof iemand een bloedneus bij hem had gestelpt of een splinter uit zijn voetzool had gehaald.

Kleine gebreken groeiden daarentegen in Rogi's malende brein uit tot levensbedreigende beproevingen. Ik herinner mij vooral één bezoek aan de kliniek in Münster. Ik had er een relatief lange reis op zitten en had mij voorbereid op het ergste - dat wil zeggen, op een nare geestestoestand van Rogi. Ik mocht mijn gekwelde vriend niet langer dan anderhalf uur bezoeken. Zeker de helft van de bezoektijd nam Rogi te baat om zijn bezorgdheid uit te spreken over zijn... vingernagels. Die had hij tot op de huid afgebeten. Tja. Daarvoor zat ie daar niet.

Er waren perioden dat Rogi en ik elkaar dagelijks opbelden. Het was in de tijd van voor de mobiele telefoon. In die tijd bracht je veel minder tijd door met telefoneren. Een telefoon was nog geen verlengstuk van je persoon.

Kritiek was welkom
Rogi was echter met zijn belgedrag zijn tijd ver vooruit. Destijds las hij me over de telefoon al zijn nieuw geschreven gedichten voor. Dat waren er veel. Ik heb van alle gedichten genoten: het was alsof je een literair tijdschrift door de telefoon kreeg overhandigd.

Ik op mijn beurt las hem verhalen en romanfragmenten voor. Onbekommerd gaven we commentaar op elkaars werk. Alle kritiek was welkom. Ik heb veel te danken aan zijn opmerkingen van toen. Ik hoop dat hij ook iets aan de mijne heeft gehad.

Soms kon Rogi -onbedoeld - hard zijn in zijn uitspraken. In 1998 deed mijn vader een zelfmoordpoging. Die poging mislukte. Tegen zijn zin bleef hij in leven. Rogi wist dat mijn vaders daad mijn leven onder stroom had gezet. Zijn vaderschap was niet langer vanzelfsprekend - en daardoor was in één moeite door niets nog vanzelfsprekend. 

Goedkeuring
Niet lang na mijn vaders suïcidepoging kwam Rogi in Amsterdam op de gesloten afdeling van het Sint Lucas Ziekenhuis terecht. Vanzelfsprekend zocht ik hem op.

Tijdens dat bezoek bleek Rogi suïcidaal. We mochten elkaar zien en spreken in een kale kamer met alleen een kleine tafel en twee stoelen. Een nieuwe stroomstoot doortrok mijn leven. Het is, zacht gezegd, onrustbarend als je beste vriend zich van het leven wil beroven - en dit ook zo tegen je zegt.

Ik had de indruk dat Rogi mij tijdens dat bezoek om goedkeuring vroeg voor zijn zelfmoord. Telkens zei ik hem dat ik hem alles zou vergeven - maar vermoedelijk niet een geslaagde zelfmoord. Alleen al het feit dat ik hem niet kon en wilde missen, moest toch een reden zijn om in leven te blijven? Toch?

Levensmoe
Natuurlijk zette ik hem met dit antwoord onder druk. Het doel heiligde de middelen, nietwaar? Als je door chantage je vriend behoedt voor een geweldsdaad tegen zichzelf, dan was ik bereid Rogi te chanteren.
Op zijn beurt manipuleerde Rogi mij.

'Je zegt al die aardige dingen alleen maar tegen mij omdat je die ervaring hebt met je vader. Maar ik ben je vader niet. Ik ken alle argumenten tegen zelfmoord, ook de emotionele argumenten. Ik laat mij niet door die argumenten weerhouden.'

Ik weet niet meer wat ik hem antwoordde. Ik weet wel dat ik een week later opnieuw bij hem op bezoek was. Rogi begon niet meer over mijn vader, ik evenmin. Enige maanden later was hij iets minder levensmoe.

Alarmerend bericht
Zo rond 2004 zijn Rogi en ik elkaar uit het oog verloren. De reden? Ik zou het niet weten. Rogi weet het vermoedelijk evenmin. Sporadisch mailen we of bellen we. Maar bij elk klein gesprek over de mail of aan de telefoon lijkt het alsof die jaren van verwijdering niet hebben bestaan. We pakken de draad op van een vriendschap van bijna dertig jaar.

Deze herinneringen aan Rogi schrijf ik op nadat enkele van zijn vrienden mij een alarmerend bericht hadden gestuurd over zijn fysieke en geestelijke omstandigheden. De vrienden maken voor Rogi een catalogus met daarin een aantal van zijn kunstwerken. Rogi schreef niet alleen, maar maakte ook schilderijen. Dat laatste weten tot nu toe niet veel mensen.

Rogi zou nog maar korte tijd te leven hebben, wisten zijn vrienden mij te melden.

Als ik heel eerlijk ben, heb ik dat wel eens vaker over of van hem gehoord. Tot nu toe overleefde Rogi álle ernstige ziekten, denkbeeldige en niet denkbeeldige. Kennelijk is Rogi taaier dan menigeen én hijzelf denkt.

Nonsensicale grappen
Ik hoop dat dit verhaal geen vervroegd requiem voor Rogi zal zijn. Nog meer hoop ik dat hij dit verhaal in Het Parool in relatief goede gezondheid leest. Wat een opluchting zou dat zijn. Voor mij, voor zijn en mijn dierbaren, en voor alle lezers in Nederland die, met mij, rekenen op nog eens 33 prachtige boeken van zijn hand.

Maar mocht hij inmiddels ondraaglijk fysiek en geestelijk lijden en zonder uitzicht op verbetering, dan bezitten wij nog steeds zijn boeken. Behalve die boeken beschik ik ook over veel herinneringen aan Rogi. Ik herinner mij onze lange gesprekken, die alle kanten op konden gaan, maar die toch meestal over literatuur gingen. Over de boeken die wij schreven of nog wilden schrijven. Over poëzie en proza van voorgangers die wij ademloos bewonderden of juist minzaam afwezen - we beschikten over de roekeloze hoogmoed van jong gedebuteerde schrijvers.

Maar ik herinner me vooral onze vreugde en Rogi's nonsensicale grappen. Rogi houdt zoals bekend veel van vrouwen en literatuur, maar minstens zoveel van een lang aanhoudende slappe lach, liefst dagelijks. Weinigen kunnen zulke platte, melige maar ook ongrijpbare en anarchistische grappen maken als de vaak zwaarmoedig schrijvende dichter, de schrijver van de even genadeloze als ingenieuze roman Kameraad scheermes: Rogi Wieg, onze schrijver, schilder, mijn lieve vriend.