Duel, het Boekenweekgeschenk dat Joost Zwagerman schreef, begint met een vloek én een vernield, kostbaar schilderij. 'Godverdomme, die hand, die vuist!' zo luidt die eerste zin van de novelle. Er zijn Boekenweekgeschenken die minder blasfemisch en direct beginnen.

Joost Zwagerman (1963) baseerde zich voor het schrijven van Duel op twee berichten. Hij las over een Amerikaanse multimiljonair die per ongeluk met zijn elleboog een 110 miljoen kostende Picasso (Le Rêve) doorboorde. En in een weekblad stuitte hij op het verhaal van directeur Gijs van Tuyl, die na de sluiting van het Stedelijk Museum in verband met de verbouwing ervan een tijd als kraakwacht in het Amsterdamse museum had gewoond.

Vervolgens gooide hij een fictieve saus over die berichten. En zo ligt daar nu het boek Duel, het eerste fictieve werk dat Joost Zwagerman schreef sinds zijn roman Zes sterren (2002). In Duel heet het Stedelijk Museum het Hollands Museum, Van Tuyl is getransformeerd tot de jonge museumdirecteur Jelmer Verhooff en de Picasso is Untitled No. 18, 1962 (geschatte waarde dertig miljoen euro) uit het krantenbericht is in Duel een niet bestaand doek van de Amerikaan Mark Rothko.

Duel, zoals ook de laatste tentoonstelling van Verhooff in het Hollands Museum is getiteld, is - en daar zijn we de laatste jaren niet bepaald mee verwend - een meer dan aardig Boekenweekgeschenk. Zwagerman is dicht bij huis gebleven door te schrijven over wat hem na aan het hart ligt, en waar hij begeesterd over verhaalt: moderne kunst.

De titel Duel slaat ook op het duel dat Verhooff uitvecht met Emma Duiker, één van de jonge kunstenaars die aan zijn laatste tentoonstelling meedoet. Twintig jonge kunstenaars niet ouder dan dertig jaar gaan 'in gesprek' met een modern-klassiek meesterwerk uit de collectie van het Hollands. Grappig is dat we hier een aantal schilders tegenkomen die een rol spelen in zijn roman Gimmick! en die het blijkbaar gemaakt hebben. Eén van die twintig kunstenaars, Emma Duiker, kiest voor het naschilderen van het doek van Rothko.

Zwagerman voert al in het begin de Amerikaanse kunstcriticus Bernard Shorto ten tonele, in wie de Amerikaanse kunstcriticus en filosoof Arthur Danto is te herkennen. Volgens Shorto/Danto kan, nu de moderne kunstenaar al lang niet meer gekluisterd is aan atelier of werkplaats, alles kunst zijn. Een zienswijze uit de jaren tachtig, toen Arthur Danto zei 'dat schilderkunst niet per se de manier is waarop we kunst visualiseren'.

In het licht van de uitspraken van Shorto - het 'einde' van de kunst was het begin van een ongekende vrijheid van diezelfde kunst - past het werk van Emma Duiker. Verhooff, die in Shorto een goeroe ziet, vindt zich in de Shortoaanse uitspraak van Duiker: 'Als kunst werkelijk een onbegrensde vrijheid geniet, waarom is de topkunst dan verboden terrein en mogen we alleen maar variëren, citeren, annexeren en niet kopiëren?'
Vanaf dan komt het verhaal echt op gang. Nog in het begin van de novelle blijft, niet helemaal onvoorspelbaar, als de tentoonstelling is afgelopen niet de echte Rothko achter in het Hollands Museum. De echte Rothko is onderdeel van een soort geef-de-kunst-aan-het-volk-project van Emma Duiker, waar ook weer de schaduw van Shorto over ligt.

Joost Zwagerman zet Verhooff, die weet dat hij na de verbouwing waarschijnlijk niet zal aanblijven als directeur (wat met Gijs van Tuyl is gebeurd), goed neer. De veelbelovende, selfmade museumdirecteur wordt beproefd en doet er alles aan om in de toekomst niet als anonieme of falende directeur te boek te staan.

Daarvoor heeft Zwagerman aan het einde van dit zeer genietbare, actuele en kundige Boekenweekgeschenk nog een paar mooie wendingen in petto. (MAARTEN MOLL)

Joost Zwagerman: Duel. Tijdens de Boekenweek, van 10 tot en met 20 maart, gratis verkrijgbaar bij besteding van ten minste 12,50 euro aan Nederlandstalige boeken.