Kunst & Media Bewaar

Andre Agassi: de omstreden autobiografie

Open vertelt op meeslepende wijze over deze worstelingen van de door zijn vader gedrilde tennisser. Foto EPA
Open vertelt op meeslepende wijze over deze worstelingen van de door zijn vader gedrilde tennisser. Foto EPA © UNKNOWN

Er was eens een tennisser op promotietour. Het startschot werd enkele weken geleden al gegeven met het zorgvuldig wereldkundig maken van de belangrijkste nieuwsfeiten uit de autobiografie: Andre Agassi gebruikte in een mindere tennisperiode de drug Crystal meth en zijn kenmerkende lange haardos was nep, een haarstuk. Interviews in verschillende landen moesten de verkoop van zijn levensverhaal getiteld Open verder waarborgen.

Maandag was Nederland aan de beurt getuige zijn alomtegenwoordigheid op de televisie. Bij De Wereld Draait Door ('mijn doel was een verhaal vertellen dat mensen kan inspireren') en Holland Sport ('het boek heet Open omdat ik mijn diepste gevoelens blootleg') bejegende iedereen hem met een goed humeur: een geslaagde promotietour dus. Mogelijk verrassend is dat de gecreëerde hype terecht is.

-'Je haat tennis niet echt.'

-'Jawel hoor.'

Deze dialoog keert veelvuldig terug. Agassi haat tennis al vanaf het eerste moment dat hij als driejarige door zijn vader de tennisbaan werd opgestuurd. Toch werd hij uiteindelijk veelvoudig Grandslam winnaar. Deze wonderlijke tegenstelling ging gepaard met de nodige mentale problemen: een grote zoektocht naar wie hij nu zelf was.

Open vertelt op meeslepende wijze over deze worstelingen van de door zijn vader gedrilde tennisser. De verlammende werking van perfectionisme. Zijn oprechte haat voor het spel. Zijn angst dat hij wordt ontmaskerd. Het verlangen, vanaf zijn vroegste jeugd iets te doen wat hij zelf wil. ''Soms kijk ik samen met mijn vader naar Wimbledon op tv en wij zijn allebei voor Björn Borg, omdat hij de beste is.... Maar ik wil Borg niet zijn. Ik bewonder zijn talent, zijn energie, zijn stijl, maar mocht ik dergelijke kwaliteiten ooit zelf ontplooien, dan zou ik ze liever aan iets anders wijden dan aan Wimbledon. Aan iets wat ik zelf wil.''

Een belangrijke kracht achter het boek is ghost-schrijver J.R. Moehringer. Nadat Agassi diens autobiografie The Tender Bar las, vroeg hij om diens hulp. Tezamen spraken ze uitgebreid over het leven van Agassi, waarna Moehringer het tot een mooi geheel boetseerde. Dat geldt voor alle vertwijfelingen; existentieel, maar óók over het tennisspel. ''Het valt nog niet mee om expres te verliezen. Dat is nog bijna moeilijker dan winnen.'' (Over de inderdaad verloren halve finale van de Australian Open 1996 tegen Michael Chang.)

En die schrijfkwaliteit wordt zeker ook duidelijk in beschrijvingen van grote wedstrijden. Zo is er een bloedstollend mooi verslag van de gewonnen finale van Roland Garros in 1999 tegen Medvedev, waardoor Agassi winnaar werd van alle vier de Grand Slamtitels. Ergens zit het schrijftalent van Moehringer ook in de weg. Zo lijkt het onwaarschijnlijk dat een vijfjarige Andre zijn langdurige probleem met perfectionisme al kon duiden. ''Hoewel ik tennis haat, hou ik ervan als ik de bal perfect sla.'' Maar dit is uiteindelijk van ondergeschikt belang.

Overheersend zijn de verrassende inzichten die de eerlijkheid van een van de grootste tennissers ooit oplevert. Over gekke gedachten aan zijn eerste vrouw tijdens een finale ('Wat had Brooke een rare hoed op.') Maar vooral toch het begrip dat je na lezen hebt voor de diepe haat voor tennis die Agassi in meer of mindere mate - na zijn 27ste koos hij er zelf voor om door te gaan; het verminderde zijn haat - met zich meedraagt.

Het boek eindigt met een tennispartij tussen Agassi en zijn vrouw Steffi Graf. Zij wil stoppen, hij wil nog door. De haat voor het spel is nog niet geheel verdwenen, maar zolang hij met de moeder van zijn twee kinderen kan tennissen mag het voor hem eeuwig duren. (ARTHUR VAN DEN BOOGAARD)

Uitgeverij Vipboeken, Bruna, Utrecht, euro 19.95