Nederland heeft er liefst vijf goede schrijvers bij. Dat is goed nieuws, al is het misschien een beetje patriottisch geformuleerd. Maar dat nationalistische wordt wellicht ingegeven door de thematiek die in alle vijf hier voor mij liggende debuten terugkeert: Nederland en de eigenheid van ons land, waarbij een zekere nostalgie niet over het hoofd is te zien. Dat weemoedige verlangen is gelukkig niet altijd zonder scherpe kantjes.

Het is moeilijk één van deze vijf debutanten uit te roepen tot (voorlopige) kampioen, maar we zullen het proberen - wie de sterren bij dit stuk bekijkt, kent de uitslag al.

David Veldman - Egidius Donker ra-ra boem-boem ***
David Veldman (1970) publiceerde als enige van dit vijftal een verhalenbundel, met de curieuze titel Egidius Donker ra-ra boem-boem. Het slechtst geschreven stukje van dit levendige debuut staat op de achterkant. Daar raadt Ingmar Heytze 'het literaire universum van David Veldman' aan als 'een speeltuin voor het onwaarschijnlijke'. Laat u zich daar vooral niet door afschrikken.

Egidius et cetera is zelfverzekerd geschreven, grappig, en hoewel het hier om los te lezen verhalen gaat, werkt het vaak opduiken van dezelfde personages bijzonder goed. Plezierig is de afwisseling tussen kleine, dagelijkse dingen en de grote greep. Egidius zegt op een gegeven moment: 'Ik zoek iets dat losstaat van de berichten in de krant. Groter, juist omdat het kleiner is. Een herinnering, een geur.' Om iets verderop te melden: 'Fuck de tijdgeest.'

In deze verhalen figureren schrijvers, een rockster, een makelaar en een koning. Die laatste wil Nederland weer maken zoals het hoort te zijn, door bijvoorbeeld de binnenstad van Rotterdam in vooroorlogse glorie te herstellen, Amsterdam het Paleis voor Volksvlijt terug te geven en wijken als Amsterdam-West en Utrecht Overvecht neer te halen.

Hannah van Munster - De trompetboom **
Qua natuur ontstaat dan wellicht het Nederland dat in De trompetboom van Hanna Munster wordt opgeroepen. Hier is het idylle troef, van begin af aan. Het levert sfeerrijk proza op: 'Wattige kleine wolkjes dreven langzaam rond in een fletse hemel. Wilgen stonden gebogen over de kreek en van de takken die treurend afhingen naar het water, zag je spathelder elk blaadje in het water weerspiegeld. Op het gras langs de kreek stonden mensen in groepjes te praten, ze droegen luchtige voorjaarskleren over hun bleke huid en aten taart van bordjes in hun hand.'

Ondanks het gebruik van woorden als fletse en treurend lijkt het Hollandse geluk niet van wijken te weten, maar dat doet het natuurlijk wel, zeker nu mensen zijn geïntroduceerd. Die hebben allerlei (familie)geheimen. Dat is het melodramatische onderdeel van De trompetboom - iets wat in de jammerlijke traditie staat van die ook oer-Hollandse Anna Enquist en Margriet de Moor - wat niet wegneemt dat Van Munster goed kan schrijven.

Philip Huff - Dagen van gras ***
Die zeurderige kant lijkt Philip Huff (1984) hier en daar eveneens op te gaan in zíjn romandebuut, Dagen van gras, maar vreugde overheerst. De positieve punten: Huff roept lekker veel sfeer op, integreert fijne popmuziek (The Beatles, Bob Dylan, Neil Young) vanzelfsprekend in zijn verhaal en voegt een ijzersterk personage aan de Nederlandse literatuur toe. En dan gaat het niet zozeer om de hoofdpersoon, de achttienjarige Ben van Deventer, die terugblikt op zijn leven, maar om zijn vriend Tom.

Tom is bad news, maar wel van het soort dat ervoor zorgt dat Dagen van gras pit heeft. Beetje jammer is dat de roman zich soms laat lezen als een overheidsbrochure tegen drugsgebruik en dat kanker ook in dit boek weer een volkomen overbodige rol speelt (misschien moet er een tienjarig verbod komen op het voorkomen van deze ziekte in Nederlandse romans, een verbod dat nu ingaat). Maar het slot van het boek, met lekker vettig ingesmeerde weemoed, maakt weer indruk.

Thomas Heerma van Voss - De allestafel ***
In De allestafel van de voor een schrijver piepjonge Thomas Heerma van Voss (1990) is het juist hoofdpersoon Mark Oldings die de show steelt. Deze Mark wordt in dit boek 29 en woont samen met Yvonne. Die relatie gaat niet zo lekker. Mark wil schrijver worden. Dat lukt ook niet zo goed.

Niets aan de hand, kun je zeggen, totdat je de echte problemen van Mark ontdekt. Die worden in de eerste zinnen eigenlijk al duidelijk: 'Al ruim vijftien minuten houdt Mark Oldings drie paar sokken in zijn handen. Het gaat tussen witte sportsokken, een paar gewone witte sokken en een paar zwarte.' Kortom: Mark kan niet kiezen. Dat neemt al snel volkomen neurotische vormen aan en Heerma van Voss slaagt er op overtuigende wijze in Mark steeds gekker aan ons te presenteren. Dat is lastig, maar deze jongen demonstreert zijn talent door de lezer aan zijn boek gekluisterd te houden.

Franca Treur - Dorsvloer vol confetti ****
De slagroom op de taart wordt bij deze debuten echter gevormd door Dorsvloer vol confetti van Franca Treur (1979). Veel Hollandser, of misschien moeten we zeggen Zeeuwser, kun je het niet krijgen. Treur roept in prachtig neergezette scènes - dat is met de beeldende implicaties van dit woord hier het juiste woord - de wereld op van een meisje dat in een strenggelovig boerengezin in Zeeland opgroeit. Het woord strenggelovig schrikt misschien af, maar Treur weet het in werkelijkheid allemaal heel licht en warm en zelfs vrolijk te houden. Een boek boordevol informatie over een wijze van leven, met prettige beschrijvingen en uitdrukkingen. (ARIE STORM)

David Veldman - Egidius Donker ra-ra boem-boem
Mouria, € 16,95.

Hannah van Munster - De trompetboom
Van Oorschot, €14,50.

Philip Huff - Dagen van gras
De Bezige Bij, € 14,90.

Thomas Heerma van Voss - De allestafel
Augustus, € 15,00.

Franca Treur - Dorsvloer vol confetti
Prometheus, € 17,95.