Er zijn boeken die je in één adem uitleest vanwege de kracht en de spanning van het verhaal, en er zijn boeken die je op sleeptouw nemen omdat je in de ban raakt van de manier waarop het verhaal wordt verteld. Violeta en de engelen van de Portugese schrijfster Dulce Maria Cardoso (1964) is zo'n boek waarin je, meer nog dan door het verhaal, wordt meegesleept door het betoverende vertelprocedé.

Een dergelijke leeservaring ken ik in extremis bij het werk van Lobo Antunes, en ik vermoed dat Cardoso net als ik een groot bewonderaar is van het werk van haar beroemde landgenoot. Ook zij heeft, op een enigszins vergelijkbare manier, de associatieve en gefragmenteerde werking van het menselijke bewustzijn gevangen in een hypnotiserend literair procedé.

Het is een vorm die naadloos aansluit bij de toestand waarin de verteller zich het hele boek door bevindt. Violeta, een vertegenwoordigster in ontharingscrème, is onderweg naar verre klanten tijdens een nachtelijk noodweer met haar auto over de kop geslagen en ligt onder aan een talud te wachten op de komst van hulpverleners ('ik ben eindelijk onbereikbaar, ik heb altijd al willen vluchten voor de handen die me overal beetpakten, voor de woorden die me troffen, giftige pijlen').

Tijdens haar laatste uren trekt haar leven als de spreekwoordelijke film aan haar voorbij. Niet als een keurig chronologisch verhaal, maar langs de grillige lijnen van het menselijke geheugen, associërenderwijs van de hak op de tak, waarin de cruciaalste herinneringen steeds worden hernomen.

De roman is één ononderbroken stream of consciousness, die in de vorm tot uitdrukking komt in het volledig ontbreken van de punt als leesteken. Het tomeloze relaas van Violeta is, geflankeerd door witregels, doorspekt met losstaande sleutelzinnetjes, die als spinrag zijn blijven hangen in haar geheugen en daar plotseling weer uit tevoorschijn springen. Sommige van die zinnetjes vormen een terugkerend refrein ('het verleden heeft nergens een plek').

In de allereerste plaats is dit dus een roman over de werking van het geheugen. In het bijzonder een illustratie van het onvermogen in het reine te komen met een immer gistend verleden, dat Violeta tot in haar laatste uren blijft achtervolgen. Ze noemt het verleden ergens een vraatzuchtige bloedzuiger.

Dat verleden is een aaneenschakeling van menselijke tragiek. We krijgen het in flarden en brokstukken gepresenteerd en zo worden de aanvankelijk raadselachtige familiedrama's gaandeweg ontsluierd. Violeta is van jongs af aan getekend door 'een treurig dik lijf', waarvoor haar ouders zich schaamden en dat in haar puberteit in het donker van de bioscoop werd bepoteld door jongens die haar bij daglicht niet zagen staan ('ik ken de liefde alleen van horen zeggen').

Vervolgens raakt ze zelf in gevecht verwikkeld met haar dochter Dora, de oogappel van haar ouders. Haar vader heeft zich nooit meer bekommerd om de minnares bij wie hij Angelo heeft verwekt. Angelo, de mislukte clown, heeft op zijn beurt wraak genomen door zijn vader aan te geven ten tijde van de Anjerrevolutie en zijn halfzuster zwanger te schoppen ('je kunt het leven niet corrigeren, maar je kunt het wel wreken').

De roman is een etalage van het menselijke tekort. In Violeta's woorden: 'mensen zijn stekelvarkens, als ze dicht bij elkaar komen verwonden ze elkaar, dat kunnen ze niet verhinderen, ze doen het niet expres, het lukt gewoon niet anders'.   

Nee, het is geen verhaal om vrolijk van te worden. De enige troost is uiteindelijk de bedwelmende vorm waarin het is gegoten. Violeta en de engelen is een roman voor geoefende lezers die het geduld en de concentratie kunnen opbrengen voor een doorwrocht vertelprocedé, goed voor een onalledaagse, onvergetelijke leeservaring. Het is hier eigenlijk zoals met alles in het leven: je moet er een beetje moeite voor doen, maar dan heb je ook wat. (ALLE LANSU)

Dulce Maria Cardoso: Violeta en de engelen****
Vertaald door Harrie Lemmens
Meulenhoff, € 19,95