Op een gegeven moment merkt de ik-verteller op dat alles in die periode waarover hij vertelt, hem een beetje betoverde. En dat gevoel weet Jeremy Mercer met Een bed tussen de boeken volledig over te brengen: op zijn beurt weet hij de lezer te betoveren met zijn verslag over de tijd die hij heeft doorgebracht in Shakespeare and Company, een boekwinkel in Parijs. Een bed tussen de boeken is een combinatie van een roman, een reisgids waarin de liefde voor een stad wordt beschreven, en een biografie van de hoogbejaarde eigenaar van de winkel, en zelfs de grootste chagrijn zal zich door het lezen van dit boek uiteindelijk verzoenen met het leven en de wereld.

Shakespeare and Company bestaat echt. Het officiële adres is rue de la Bûcherie 37. De winkel bevindt zich, zoals Mercer schrijft, 'aan het linkeruiteinde van de linkeroever van de Seine, zo dicht aan de rivier dat je als je voor de ingang staat en een beetje goed gooit het klokhuis van een appel makkelijk in het water kunt doen belanden'. 'Vanaf hetzelfde punt heb je een geweldig uitzicht op Île de la Cité en kun je de Notre Dame, het ziekenhuis Hôtel Dieu en het imposante blok van het hoofdbureau van politie aanschouwen.' Je bevindt je hier al met al op één van de mooiste en leukste en oudste punten van Parijs, niet ver van point zéro des routes de France, het nulpunt van de wegen in Frankrijk; alle afstanden tussen Parijs en andere steden worden hiervandaan gemeten.

Op een dag loopt Jeremy daar die eigenaardige zaak binnen: 'Ik belandde in de boekwinkel op een grijze zondag in de winter.' Tot dan toe werkte hij als misdaadverslaggever voor een Canadese krant. Ongelukkigerwijze heeft hij in een boek de naam van één van zijn informanten onthuld en deze crimineel heeft hem prompt op nogal overtuigende wijze bedreigd. Mercer slaat halsoverkop op de vlucht, belandt in Parijs en uiteindelijk dus in Shakespeare and Company, een winkel die veel meer is dan zomaar een boekhandel; er blijken ook (gratis) slaapplekken te zijn voor hulpbehoevende (would-be)schrijvers. Dat wil zeggen: de 89-jarige eigenaar, die prat gaat op zijn intuïtie en mensenkennis, kan je uitnodigen een tijdje in een bed tussen de boeken door te brengen. Jeremy, die geen cent te makken heeft, gaat grif op dit aanbod in.

Van het begin af wordt de boekhandel sfeervol neergezet. We lezen over de labyrintische gangen, over een flonkerende kroonluchter, over krakende deuren en natuurlijk over de boeken, die overal zijn: 'Ze lieten houten planken doorzakken, piepten uit overvolle kartonnen dozen of stonden in hoge stapels te wankelen op tafels en stoelen.' Bij eerste binnenkomst ziet Jeremy eveneens al de tekenen van bewoning: 'Een verkeerde afslag, die doodliep, deed me belanden bij een wasbak waaromheen stapels vergeelde natuurtijdschriften lagen. Op een nummer over de oerwouden op Madagaskar lag een scheermes waar nog zeep aan zat. Een kloddertje schuim voegde een onnatuurlijke vlek toe aan een rustend luipaard.'

Mercer heeft met de periode die hij in de boekwinkel doorbracht prachtig materiaal in handen gekregen en door zijn liefdevolle, genietende en sterk observerende wijze van schrijven haalt hij er het maximale uit. Het sterke punt is dat je je als lezer zelf ook enkele maanden in die boekwinkel waant - met overigens tevens de smerigheid die er heerst, de moeilijkheden die er zijn (er wordt zelfs een moord gepleegd!) en de armoede van de bewoners. Maar het vakantiegevoel verdwijnt gedurende het lezen nooit.

De vakantieperiode is voor vrijwel iedereen voorbij, maar met Een bed tussen de boeken knoop je er kortom, tegen een aantrekkelijke prijs, nog een stukje aan vast. En dat zonder dat je de deur uit hoeft, al wekt Een bed tussen de boeken wel het sterke verlangen meteen de trein naar Parijs te nemen, zo innemend, zintuiglijk en aanstekelijk schrijft Mercer. Chapeau! (ARIE STORM)

Jeremy Mercer: Een bed tussen de boeken
Vertaald door Marijke van der Meer,
Atlas, €22,95.