Amsterdam Bewaar

Dichters eren Remco Campert

Schrijver Remco Campert (links) luistert zaterdag naar de voordracht van Bernlef op het Spui. Foto ANP
Schrijver Remco Campert (links) luistert zaterdag naar de voordracht van Bernlef op het Spui. Foto ANP © UNKNOWN

Zestig dichters hebben gedicht voor Remco Campert, die eerder deze maand tachtig jaar werd. Zaterdagmiddag werd aan Campert, terwijl hij op een soort troon op het Spui zat, eer betoond met voordrachten.

Gemak is het niet, waarmee hij op die negentiende-eeuwse zetel zit, daar op een verhoging op het Spui, zaterdagmiddag voor boekhandel Athenaeum. In zijn eentje, met vóór hem collega-dichters en publiek. Maar Remco Campert, dichter/schrijver, is tachtig geworden en dat zal hij weten ook.

Hij ondergaat een ode, gebracht door twintig dichters, een selectie van de zestig collega-dichters, fine fleur van de Nederlandse poëzie, die speciaal voor hem op verzoek van uitgever De Bezige Bij een bundel bij elkaar dichtten.

Het is een eerbetoon aan een schrijvend en dichtend leven. Aan gedeeld lief en leed. En aan drank natuurlijk.

Een beetje ongemakkelijk dus zit de dichter, en luistert. Terwijl de zon schijnt en de warme wind de blaadjes doet ritselen, treden om de beurt de dichters en dichteressen in volgorde van leeftijd naar voren. Van de hoogbejaarde L. Th. Lehman tot de jongste generatie van Vrouwkje Tuinman en Sylvie Marie. En wie daar allemaal tussen zitten natuurlijk, zoals Neeltje Maria Min, Donald Gardner, Bernlef, Michael Augustin en Hagar Peters. Wie staan er eigenlijk niet in die bundel? Kompaan van jaren Jan Mulder, die niet, maar die is nu eenmaal geen dichter.

Een heel leven komt in al die voordrachten voorbij. Campert, sigaret in de mondhoek, dwaalt licht glimlachend mee met de herinneringen van Kees van Kooten: 'In het huis in de Auvergne / die gemene streek in Midden-Frankrijk / stonden op de schoorsteenmantel / zes flessen rode wijn klaar / om alvast te chaufferen voor de avond / die daar pardouce kan vallen / soms al voor de matinee goed en wel / begonnen is, maar daar hadden / de zes flessen rode wijn op onze jeminee / geen moeite mee / wisten wij uit routine.'

Met Neeltje Maria Min: 'Doorluchtige dichter / heb schijt aan de tijd / en de eeuwigheid. Blijf / Neem uw pen op en schrijf.'
Op het Spui, met op de achtergrond de door de bocht schurende en rinkelende trams, krijgt ook Erik Lindner ('Een meisje vraagt je de weg / vertel je die dan raak je haar kwijt') een brede glimlach, applaus en een lichte buiging.

Zo beleven de misschien wel honderd luisteraars iets mee van alles wat het leven van de oude dichter kleur heeft gegeven.

Na afloop komt Campert zelf naar de microfoon. Zachte stem, maar in de ogen een twinkeling. Onmiskenbaar is de opluchting dat hij van zijn troon weg mag. Hij leest zijn gedicht. 'Poëzie is een daad van bevestiging', de dichtregel die de titel werd van de voor hem uitgegeven bundel. En spreekt over 'een prachtige middag'. Ontroerd is hij door al die bijdragen: ''Ik wist niet dat ik dat verdiend had.'' (LOES DE FAUWE)