Kunst & Media Bewaar

Vinkenoog: gestorven zoals hij leefde

Vinkenoog overleed om 01.40 uur in het het VU Ziekenhuis in Amsterdam, waar hij vrijdagavond was opgenomen na een hersenbloeding. Foto GPD
Vinkenoog overleed om 01.40 uur in het het VU Ziekenhuis in Amsterdam, waar hij vrijdagavond was opgenomen na een hersenbloeding. Foto GPD © UNKNOWN

AMSTERDAM - Simon Vinkenoog is precies gestorven zoals hij geleefd heeft. Met vuurwerk. In zijn hoofd dit keer, in de vorm van een zware hersenbloeding. Zo in enen. Boem. In het Revalidatiecentrum Amsterdam aan de Overtoom. Daar was hij aan het revalideren na de amputatie van zijn rechteronderbeen. Het ging eigenlijk wonderbaarlijk goed met hem. Edith Ringnalda, zijn zesde vrouw en nu weduwe, vertelt het.

Ze hadden net gegeten en zouden een spelletje scrabble spelen toen het gebeurde. Hij zat nog even iets op te schrijven en viel stil. Daarna een moment van kortsluiting in zijn gehele lijf. Hij heeft er zelf niet of nauwelijks wat van gemerkt.

En toen die lege ogen.

Toen hij naar de VU werd gebracht, vertelt ze, wist ze eigenlijk al hoe erg het was. ''Zijn spulletjes hoefden niet meer mee.'' Zaterdagnacht overleed de dichter/schrijver met die hartstochtelijke en manische voordracht. Edith, kinderen en kleinkinderen waren bij hem.

Eigenlijk heeft ze veel om dankbaar te zijn. Ze zegt het telkens weer, deze zondagmiddag in de kantine van volkstuincomplex Buitenzorg in Amsterdam-Noord, waar ze met vrienden en bekenden is omdat juist deze middag een schilderijententoonstelling van hun vriendin Wilnah Molenaar wordt geopend. Ze wordt geknuffeld en gekust en ze kan vertellen en weer vertellen. ''Ik was vrijdag bij hem. Hij heeft Anthon Beeke, die er ook zit, nog omhelsd en moed ingesproken. En een half uur later was hij klinisch dood.''

Ze kan het nog niet goed bevatten. Maar God, wat is ze blij dat ze erbij was, dat ze zelf heeft gezien dat hij geen pijn heeft gehad, dat de kinderen allemaal zijn geweest en afscheid hebben kunnen nemen, dat hem een lijdensweg bespaard is gebleven.

Simon zelf kon niets meer voelen. Alleen zijn basale hersenfuncties, hartslag en ademhaling deden het nog. Maar ze hebben een etmaal gehad, aan dat bed, en toen, terwijl buiten in de nacht de wereld doordraaide in het uitgaansleven in het centrum, met een file op de A1 aan de oostkant van de stad en de leegloop van Dance Valley in het westen, zijn ze in dat donkere ziekenhuis met elkaar heel stil geworden. ''Anders vliegt die ziel niet weg.''

Hij stierf om twintig voor twee. ''Het was met Simon altijd alles of niets. En zo is hij vertrokken.''

Ze heeft geholpen hem te wassen en te kleden, in zijn favoriete T-shirt met 'Damn war, love peace'. En toen heeft ze hem toch zijn leesbril omgehangen. Ze slikt, want die bril had hij altijd op, of om.

Ze zucht en veegt telkens haar tranen weg. Huilen, daar hield Simon niet van. Bij de kantine van het volkstuincomplex, waar na de regen de zomerbloemen nog sterker geuren, schikt ze haar omslagdoek en kijkt ze naar de lucht. Simon is dood. Het is nog niet helemaal bij te benen. (LOES DE FAUWE)