Ze blijft een van de meest aansprekende en mysterieuze figuren uit de Nederlandse literatuur: Fritzi ten Harmsen van der Beek, publicerend onder de naam F. Harmsen van Beek, auteur van een klein, maar hooggeprezen oeuvre, muze van een bont gezelschap dichters en kunstenaars.

Afgelopen zaterdag blijkt ze op 81-jarige leeftijd overleden en woensdag is ze in besloten kring gecremeerd. De schrijfster, eens echtgenote van Remco Campert, leidde sinds 1971 een teruggetrokken bestaan in het Groningse dorp Garnwerd, publiceerde al decennia niet meer en hield iedereen die iets met haar wilde, buiten de deur.

Haar kleine en bijzondere oeuvre - dat nog altijd kan rekenen op een fanatieke kring van bewonderaars - mocht van haar niet meer worden herdrukt. Sinds 2007 stond haar huisje leeg en verbleef ze in een verzorgingshuis.

In haar jonge jaren leidde ze, erfgename van een fortuin, een legendarisch wild leven. Wat er ook waar is van deze in de nevel van de drank gehulde verhalen, Fritzi en haar vrienden leefden alsof er geen morgen bestond. 'Je stampte met je voet op de grond en het was feest,' is de fameuze karakterisering die Campert van die jaren gaf: drank, drugs, muziek en vrije liefde. Het was de generatie van wie de jeugd was afgenomen door de oorlog, en nu wilden ze de verloren tijd inhalen.

Na haar spectaculaire debuut met Geachte muizenpoot in 1965 publiceerde ze kort proza en een tweede dichtbundel, maar sinds haar tweede dichtbundel, Kus of ik schrijf uit 1975, verscheen er geen nieuw literair werk in boekvorm. In 1994kreeg ze de A. Roland Holst Penning, die ze niet in ontvangst heeft genomen - naar verluidt heeft ze de envelop met het bericht niet opengemaakt.

De laatste jaren kwam ze alleen nog in het nieuws vanwege Jagtlust, het boek van Annejet van der Zijl (1998) over de dagen van weleer op het Gooise landgoed, en het proefschrift van Annie van den Oever, Fritzi en het groteske (2003), waarin nieuwe interpretaties van het werk worden gegeven. (VICTOR SCHIFERLI)