Kunst & Media Bewaar

BOEKENWEEKGESCHENK: De kraai **

BOEKENWEEKGESCHENK: De kraai **
© UNKNOWN

In een interview verklaarde Kader Abdolah, schrijver van het Boekenweekgeschenk, dat hij met het oog op studenten en scholieren citaten uit de Nederlandse literatuur in De kraai had gestopt. Dat is meteen het probleem van dit boekje; Kader Abdolah schrijft op het niveau van scholieren. Dat is helemaal niet erg, ware het niet dat de meeste lezers bij wie dit boekje terecht zal komen, niet tot de doelgroep behoren.

De volwassene aangesproken als scholier. Oké. De Kraai, jongens en meisjes, gaat over een Iraanse schrijver die naar het Westen vlucht. Over hoe hij in Nederland terechtkomt. En hoe hij makelaar in koffie wordt. Maar eigenlijk wil hij schrijver zijn. In korte, duidelijke zinnen doet Abdolah dat, in een taal die weinig te wensen overlaat. Het verhaal lijkt op het verhaal van de naar het Westen gevluchte Iraniër Kader Abdolah, maar omdat je een papieren figuur in een fictief verhaal - de hoofdpersoon heet Refiq Foad - nooit gelijk mag stellen met de auteur, doen we dat hier ook niet.

Het verwarrende is dat in De kraai juist een lans wordt gebroken (zoek op in het woordenboek wat deze uitdrukking betekent) voor 'de kracht van de verbeelding'. Maar alles wordt keurig netjes uitgelegd. Dat is een ziekte in de Nederlandse literatuur, en juist van diegenen die geen verbeelding hebben. Er is geen gat in de chronologie van De kraai te schieten. Lezers van eerder werk van Abdolah zullen bepaalde namen en gebeurtenissen bovendien al kennen. Lekker makkelijk.

En dan de citaten van de Nederlandse schrijvers. De kraai begint als volgt: 'Lezer! Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht no. 37.' Een verwijzing naar de eerste zin in Max Havelaar van Multatuli. Goed, Foad is makelaar in koffie. Maar waarom woont hij dan in het huis van Droogstoppel? (Droogstoppel, jongens en meisjes, is een personage uit Max Havelaar.) Anders dan een verwijzing naar een boek is het niet. En zeker geen aanklacht, wat Max Havelaar wel is.

En zo is het met de rest van de citaten ook. Ze worden als spiegeling (misschien moeten jullie dit ook even opzoeken) gebruikt bij de geschiedenis van Foad. Maar ze voegen niets toe. Een beschrijving van een nachtmerrie uit W.F. Hermans' In de mist van het schimmenrijk (ook al niet zo'n best Boekenweekgeschenk) gebruiken om dan te zeggen dat hij ook zo'n nachtmerrie heeft gehad, is niet sterk. Al is dat geciteerde fragment dan wel weer het beste stuk tekst in De kraai.

Gebruik dan je verbeelding om je eigen nachtmerrie mooi neer te zetten. Kader Abdolah doet nu wel heel erg zijn best om te bewijzen dat hij de Nederlandse literatuur kent. Tsja. Op die manier kun je bij elke scène wel een passage uit de Nederlandse literatuur vinden, nietwaar? Alweer een halve bladzijde gevuld.

Trouwens, waarom gebruikte Abdolah alleen citaten van dode schrijvers uit ook nog niet eens lang niet altijd hun beste werk? Waarom geen A.F.Th. van der Heijden bijvoorbeeld? Of de aanstormende generatie in de persoon van Gustaaf Peek? Omdat, lieve lezers, dan meteen duidelijk wordt waarom A.F.Th. en Peek (lees hun boeken!) de veel betere levende schrijvers zijn.

Nu ja, Abdolah neemt de lezer keurig aan het handje door zijn vertelling die maar nergens urgent wil worden. Wat hij met het verhaal van de vlucht van Refiq Foad precies wil zeggen, blijft onduidelijk.

Je mag zelf raden welke metaforische betekenis (vraag aan je vader of moeder wat dat betekent) Abdolah aan de kraaien in zijn boek toekent. Ook dat blijft onopgehelderd. (MAARTEN MOLL)

BOEKENWEEKGESCHENK Kader Abdolah: De kraai. Boekenweekgeschenk (stichting CPNB). Gratis tijdens de Boekenweek (16 tot en met 26 maart 2011) bij aankoop van ten minste € 12,50 aan Nederlandstalige boeken of als u lid wordt van de bibliotheek.