Ingrid Betancourt werd niet alleen door haar ontvoerders, strijders van de linkse Colombiaanse guerrillabeweging Farc, geminacht als 'een buitenlandse'. Ook veel van haar lotgenoten wantrouwden haar als 'een bourgeoise', die zich meer thuis voelde in Frankrijk dan in Colombia. Zette president Nicolas Sarkozy zich niet in voor haar vrijlating, terwijl hij de andere gegijzelden liet barsten?

Ingrid Betancourt beschrijft het zonder zelfmedelijden in Zelfs aan de stilte komt een eind. Het is het indrukwekkende, spannende en ontroerende relaas van de periode dat zij in gijzeling werd gehouden, van 23 februari 2002 tot 2 juli 2008.

En dat terwijl zij, als redelijk vooraanstaande Colombiaans politica, de topfiguren van de extreem linkse beweging goed had leren kennen. Betancourt had zich ingezet voor vredesbesprekingen tussen de Farc en de regering in Bogota. Ze werd ontvoerd, samen met haar metgezel Clara Rojas, toen ze zich in het gebied waagde waar de guerrillero's lang hadden beschikt over een safe haven.

In andere boeken van slachtoffers van de Farc is Betancourt afgeschilderd als een 'bitch', zoals in Gegijzeld, door haar drie Amerikaanse lotgenoten.

Na lezing van Betancourts boek kan men zich daar iets bij voorstellen. Deze 'bourgeoise in de jungle', zoals ze zichzelf spottend aanduidt, houdt niet van compromissen. Ook al wordt ze eerbiedig aangesproken met doctora, ze haat haar ontvoerders en weigert elke souplesse - tot woede van hoge omes in de Farc als de onlangs gesneuvelde Mono Jojoy. 'Mono Jojoy inspecteerde ons als waren wij zijn veestapel.' Ingrid durfde daar iets van te zeggen tegen de man die gold als de 'chef' van Tanja Nijmeijer, die helaas niet in Betancourts boek voorkomt - wel in Gegijzeld.

Ook medegevangenen werden gestraft voor Ingrids brutaliteit. Dat zette kwaad bloed. Soms nam Betancourt zich voor om zich ook te conformeren aan het leven in 'een tropisch concentratiekamp'. Daarin werden de ontvoerde militairen en politiemannen enerzijds en anderzijds de burgers strikt gescheiden gehouden.

'Ik zag mezelf veranderen in iemand die ik niet mocht,' schrijft Betancourt als ze merkt dat ze net zo fanatiek als haar lotgenoten probeert een wat grotere portie eten te krijgen van de bewakers. 'Ook ik gaf me over aan hebzucht.' En dan niet bij het zien van een chic jasje in de boutiques van Saint-Germain-des-Prés, maar bij pogingen een extra stuk brood, schep rijst of stuk zeil te bemachtigen.

Met Clara Rojas, activiste voor Betancourts partijtje Oxígeno, verslechterde de verhouding dramatisch. Clara gaf haar de schuld van hun ellende. Rojas werd uitgekotst door de meeste andere ontvoerden toen ze zwanger bleek te zijn van een Farc-guerrillero.

Betancourt kent het antwoord, schrijft ze terloops, op de vraag die heel Colombia zich nog steeds stelt: wie is de vader van Rojas' zoon Emmanuel?

Met Clara Rojas ondernam Betancourt één van haar vruchteloze ontsnappingspogingen; de straffen voor haar rebellie werden steeds strenger.

Ingrid bleef op het laatst vastgeketend tijdens de lange marsen door de jungle en de verblijven in de kampen. Zo, geketend aan een boom, luisterde ze op een avond naar een radioprogramma waarvan de presentator beweert dat zij het liefje is van de leider van de Farc, Antonio Cano.

Wat je leest, gaat je vaak door merg en been, zoals wanneer Betancourt haar ziektes beschrijft, de vernederingen, de altijd weer rampzalig eindigende ontsnappingen.

Maar Betancourt wordt ook verliefd, doet mee aan een met drank overgoten opstandje tegen de Farc en laat zich tegen haar wil betoveren door de jungle. Een geweldig verhaal! (RENÉ TER STEEGE)

Ingrid Betancourt - Zelfs aan de stilte komt een eind. Mijn jaren van gevangenschap in de jungle van Colombia
Vertaald door Floor Borsboom en Hans van Cuijlenborg
Balans, €19,95